Compendium voor de Leefomgeving
617 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Emissie naar lucht, water en bodem

Emissies door de zeescheepvaart, 1990-2015

De zeescheepvaart wordt niet meegenomen in de door Nederland gerapporteerde emissies in het kader van het NEC- en het Kyoto-protocol. Het is een relatief grote bron van verzurende stoffen die de luchtkwaliteit in Nederland in belangrijke mate kan beïnvloeden.

Aandeel in totale emissies op Nederlands grondgebied

De zeevaart heeft voor een drietal luchtverontreinigende stoffen een groot aandeel in de totale emissies op Nederlands grondgebied. Het betreft SO2, NOx en fijnstof (PM10). De aandelen daarvan in de totale emissies in 2015 bedragen respectievelijk 30, 31 en 14 procent. Hiervan wordt rond de 80% op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) uitgeworpen (CBS, 2017a).

Ontwikkeling emissie zwaveldioxide, stikstofoxiden en fijnstof

De emissies van SO2, NOx en fijn stof door de zeevaart zijn tot 2006 gestaag toegenomen door de toename van het scheepvaartverkeer en de toegenomen grootte van de schepen.
De zeevaart op het Nederlands Continentaal Plat en in de Nederlandse zeehavens heeft vanaf 2007 aanzienlijk minder luchtverontreiniging veroorzaakt dan in de jaren ervoor. Tussen 2006 en 2015 is de uitstoot van zwaveldioxide met 80 procent afgenomen, terwijl de uitstoot van fijnstof met 48 procent is verminderd. Ook bij stikstofoxiden is deze periode een daling zichtbaar, te weten met 22 procent.
De belangrijkste oorzaken van de flink lagere emissies zijn de lagere vaarsnelheden, waardoor minder brandstof wordt verbruikt en de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen voor schepen die varen op de Noordzee naar 1,5 procent. Vanaf 2015 is het maximale zwavelgehalte opnieuw drastisch verlaagd (zie hieronder).

MARPOL-verdrag

Door IMO, de internationale scheepvaartorganisatie, zijn beperkingen van het zwavelgehalte in stookolie opgesteld voor zeeschepen. Deze zijn opgenomen in het zogenaamde MARPOL-verdrag dat is opgesteld voor het voorkomen van verontreiniging door schepen (Noordzeeloket, 2010).
Op volle zee mag nu nog stookolie met maximaal 45 duizend ppm (parts per million) zwavel worden gebruikt. Vanaf 2012 mag dit gehalte niet hoger dan 35 duizend ppm zwavel zijn. Na 2020 moet dit gehalte dalen naar 5 duizend ppm zwavel. In 2008 en 2009 moesten schepen in zogenaamde emission control areas al voldoen aan een maximum limiet van 15 duizend ppm zwavel. Vanaf 2010 is deze limiet verscherpt tot maximaal 10 duizend ppm zwavel, en na 2015 is het maximum duizend ppm zwavel. Voorbeelden van deze emission control areas zijn de Noordzee en de Oostzee.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Emissies door de zeevaart

Omschrijving

Emissies van broeikasgassen (kooldioxide (CO2), methaan (CH4) en distikstofoxide (N2O))en emissies van verzurende en grootschalige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM10), vluchtige organische stoffen, exclusief methaan (VOS) en koolmonoxide (CO)) door de zeevaart

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking in de Emissieregistratie (Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-Waterdienst-Dienst Water en gebruik, Wageningen Universiteit-Alterra, Rijkswaterstaat-Leefomgeving, RVO, TNO, Deltares)

Berekeningswijze

De emissies door de zeescheepvaart vallen niet binnen de richtlijnen van de NEC Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

CBS-StatLine tabel Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; totalen.CBS-StatLine tabel Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; mobiele bronnen

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffenCirca 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In maart definitieve cijfers t-2; in augustus voorlopige cijfers t-1

Achtergrondliteratuur

Klein, J., et al. (2015). Methods for calculating emissions from transport in NL (achter Lucht/Verkeer en Vervoer/Methoderapporten Taakgroep Verkeer en Vervoer). Project Emissieregistratie (Engelstalig rapport met tabellenset).Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documentenBegrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

De emissies door de zeescheepvaart worden berekend volgens de methodiek van het project Emissieregistratie Scheepvaart van de voormalige Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) van Rijkswaterstaat (EMS, 2004). De methodiek voor de berekening van de emissies door zeevaart wordt verder summier worden beschreven in het Methodenrapport van de taakgroep Verkeer van de Emissieregistratie. De meest recente methodiekbeschrijving geeft het rapport Klein, J., et al. (Klein et al., 2015).

Betrouwbaarheidscodering

C (Gemiddeld; afhankelijk van emissieoorzaak en stof)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, Wageningen UR (2017). Emissies door de zeescheepvaart, 1990-2015 (indicator 0521, versie 21 , 17 mei 2017 ). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven en Wageningen UR, Wageningen.

CLO.nl is een samenwerkingsverband van PBL, CBS en Wageningen UR.