Milieukwaliteit en natuur

Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2020

Vanwege droogte in het groeiseizoen van het jaar 2020, steeg het watergebruik ten opzichte van 2019. De afgelopen drie jaren (2018-2020) zijn relatief droge jaren waarbij het watergebruik hoger ligt. Irrigatie vraagt het meeste water op de land- en tuinbouwbedrijven.

Watergebruik piekte twee jaar op een rij

Het watergebruik in de land- en tuinbouw was in 2020 36 procent hoger dan in 2003, wat ook een droge zomer was. De hoeveelheid water die wordt gebruikt in een bepaald jaar wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoeveelheid neerslag en dan met name in het groeiseizoen van april tot en met september. In de periode 2018-2020 was de neerslag in die perioden zeer laag, hetgeen verklaart waarom het watergebruik in de periode 2018-2020 zo uitzonderlijk hoog was. Regionaal kunnen er dan ook nog eens verschillen optreden.

Veehouderij gebruikt meeste leidingwater

De veehouderij gebruikt het meeste leidingwater per bedrijf. Leidingwater voorzag in 2020 voor 16 procent in de totale waterbehoefte van veeteeltbedrijven. Het leidingwater wordt met name gebruikt voor het drenken van vee en schoonmaakactiviteiten.
Het leidingwatergebruik door de gehele landbouwsector is door de tijd heen veel constanter dan bijvoorbeeld het gebruik van grondwater. Grond- en oppervlaktewater wordt onder andere gebruikt voor irrigatie, ofwel beregening. Bij lage neerslagsommen, met name in het groeiseizoen, is er dan vanzelfsprekend ook meer irrigatiewater nodig.

Beregening: belangrijke vorm van gebruik

Beregening is een belangrijke vorm van gebruik van water in de land- en tuinbouw. Beregening vindt plaats op grasland, in de akkerbouw (aardappelen, suikerbieten en snijmaïs), tuinbouw op de open grond en in de glastuinbouw. Verder wordt water gebruikt als reinigingswater en als drinkwater voor de landbouwhuisdieren.

Droge perioden in het groeiseizoen zorgen voor hoger watergebruik

Beregening wordt toegepast in perioden wanneer de vochtvoorraad in de bodem onvoldoende wordt aangevuld door neerslag of vanuit het grondwater.
Hoge jaar verbruiken van water zijn over het algemeen toe te schrijven aan droge groeiseizoenen. Voorbeelden hiervan waren 2003, 2006 en 2018. Door het droge groeiseizoen in 2020 werd ruim 354 duizend ha minimaal éénmaal beregend; in eerdere jaren schommelde dat tussen de 50 en 175 duizend ha met een piek in 2018 van bijna 300 duizend ha.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Watergebruik in de land- en tuinbouw

Omschrijving

Het jaarlijks watergebruik (leidingwater, gietwater, grondwater en oppervlaktewater) door bedrijven in de land- en tuinbouw (akkerbouw, tuinbouw, fruitteelt, veehouderij en gemengde bedrijven).

Verantwoordelijk instituut

Wageningen Economic Research (WEcR) ; CBS

Berekeningswijze

Met ingang van 2010 is de NGE (Nederlandse Grootte Eenheid) komen te vervallen. In plaatst daarvan wordt nu uitgegaan van de SO (Standaard Output). Was de NGE een genormeerd saldo, de SO is een genormeerde omzet uitgedrukt in euro's. Kosten (toegerekende) worden dus niet meer in ogenschouw genomen. Voor de berekeningen rondom het watergebruik heeft dit tot gevolg dat bedrijven een andere typering kunnen krijgen in 2010 dan voorheen zonder dat de bedrijfsopzet daadwerkelijk is veranderd, en bedrijven een andere genormeerde bedrijfsomvang krijgen zonder dat de daadwerkelijke bedrijfsomvang is veranderd. Hierdoor kunnen bedrijven die voorheen te klein waren om binnen het steekproefkader te vallen in 2010 wel binnen dit kader vallen en andersom. De gehele reeks is herberekend op basis van de SO. Voor een beschrijving van de gevolgde methodiek wordt verwezen naar Meer, R.W. van der (2020).

Basistabel

Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2020 (Meer, R.W. van der, 2022).
Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2019 (Meer, R.W. van der, 2021).
Watergebruik in de land- en tuinbouw 2017 en 2018 (Meer, R.W. van der, 2020).
Watergebruik in de land- en tuinbouw 2015 en 2016 (Meer, R.W. van der, 2018).
Watergebruik in de agrarische sector 2013 en 2014 (Meer, R.W. van der, 2016).

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Watergebruik in de agrarische sector 2001-2011, naar stroomgebied (Meer, R.W. van der, 2013).

Opmerking

Het waterverbruik ten behoeve van irrigatie voor de jaren 2001 en 2002 is gebaseerd op het verbruik in 2004. Op basis van neerslaggegevens van het KNMI is 2004 het jaar dat de neerslag in de periode april tot en met augustus in 2001 en 2004 die in 2004 het dichtste benadert.

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2020 (indicator 0014, versie 16 , 14 juni 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.