Compendium voor de Leefomgeving
603 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Milieukwaliteit en natuur

Bodem en biodiversiteit

Bodemdiversiteit draagt bij tot het behoud van levensprocessen in het algemeen en vormt daarom een belangrijk milieu-aandachtspunt. Duurzaam bodemgebruik draagt bij aan de gezondheid van ecosystemen.

Biodiversiteit en bodemfuncties

Iedere bodem bevat talloze soorten levende organismen, naast plantenwortels leven er grote aantallen onzichtbare bacteriën en schimmels tot veel meer ontwikkelde insecten en wormen in. Per hectare Nederlands landbouwgrond bevindt zich in de bovenste laag van 25 cm ongeveer 3000 kg (vers gewicht) aan bodemorganismen, overeenkomend met het gewicht van vier koeien. Ondergrondse organismen reageren onderling, met wortels van planten en met bovengrondse planten en dieren en vormen samen een complex web van biologische activiteit, een ecosysteem. De biodiversiteit in de bodem is een afspiegeling van deze complexe en gevarieerde gemeenschappen en een maat voor het goed functioneren hiervan.
De samenstelling en functies van biologische gemeenschappen in de bodem worden beïnvloed door fysische factoren zoals temperatuur, vochtigheidsgraad en zuurgraad, waarbij ook antropogene activiteiten zoals landbouw, bosbeheer en industriële vervuiling een rol spelen. Bodemorganismen leveren een bijdrage aan de volgende bodemfuncties en processen:

  • de koolstofkringloop, door de ontleding van organische resten in de bodem;
  • de mineralisatie van stikstof met vorming van voedingsstoffen;
  • de ontwikkeling en het behoud van de bodemstructuur;
  • bevorderen van de waterbalans, plantengroei en indirect beïnvloeden van de huisvesting van bovengrondse organismen;
  • het onschadelijk maken van organische verontreinigingen in de bodem en grondwater (van belang voor de drinkwatervoorziening);
  • het reguleren van populaties;
  • beschermen van planten tegen ziekten.


Bodemdiversiteit draagt bij tot het behoud van levensprocessen in het algemeen, en vormt daarom een belangrijk milieu-aandachtspunt, zoals vastgelegd in de Internationale Conventie van Biologische Diversiteit (CBD, 1994). Momenteel wordt in EU-verband gewerkt aan de Strategic Soil Initiative en later zal een European Soil Directive verschijnen.

Waarom is een duurzaam bodemgebruik gewenst

Vormen van bodemgebruik zijn: landbouw, bebouwing, recreatie, natuur, bosbouw, delfstofwinning en (ondergrondse) infrastructuur. Duurzaam (bodem)gebruik wordt gedefinieerd als een evenwichtige ontwikkeling waarbij de huidige doelen niet worden gerealiseerd ten koste van de behoeften van toekomstige generaties. Schade aan ecosystemen heeft op de lange termijn gevolgen voor economische en sociale ontwikkelingen. Vaak wordt het ecosysteem "passend" gemaakt voor direct gebruik door een snelle verbetering van een nutsfunctie, met als gevolg negatieve secondaire effecten op termijn. Bijvoorbeeld, een verlaging van de waterstand maakt woningbouw of landbewerking op korte termijn beter mogelijk. Negatieve gevolgen daarvan worden pas na jaren merkbaar: voor de ontwatering moeten steeds hogere kosten worden gemaakt, door de verdichting van de bodem gaat de kwaliteit van landbouwgrond achteruit, ook kunnen verzakking en verdroging, of langs de kust verzilting, voorkomen.
Andere voorbeelden zijn: het aanplanten van de verkeerde vegetatie, op daarvoor ongeschikte bodem, het ontwikkelen van industrieterreinen op schone gebieden, intensieve landbouw met een overmaat aan bestrijdingsmiddelen en meststoffen, de drooglegging van veengronden. Secundaire effecten van overbemesting resulteren in bedreiging voor de drinkwaterwinning door nitraat of mobilisatie van zware metalen uit de bodem, verstoring van de organische stofkringloop, vermindering van het plaagwerende vermogen van de bodem en ongewenste vegetatie in natuurgebieden.

