Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Biologische landbouw: aantal bedrijven en areaal, 1991-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2010 telt Nederland 46 duizend hectare biologische landbouwgrond, 6,7 procent meer dan het jaar ervoor. Daarmee wordt op 2,4 procent van het totale landbouwareaal biologisch geboerd. Ruim 40 procent van de biologische landbouwbedrijven is een graasdierbedrijf.

Areaal biologische landbouwgrond neemt langzaam toe

De sterke groei van het areaal biologische landbouwgrond aan het einde van de jaren negentig van de vorige eeuw zet zich vanaf 2004 niet verder door. Tussen 2004 en 2010 is er sprake van slechts een geringe toename van het areaal. In 2010 is er bijna 46 duizend hectare biologische landbouwgrond in Nederland. Dit is 2 870 hectare (6,7 procent) meer dan in 2009.

Areaal per provincie

In 2010 hebben de provincies Flevoland (15 procent), Gelderland (14 procent) en Friesland (11 procent) het grootste aandeel in het totale areaal biologische landbouwgrond in Nederland. Het biologisch areaal is in mindere mate aanwezig in Limburg (2 procent), Zeeland (3 procent) en Utrecht (4 procent). De andere zes provincies dragen elk zo'n 6 à 9 procent bij.

Vooral graasdierbedrijven

In 2010 zijn er 1 250 biologische landbouwbedrijven. Op bijna de helft (44 procent) van de biologische bedrijven worden graasdieren gehouden: runderen, schapen, geiten, paarden en pony's. Van de overige biologische bedrijven is 14 procent combinatiebedrijf (gemengd bedrijf), 13 procent akkerbouwbedrijf, 14 procent tuinbouwbedrijf, 10 procent hokdierbedrijf en 6 procent blijvend teeltbedrijf. In de gangbare landbouw gaat het in 53 procent van de gevallen om graasdierbedrijven, gevolgd door akkerbouwbedrijven met 17 procent, tuinbouwbedrijven met 14 procent, hokdierbedrijven met 9 procent, combinatiebedrijven met 5 procent en blijvende teeltbedrijven met 3 procent. In de biologische land- en tuinbouw komt het combinatiebedrijf dus bijna driemaal zo vaak voor.

Spreiding van de bedrijven

De landelijke spreiding van de biologische bedrijven volgt ruwweg de landelijke spreiding van alle (biologische en gangbare) bedrijven samen. De grootste verschillen zijn te vinden in de provincies Flevoland, Limburg en Zeeland. In Flevoland is het aandeel van de biologische bedrijven bijna driemaal zo groot als het aandeel van de gangbare bedrijven. In Limburg en Zeeland is het aandeel van de gangbare bedrijven (ruim) tweemaal zo groot als het aandeel van de biologische bedrijven.

Certificering

Bij de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast zijn er voorschriften voor het gebruik van krachtvoer en diergeneesmiddelen en voor de mogelijkheid voor dieren om naar buiten te gaan. Een landbouwbedrijf mag pas de producten als biologisch verkopen als het een omschakelingsperiode van één tot twee jaar heeft ondergaan en aan de normen van een biologisch certificeringsinstantie heeft voldaan.

Beleid

Voor de periode 2008-2011 heeft de overheid twee nieuwe ambities met daarbij zes doelstellingen geformuleerd ten aanzien van de ontwikkeling van de biologische landbouw in Nederland (LNV, 2007). Hiertoe behoren onder andere de volgende doelstellingen:

  • Jaarlijks 10 procent groei in de consumentenbestedingen aan biologische voedingsmiddelen;
  • Jaarlijks 5 procent groei in het biologisch areaal.

Biologische landbouw in andere Europese landen

In 2010 bedraagt het aandeel van de biologische landbouw in het totale Nederlandse landbouwareaal 2,4 procent. In vergelijking met andere Europese landen is de biologische landbouwsector in ons land klein. In 2009 was het aandeel biologische landbouwgrond in het totale landelijke landbouwareaal flink groter in Oostenrijk (18,5 procent), Zweden (12,8 procent), Estland (11,0 procent) en Tsjechië (10,6 procent) (Eurostat, 2011).

