Compendium voor de Leefomgeving
617 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Emissie naar lucht, water en bodem

Emissie broeikasgassen in Nederland volgens IPCC, 1990-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In de periode 1990-2004 nam de emissie van koolstofdioxide veelal toe, terwijl de emissies van andere broeikasgassen afnamen. De totale Nederlandse broeikasgasemissie is de laatste jaren weer licht toegenomen.

Emissie van broeikasgassen licht toegenomen in de periode 2000-2004

Na een stijging van circa 10% tussen 1990 en 1995 en eenzelfde afname in de periode 1995-2000, nam de totale Nederlandse broeikasgasemissie tussen 2000 en 2004 weer licht toe met circa 3 Mton. Dit is een resultante van de toename van de emissie van koolstofdioxide met circa 11 Mton en een daling van de emissies van andere broeikasgassen met circa 8 Mton in de periode 2000-2004.

Broeikasgassen in 2005 waarschijnlijk op hetzelfde niveau als 2004

Het energieverbruik is waarschijnlijk toegenomen in 2005, als gevolg van de lichte economische groei. Toch zal de koolstofdioxide-emissie in 2005 waarschijnlijk stabiel blijven, omdat er minder elektriciteit is geproduceerd in Nederland en meer is geïmporteerd. Ook de andere broeikasgasemissies zullen naar verwachting stabiel blijven, zodat in 2005 de totale broeikasgasemissie op ongeveer hetzelfde niveau uitkomt als in 2004. Getalsmatige emissieschattingen voor 2005 zijn echter op dit moment nog niet beschikbaar. Deze zullen in het najaar van 2006 in het Milieucompendium worden gepubliceerd.

Emissie van broeikasgassen circa 2% hoger dan in 1990

De emissie van broeikasgassen in Nederland volgens de IPCC-definitie (exclusief landgebruik en bossen) lag in 2004 circa 2% boven het niveau van 1990. De emissie van kooldioxide (CO2) is met 13% toegenomen tussen 1990 en 2004, door meer elektriciteitsgebruik en een toename van het personen- en goederenvervoer. De emissies van de andere broeikasgassen; methaan (CH4), distikstofoxide ofwel lachgas (N2O) en de fluorhoudende gassen, zijn tussen 1990 en 2004 met ruim 30% afgenomen.

  • De emissie van CH4 neemt sinds 1990 af. Belangrijkste reden is de afname van het storten van afval, wat leidt tot minder methaanemissie uit stortplaatsen. Daarnaast nam de CH4 emissie vanuit de landbouw af door krimp van de veestapel.
  • De emissie van N2O nam sinds 1995 af doordat minder mest werd toegediend en door minder kunstmestgift. Daarnaast is de N2O-emissie van de industrie gedaald.
  • De emissies van fluorhoudende gassen (HFK's, PFK's, SF6) namen sinds 1998 af. Dit is grotendeels het gevolg van twee maatregelen in de industrie.

Beleid broeikasgassen

De emissies van de broeikasgassen koolstofdioxide, methaan, lachgas en van de fluorhoudende gassen (HFK's, PFK's en SF6) zijn onderdeel van het Klimaatverdrag en het Kyoto Protocol van de Verenigde Naties. In het Kyoto Protocol zijn afspraken gemaakt over de reductie van de emissies van broeikasgassen, waaronder CO2.

Broeikasgasemissies herberekend

In het najaar van 2005 zijn de broeikasgasemissies van 1990 tot en met 2004 herberekend om te kunnen voldoen aan de eisen van het Kyoto Protocol. Deze herberekeningen hebben effect op zowel de emissieniveaus als de trends. De belangrijkste wijzigingen zijn: een hogere CO2-emissiefactor voor aardgas (+1 Mton hele tijdreeks) en een aanpassing van de methodiek voor olie en gaswinning, transport en distributie (+0,5 Mton in 1990). Meer informatie over de herberekeningen kunt u vinden in bijlage 1 van de Milieubalans 2006 (MNP, 2006) en in het National Inventory Report van 2006 (Brandes et al., 2006).

