Landbouw en ruimte

Akkerbouw, tuinbouw en grasland: beteelde oppervlakten, 1980-2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Door toenemend ruimtegebruik ten behoeve van volkshuisvesting, industrie en wegenbouw neemt het oppervlak landbouwgrond af. Per toepassing van landbouwgrond treden er flinke verschillen op.

    1980 1990 1995 2000 2002 2003
               
    1 000 ha        
               
Akkerbouwgewassen 1) 710 805 796 806 824 814
w.o. granen 223 193 185 199 204 195
  knol- en wortelgewassen 2) 296 303 297 292 275 262
  groenvoedergewassen 141 208 225 212 220 223
               
Tuinbouwgewassen 3) 113 104 109 112 116 116
w.v. open grond 104 94 99 101 105 106
  onder glas 9 10 10 10 11 11
               
Gras   1 198 1 096 1 048 1 012 1 000 985
               
Totaal 2 015 2 000 1 953 1 930 1 940 1 915
             
Biologische landbouw . 7 13 26 36 .
               
Bron: CBS (2004). CBS/MC/mei04/0010
1) Vanaf 2002 valt natuurbraak en groenbraak onder akkerbouw; voorheen werden deze gronden niet als beteelde oppervlakten gezien.
2) Aardappelen, suiker- en voederbieten.
3) Vanaf 1986 excl. groen te oogsten erwten en poot- en plantuien.

Ontwikkeling areaal reguliere landbouw

De oppervlakte grasland maakt meer dan de helft uit van de oppervlakte cultuurgrond. Sinds 1980 is het areaal met 18% afgenomen. De oppervlakte snijmaïs (een groenvoedergewas) is sindsdien met 55% toegenomen. Door de ontginning van de IJsselmeerpolders kon de totale oppervlakte cultuurgrond tot 1960 toenemen. Daarna nam het areaal af onder invloed van een toenemend ruimtegebruik voor met name de volkshuisvesting, industrie en wegenbouw.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.