Referenties

Relevante informatie

  • Ook bij Biologica is er veel informatie te vinden over biologische landbouw.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Biologische landbouw: aantal bedrijven en areaal

Omschrijving

Deze indicator geeft een overzicht van het aantal bedrijven en het areaal biologische land- en tuinbouw naar sector, alsmede een overzicht van de locaties van biologische landbouwbedrijven naar sector. Als sectoren worden zes hoofdbedrijftypes onderscheiden: tuinbouwbedrijven, blijvende teelbedrijven, hokdierbedrijven, akkerbouwbedrijven, graasdierbedrijven en combinatiebedrijven.Biologische land- en tuinbouwbedrijven zijn bedrijven die (gedeeltelijk) een door Skal gecontroleerde biologische productiewijze toepassen en/of (gedeeltelijk) in omschakeling zijn naar een gecontroleerde biologische productiewijze.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Aantal bedrijven en areaalTot en met 2004 zijn de cijfers over het aantal bedrijven en het areaal biologische landbouwgrond jaarlijks door het CBS samengesteld op basis van de Landbouwtelling en een aanvullende enquête onder biologische boeren. In 2005 is de aanvullende enquête afgeschaft om de administratieve lastendruk bij de boeren te verlagen. De cijfers over 2005 en 2006 zijn samengesteld louter op basis van de Landbouwtelling. Zonder een aanvullende enquête zijn deze cijfers minder nauwkeurig dan de cijfers van 2004 en eerder. De cijfers vanaf 2007 zijn door het CBS samengesteld op basis van de Landbouwtelling en aanvullende informatie uit het SKAL-register met biologische landbouwbedrijven.Uit de Landbouwtelling worden gegevens verkregen over de populatie bedrijven met een biologische productiewijze. De Landbouwtelling is een integrale enquête onder alle Nederlandse landbouwbedrijven met een economische omvang boven een zekere drempelwaarde. Die drempelwaarde is 3 NGE (Nederlandse Grootte Eenheid) tot en met het peiljaar 2009, en 3000 euro SO (Standaard Opbrengst) vanaf peiljaar 2010. De peildatum van de telling is 15 mei (van het referentiejaar) voor de gewassen en 1 april (van het referentiejaar) voor de dieren en overige variabelen. Het artikel Landbouwtelling (CBS, 2006) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.Locaties van bedrijvenVoor het bepalen van de locatie van biologische bedrijven is gebruik gemaakt van de postcode-huisnummer-combinaties van de administratieve adressen (aanschrijfadressen) van de land- en tuinbouwbedrijven in de Landbouwtelling. De X- en Y-coördinaten zijn vervolgens overgenomen uit het ACN-bestand van het Kadaster (ACN = Adrescoördinaten Nederland). Het ACN-bestand bevat de X- en Y-coördinaten van alle postafgiftepunten van TNT Post. Aan administratieve adressen buiten Nederland en aan postbus-adressen konden op deze manier geen X- en Y-coördinaten toegekend worden. Het ACN-bestand bevat alle postadressen in Nederland, maar heeft nog geen complete dekking. Waar mogelijk zijn ontbrekende X- en Y-coördinaten geïmputeerd door te "hotdecken", waarbij in dit geval de ontbrekende coördinaten werden vervangen door het gemiddelde van de coördinaten van de adressen van de directe buren, die dan wel dezelfde postcode moeten hebben.

Basistabel

StatLine: Biologische landbouw - Aantallen bedrijven, arealen gewas en veestapel (voor gegevens tot en met 2004).

Geografisch verdeling

Er zijn gegevens voor Nederland, landsdelen, provincies, COROP-gebieden, landbouwgebieden en groepen van landbouwgebieden

Andere variabelen

Voor de jaren t.e.m. 2004 zijn er gegevens over aantal bedrijven naar hoofdbedrijfstype, naar bedrijfsgrootte, naar leeftijd bedrijfshoofd en naar grondgebruik. Verder zijn er gegevens over de oppervlakten landbouwgrond naar grondgebruik, hoofdbedrijfstype en bedrijfsgrootte. Tenslotte zijn er per sector gegevens over het aantal bedrijven en oppervlakte landbouwgrond per gewas en aantal stuks vee.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Opmerking

De hier gepresenteerde CBS-cijfers over biologische landbouw omvatten alleen de bij landbouwbedrijven aanwezige arealen (dus niet die van natuurbeheerders e.d.). Andere organisaties (SKAL, LEI, Eurostat) nemen deze gronden wel mee in hun areaalcijfers over biologische landbouw.

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale enquête) voor de jaren 1991 t.e.m. 2004. D (schatting op basis van een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake) voor de jaren 2005 en 2006. C (schatting op basis van een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd) voor het jaar 2007, 2009 en 2010. A (integrale enquête) voor de gegevens over de locatie van bedrijven (afgezien van incomplete dekking ACN).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Biologische landbouw: aantal bedrijven en areaal, 1991-2010 (indicator 0011, versie 10 , 29 juni 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.