Duurzaam bodemgebruik op ecologische grondslag

In de Beleidsbrief Bodem is duurzaam bodemgebruik op ecologische grondslag opgenomen op basis van het concept van de TCB (Wensink, 2003). Dit heeft als uitgangpunt "de gezondheid van het ecosysteem". Hiervoor wordt een aantal operationele criteria voor ieder soort bodemgebruik geformuleerd, zogenaamde "ecologische diensten": vruchtbaarheid, adaptatie en veerkracht, buffer- en reactorfunctie, biodiversiteit, ziekte- en plaagwering, fysieke bodemstructuur. Per soort bodemgebruik (landbouw, natuur, openbaar groen, moes/volkstuin, siertuin) is een andere combinatie van ecologische diensten het meest relevant. Bijvoorbeeld, voor de landbouwfunctie staan vruchtbaarheid en plaagwering van de bodem bovenaan., maar voor natuurgebieden is biodiversiteit belangrijker dan vruchtbaarheid. Een "ecologische dienst" zoals de buffer- en reactorfunctie (opslag en buffering van water, energie en stoffen) is belangrijker voor grootschalige landbouwproductie, dan voor een siertuin.

Ecologische beoordelingssystemen voor de bovengrond

Om de actuele toestand van de ecologische diensten te beschrijven worden een indicatorsysteem (een combinatie van biotische- en abiotische indicatoren) en beoordelingscriteria gebruikt. De voorbeelden van (vele) indicatorsystemen zijn:
Bodembiologische Indicator (Bobi), (Schouten et al, 2002)
Bodenbiologische Bodengüte-Klassen, (Römbke et al, 2000)
Natuurplanner (RIVM)

Multisectorale benadering

Ecosysteemgericht bodembeheer vereist integratie tussen verschillende beleidsterreinen (bodem, water, natuur, landbouw, ruimtelijke ordening). Hierbij spelen Nederlandse en internationale richtlijnen een rol, zoals NMP-4 (2001), VIJfde Nota ruimtelijke Ordening (Vijno), Europese Kaderrichtlijn Water (EU, 2000). Een multisectorale procesbenadering betekent de voortdurende afstemming tussen diverse beleidsterreinen (bodembescherming, ruimtelijke ordening, waterbeheer) op verschillende schaalniveau's (van gemeentelijk tot internationaal), waarbij beleidsvormen op elkaar afgestemd worden. De Rijksoverheid en de Europese Unie beheren de bodem en het ecosysteem op nationale en internationale schaal via de regelgeving en ruimtelijke ordening. Op lokaal niveau spelen lagere overheden en particuliere en semi-overheidsorganisaties een rol, zoals Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten en land- en tuinbouworganisaties.

Referenties

  • Wensink J., Technische Commissie Bodembescherming. Advies duurzaam bodemgebruik op ecologische grondslag (2003). TCB-rapport A33, den Haag.
  • Römbke et al, (2000). Bodenbiologische Bodengüte-Klassen. ECT Oekotoxikologie, Fraunhofer-Institut e.a. für Umwelt Bundesamt, rapport UBA-FB 000033.
  • Schouten AJ ; Bloem J ; Didden W ; Jagers op Akkerhuis G ; Keidel H ; Rutgers M A.(2002). Biologische Indicator 1999. Ecologische kwaliteit van graslanden op zandgrond. RIVM rapport 607604003, Bilthoven. (link naar het PDF-bestand)
  • Breure AM ; Rutgers M ; Bloem J ; Brussaard L ; Didden E ; Jagers op Akkerhuis G ; Mulder Ch ; Schouten AJ ; Wijnen HJ van, (2003). Ecologische bodemkwaliteit. RIVM-rapport nr.607604005, Bilthoven. (link naar het PDF-bestand)
  • Mulder Ch ; Wijnen HJ van ; Hollander HA den ; Schouten AJ ; Rutgers M ; Breure AM, (2004). Biodiversiteit en duurzaam bodemgebruik. RIVM-rapport nr. 607604006, Bilthoven. (link naar het PDF-bestand)
  • VROM - NMP4
  • Beleidsbrief bodem
  • Meer informatie over bodemverontreiniging is te vinden op de site van het Ministerie van VROM.

Relevante informatie

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, WUR (2005). Bodem en biodiversiteit (indicator 0512, versie 01 , 28 juni 2005 ). www.clo.nl. CBS, Den Haag; PBL, Den Haag en WUR, Wageningen.

Print pagina Download PDF
CLO.nl is een samenwerkingsverband van PBL, CBS en WUR.