Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Biologische landbouw: aantal bedrijven en areaal, 1991-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2009 wordt op 2,2 procent van het Nederlandse landbouwareaal biologisch geboerd. Tussen 2007 en 2009 is het areaal biologische landbouwgrond met 3 209 hectare (8,1 procent) toegenomen. Flevoland, Gelderland, Friesland en Noord-Brabant hebben het grootste areaal biologische landbouw. Van het totaal aantal biologische landbouwbedrijven is bijna de helft een graasdierbedrijf.

Areaal biologische landbouwgrond neemt langzaam toe

De sterke groei van het areaal biologische landbouwgrond aan het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw zet zich vanaf 2004 niet verder door. In de periode 2004-2009 is er sprake van een geringe toename van het areaal. In 2009 is er bijna 43 duizend hectare biologische landbouwgrond in Nederland. Dit is 3 208 hectare meer dan in 2007.

Areaal per provincie

In 2009 hebben de provincies Flevoland (15 procent), Gelderland (14 procent), Friesland (12 procent) en Noord-Brabant (11 procent) het grootste aandeel in het totale areaal biologische landbouwgrond in Nederland. Het biologisch areaal is in mindere mate aanwezig in Limburg (2 procent), Zeeland (3 procent) en Utrecht (5 procent). De andere zes provincies dragen elk zo'n 6 à 9 procent bij.

Biologische landbouw in andere Europese landen

In 2009 bedraagt het aandeel van de biologische landbouw in het totale Nederlandse landbouwareaal 2,2 procent. In vergelijking met andere Europese landen is de biologische landbouwsector in ons land klein. In 2007 was het aandeel biologische landbouwgrond in het totale landelijke landbouwareaal flink groter in Oostenrijk (11,7 procent), Zweden (9,9 procent) en Italië (9,0 procent) (Eurostat, 2010).

Vooral graasdierbedrijven

In 2009 zijn er 1 236 biologische landbouwbedrijven. Bijna de helft van deze biologische bedrijven zijn bedrijven waar graasdieren worden gehouden: runderen, schapen, geiten, paarden en pony's.

Certificering

Bij de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn er voorschriften voor het gebruik van krachtvoer en diergeneesmiddelen en voor de mogelijkheid voor dieren om naar buiten te gaan. Een landbouwbedrijf mag pas de producten als biologisch verkopen als het een omschakelingsperiode van één tot twee jaar heeft ondergaan en aan de normen van een biologisch certificeringsinstantie heeft voldaan.

Beleid

Voor de periode 2008-2011 heeft de overheid twee nieuwe ambities met daarbij zes doelstellingen geformuleerd ten aanzien van de ontwikkeling van de biologische landbouw in Nederland (LNV, 2007). Hiertoe behoren onder andere de volgende doelstellingen:

  • Jaarlijks 10 procent groei in de consumentenbestedingen aan biologische voedingsmiddelen;
  • Jaarlijks 5 procent groei in het biologisch areaal.

Referenties

Relevante informatie

  • Ook bij Biologica is er veel informatie te vinden over biologische landbouw.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Biologische landbouw: aantal bedrijven en areaal

Omschrijving

Het aantal bedrijven en het areaal biologische landbouw naar sector. Het betreft het totaal van gecertificeerde bedrijven en bedrijven in overgang naar een biologische bedrijfsvoering.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek

Berekeningswijze

Tot en met 2004 zijn de cijfers jaarlijks door het CBS samengesteld op basis van de Landbouwtelling én een aanvullende enquête onder biologische boeren. In 2005 is de aanvullende enquête afgeschaft om de administratieve lastendruk bij de boeren te verlagen. De cijfers over 2005 en 2006 zijn samengesteld louter op basis van de Landbouwtelling. Zonder een aanvullende enquête zijn deze cijfers minder nauwkeurig dan de cijfers van 2004 en eerder. De cijfers over 2007 en 2009 zijn door het CBS samengesteld op basis van de Landbouwtelling en aanvullende informatie uit het SKAL-register met biologische landbouwbedrijven.Uit de Landbouwtelling worden gegevens verkregen over de populatie bedrijven met een biologische productiewijze. De Landbouwtelling is een integrale enquête onder alle 90 duizend Nederlandse landbouwbedrijven met een economische omvang van 3 NGE (Nederlandse Grootte Eenheid) of meer. De peildatum van de telling is 1 april. Het artikel Landbouwtelling (CBS, 2006) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Basistabel

StatLine: Biologische landbouw - Aantallen bedrijven, arealen gewas en veestapel.

Geografisch verdeling

Er zijn gegevens voor Nederland en per provincie.

Andere variabelen

Voor de jaren t.e.m. 2004 zijn er gegevens over aantal bedrijven naar hoofdbedrijfstype, naar bedrijfsgrootte, naar leeftijd bedrijfshoofd en naar grondgebruik. Verder zijn er gegevens over de oppervlakten landbouwgrond naar grondgebruik, hoofdbedrijfstype en bedrijfsgrootte. Tenslotte zijn er per sector gegevens over het aantal bedrijven en oppervlakte landbouwgrond per gewas en aantal stuks vee.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Opmerking

De hier gepresenteerde CBS-cijfers over biologische landbouw omvatten alleen de bij landbouwbedrijven aanwezige arealen (dus niet die van natuurbeheerders e.d.). Andere organisaties (SKAL, LEI, Eurostat) nemen deze gronden wel mee in hun areaalcijfers over biologische landbouw.

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale enquête) voor de jaren 1991 t.e.m. 2004. D (schatting op basis van een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake) voor de jaren 2005 en 2006. C (schatting op basis van een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd) voor het jaar 2007 en 2009.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Biologische landbouw: aantal bedrijven en areaal, 1991-2009 (indicator 0011, versie 09 , 22 juni 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.