Compendium voor de Leefomgeving
602 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Gezondheid en milieu

Gezondheidseffecten van fijn stof en ozon, 1992 - 2013

Luchtverontreiniging door fijn stof en ozon was in 2013 verantwoordelijk voor één tot anderhalf procent van de totale sterfte. Circa één procent van de spoedopnamen voor long- en hart- en vaataandoeningen in Nederland is het gevolg van kortdurende blootstelling aan fijn stof.

Jaarlijkse voortijdige sterfte door blootstelling aan fijn stof neemt af

Omdat de fijn stofniveaus sinds begin jaren negentig dalen, neemt ook de voortijdige sterfte door een kortdurende piekblootstelling sinds die tijd af. De voortijdige sterfte betreft hier een vermoede levensduurverkorting van enkele dagen tot weken. (MNP, 2005).
Begin jaren negentig overleden er per jaar naar schatting ruim 3000 mensen voortijdig als gevolg van een kortdurende piekblootstelling aan fijn stof, in 2013 waren dat er circa 1600.

Jaarlijkse voortijdige sterfte door blootstelling aan ozon neemt toe

In tegenstelling tot wat we zien bij fijn stof, is er voor de jaarlijkse voortijdige sterfte door kortdurende blootstelling aan ozon sprake van een stijgende trend. Dit weerspiegelt de stabilisering van de ozonniveaus in de buitenlucht.

  Totaal waarvan
  Nederland fijn stof (PM10)1) 3) ozon 2) 3)
       
Sterfte in 2013 aantal mensen    
Alle oorzaken 4) 134802 1630 1600
    (1300 - 1980) (1060 - 2130)
       
  w.v.luchtwegaandoeningen 12269 460 180
      (370 - 540) (0 - 350)
         
  w.v. COPD 5) 6584 230 140
      (160 - 290) (20 - 210)
         
  w.v. longontsteking 3463 140 90
      (100 - 180) (10 - 160)
  hart- en      
  vaataandoeningen 38463 320 400
      (160 - 470) (150 - 660)
Spoedopnamen in 2012*      
Alle luchtwegaandoeningen 81625 810 -
    (500 - 1140)  
       
Hart- en vaataandoeningen 102030 920 210
    (630 - 1170) (0 - 930)
       
1) Uitgaande van 24-uursgemiddelde fijn stofconcentraties.
2) Uitgaande van 8-uursgemiddelde ozonconcentraties (van 12 tot 20 uur).
3) tussen haakjes de onder- en bovengrens van het 95% betrouwbaarheidsinterval.
4) exclusief sterfgevallen met niet-natuurlijke doodsoorzaken.
5) "Chronic Obstructive Pulmonary Disease", hieronder vallen astma, chronische bronchitis en longemfyseem.
* Ten tijde van het opstellen van de tabel waren nog geen cijfers over ziekenhuisopnamen voor 2013 bekend
         
Bron: RIVM.  

Effecten van fijn stof en ozon op de gezondheid

Kortdurende blootstelling aan luchtverontreiniging door fijn stof en ozon was in 2013 verantwoordelijk voor 1 tot 1,5 procent van de totale voortijdige sterfte. Voor voortijdige sterfte door respiratoire en cardiovasculaire oorzaken was dit 1 tot 4 procent. Daarnaast was in 2012 circa 1 procent van de spoedopnamen voor long- en hart- en vaataandoeningen in Nederland het gevolg van kortdurende blootstelling aan fijn stof en circa 0,2 procent voor ozon. De omvang van de geschatte effecten geassocieerd met fijn stof zijn afgenomen, terwijl de geschatte effecten voor ozon toenemen.

Beleid luchtverontreiniging en gezondheid

Het beleid beoogt het voorkomen of verminderen van schadelijke effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid van mens en milieu. Voor een uitgebreide beschrijving van het beleid rondom fijn stof en ozon, zie:

Referenties

  • CBS. StatLine Doodsoorzaken
  • Vonk, J.M. and J.P. Schouten (2001). Daily emergency hospital admissions and air pollution in the Netherlands 1992-1999. Rijksuniversiteit Groningen 2002.
  • Fischer, P.H., C.B. Ameling, M. Marra (2005). Air pollution and daily mortality in the Netherlands over the period 1992 - 2002. RIVM, report 630400002/2005.
  • Fischer P; Marra M; Ameling C. (2015). Bestrijding van meerdere componenten blijft effectief gezondheidsbeleid - Risicoschattingen en trendanalyse tussen dagelijkse sterfte en luchtverontreinigingsniveaus in Nederland in 1992 t/m 2011. Tijdschrift Lucht, 1: 22 - 25, maart 2015.
  • Knol, A.B. en Staatsen, B.A.M. (2005). Trends in the environmental burden of disease in the Netherlands 1980 - 2020. RIVM, report 500029001/2005
  • MNP (2005). Fijn stof nader bekeken De stand van zaken in het dossier fijn stof. MNP rapport 500037008.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Gezondheidseffecten kortdurende blootstelling fijn stof en ozon

Omschrijving

Sterfte en ziekenhuisopnamen ten gevolge van dagelijkse variatie in fijn stof (PM10) en ozon en een weergave van de trend in sterfte 2009-2013.

Verantwoordelijk instituut

RIVM, Marten Marra en Paul Fischer

Berekeningswijze

Zie Knol en Staatsen (2005).
De getallen voor sterfte in 2013 en ziekenhuisopnamen in 2012 zijn gebaseerd op voorlopige cijfers. Definitieve cijfers zullen in het 4e kwartaal van 2015 door het CBS beschikbaar worden gemaakt. Naar verwachting zullen de definitieve cijfers nauwelijks afwijken van de voorlopige cijfers (mondelinge mededeling CBS).
Bij de berekeningen is gebruik gemaakt van dezelfde relatieve risico's zoals gebruikt in eerdere schattingen tbv het Compendium. In een trendanalyse bleek dat er geen tijdstrend in de relatieve risico's identificeerbaar was (Fischer et al., 2015) en voor de vergelijkbaarheid is daarom uitgegaan van de eerder gebruikte schatters.

Basistabel

Contactpersoon Paul Fischer / DMG
...DMG\aM&G\Update milieucompendium\MC2015\'Effecten 2009.xls' t/m 'Effecten 2013.xls' en 'alle jaren.xls')

Geografisch verdeling

Nederland

Achtergrondliteratuur

Vonk, J.M. and J.P. Schouten (2001). Daily emergency hospital admissions and air pollution in the Netherlands 1992-1999. Rijksuniversiteit Groningen 2002.
Fischer, P.H., C.B. Ameling, M. Marra (2005). Air pollution and daily mortality in the Netherlands over the period 1992 - 2002. RIVM, report 630400002/2005.
MNP (2005). Fijn stof nader bekeken De stand van zaken in het dossier fijn stof. MNP rapport 500037008.
Knol, A.B. en Staatsen, B.A.M. (2005). Trends in the environmental burden of disease in the Netherlands
1980 - 2020. RIVM, report 500029001/2005

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheidsintervallen rond de schattingen van sterfte en ziekenhuisopnames worden geheel bepaald door de betrouwbaarheidsintervallen rond de schattingen van de relatieve risico's uit de epidemiologische onderzoeken. Onzekerheid in de gemiddelde niveaus van fijn stof en ozon is niet in de berekeningen meegenomen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, Wageningen UR (2015). Gezondheidseffecten van fijn stof en ozon, 1992 - 2013 (indicator 0340, versie 11 , 13 mei 2015 ). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

CLO.nl is een samenwerkingsverband van PBL, CBS en Wageningen UR.