Onzekerheden

De emissies van broeikasgassen kunnen niet exact worden gemeten of berekend. Onzekerheden zijn daarom onvermijdelijk. Het MNP schat de onzekerheid in de jaarlijkse totale broeikasgasemissie op circa 5%. Dit is geschat op basis van informatie van emissie-experts in een eenvoudige analyse van de onzekerheid (volgens IPCC tier 1). De totale emissie van broeikasgassen ligt daarmee met 95% betrouwbaarheid tussen de 207 en 229 Tg (Mton). De onzekerheid in de emissietrend tussen het basisjaar (1990/1995) en 2004 is geschat op circa 3%-punt; dat wil zeggen dat de emissietrend met 95% betrouwbaarheid ligt tussen de -1 tot +5%. In het afgesproken boekhoudkundige systeem onder het Kyoto Protocol worden emissies bepaald op een van tevoren afgesproken manier en wordt een Partij daarop uiteindelijk ook afgerekend. Met de hiervoor genoemde onzekerheden in de emissiecijfers wordt in dat boekhoudkundige systeem geen rekening gehouden.

Referenties

  • Brandes, L.J., G.E.M. Alkemade, P.G. Ruyssenaars, H.H.J. Vreuls, P.W.H.G. Coenen (2006). Greenhouse Gas Emissions in the Netherlands 1990-2004. National Inventory Report 2006. MNP report 500080001/2006. MNP, Bilthoven (in prep).
  • MNP (2006). Milieubalans 2006. Milieu- en Natuurplanbureau, Bilthoven.
  • IPCC (2001). Good Practice Guidance and Uncertainty Management in National Greenhouse Gas Inventories. Intergovernmental Panel on Climate Change, Bracknell, UK.

Relevante informatie

  • Ministerie van VROM, 2006. Integrale afweging klimaatbeleid gericht op het halen van Kyoto - Kamerbrief van 13 april 2006.
  • Ministerie van VROM. Dossier Klimaatverandering.
  • In het Klimaatverdrag en Kyoto Protocol heeft Nederland zich verplicht tot reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Daartoe worden een aantal maatregelen uitgevoerd. Internationaal zijn ook eisen gesteld met betrekking tot monitoring en rapportage. De website www.broeikasgassen.nl geeft aan hoe Nederland de monitoring invult en geeft toegang tot de relevante rapporten.
  • Emissieregistratie (2006). Datawarehouse van de Emissieregistratie. MNP, Bilthoven; CBS, Voorburg; RIZA, Lelystad; EC-LNV, Den Haag; SenterNovem, Utrecht en TNO-MEP, Apeldoorn. Nieuwe emissiecijfers kunnen in december 2006 in detail worden opgevraagd. Verder is via deze site informatie beschikbaar over de methodieken voor het bepalen van emissiecijfers en informatie over wijzigingen in methodieken.
  • Van Dril, A.W.N. en H.E. Elzenga. (2005). Referentieramingen energie en emissies 2005-2020., RIVM rapportnr. 773001031/2005. ECN, Petten en MNP, Bilthoven.

Technische toelichting

Technische toelichting

IPCC-totaal (hier gepresenteerd) - Om internationaal beleid te kunnen voeren met als doel het tegengaan van het versterkt broeikaseffect is door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) een voorschrift opgesteld,aan de hand waarvan ieder land moet rapporteren (IPCC, 2001). De zo gerapporteerde emissies zijn tussen landen onderling vergelijkbaar en geven daardoor een betrouwbaarder beeld van mondiale emissies. De hier gepresenteerde cijfers zijn exclusief de CO2-emissies van veranderd landgebruik en bos-aanplant en -kap (LULUCF), de CO2-emissies van verbranding van biomassa en internationale brandstofbunkers.IPCC-totaal temperatuurgecorrigeerd - Het MNP stelt jaarlijks de Milieubalans op. Voor toetsing van het nationale beleid aan de Kyotodoelstelling wordt daarbij uitgegaan van het IPCC-emissiereeks. Om zicht te krijgen of het nationale beleid op de goede weg is, worden schommelingen door toevallige temperatuurswisselingen gecorrigeerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, Wageningen UR (2006). Emissie broeikasgassen in Nederland volgens IPCC, 1990-2004 (indicator 0165, versie 08 , 2 juni 2006 ). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

CLO.nl is een samenwerkingsverband van PBL, CBS en Wageningen UR.