Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het jaar 2007 had een relatief nat groeiseizoen. Het gemiddelde watergebruik was in 2007 bijna de helft van het watergebruik in het droge groeiseizoen van 2006, maar ongeveer gelijk aan die van 2004 en 2005.

Akkerbouw, veehouderij en gemengde bedrijven gebruiker minder in 2007

In 2007 is bijna twee keer zo weinig water gebruikt als in 2006 maar ongeveer evenveel als in de jaren 2004 en 2005. Er is in 2007 ten opzichte van 2006 vooral minder grondwater gebruikt. Vooral was er minder grond- en oppervlaktewater nodig voor irrigatie in de akkerbouw en grondwater ten behoeve van de veehouderij.

Beregening de belangrijkste vorm van gebruik

Beregening is de belangrijkste vorm van gebruik van water in de land- en tuinbouw. Beregening vindt plaats op grasland, in de akkerbouw (aardappelen, suikerbieten en snijmaïs), tuinbouw op de open grond en de glastuinbouw. Verder wordt water gebruikt als reinigingswater en als drinkwater voor de landbouwhuisdieren. Omdat in 2007 vooral in de maanden mei (in mindere mate juni) en juli veel neerslag viel, was er minder water nodig voor irrigatie. April was echter extreem droog.

Droge perioden in het groeiseizoen zorgen voor hoger watergebruik

Beregening wordt toegepast in perioden wanneer de vochtvoorraad in de bodem onvoldoende wordt aangevuld door neerslag of vanuit het diepere grondwater.
Hoge verbruiken van water zijn over het algemeen toe te schrijven aan droge groeiseizoenen. Voorbeelden hiervan waren 2003 (met alleen mei aan de natte kant; februari, maart, juni, juli en augustus waren te droog) en 2006 (met februari, maart, mei en vooral augustus aan de natte kant; april en vooral juni en juli waren te droog).

Referenties

  • LEI (2009). Bedrijven-Informatienet. Landbouw-Economisch Instituut, Den Haag.
  • Veen, H. van der (2009) Waterverbruik in de argrarische sector 2001-2007. Rapport, projectcode 31694, juli 2009, Landbouw-Economisch Instituut, Den Haag.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Watergebruik in de land- en tuinbouw

Omschrijving

Het jaarlijks watergebruik (leidingwater, gietwater, grondwater en oppervlaktewater) door bedrijven in de land- en tuinbouw (akkerbouw, tuinbouw, fruitteelt, veehouderij en gemengde bedrijven)

Verantwoordelijk instituut

Landbouw-Economisch Instituut

Berekeningswijze

Voor een beschrijving van de gevolgde methodiek wordt verwezen naar Veen, H. van der (2009).

Basistabel

n.v.t.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie Veen, H. van der (2009).

Opmerking

Het is niet mogelijk om op basis van het Bedrijven Informatienet van het LEI een directe uitspraak te doen over het watergebruik van de gehele sector. Hierbij spelen de volgende punten een rol: a) het informatienet betreft een steekproef waarbij de grote bedrijven (>1200 EGE, Europese Grootte Eenheid) en kleine bedrijven (<16 EGE) niet gerepresenteerd zijn; b) niet bij alle bedrijfstypes is het leiding- en gietwaterverbruik vastgelegd; c) pas vanaf 2003 is het watergebruik. ten behoeve van irrigatie beschikbaar en d) de visserijsector heeft helemaal geen hoeveelheid water vastgelegd.Om toch een goed beeld te schetsen van het watergebruik in de agrarische sector zijn de volgende stappen doorlopen: bij bedrijfstypes die geen of te weinig MVO steekproefbedrijven hebben (afgeleid van het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), is het watergebruik geschat aan de hand van het verbruik per ege in het voorgaande jaar, danwel het gebruik per ege van de sector waar het betreffende bedrijfstype is ingedeeld. Vervolgens is per bedrijfstype berekend welk deel van de productiecapaciteit (uitgedrukt in ege) niet gerepresenteerd is. Voor elk bedrijfstype betreft dit landbouwtellingsbedrijven die ofwel te groot zijn, ofwel te klein. Daarnaast geldt voor een klein aantal bedrijfstypes dat er geen bedrijven volgens de MVO-variant worden vastgelegd. Bij die bedrijfstypes wordt er bijgeschat aan de hand van het gemiddelde gebruik per ege.Het waterverbruik ten behoeve van irrigatie voor de jaren 2001 en 2002 is gebaseerd op het verbruik in 2004. Op basis van neerslaggegevens van het KNMI is 2004 het jaar dat de neerslag in de periode april tot en met augustus in 2001 en 2004 die in 2004 het dichtste benadert.De gegevens van 2001 en later zijn niet geheel te vergelijken met de gegevens die eerder in het Milieu- en Natuurcompendium zijn gepubliceerd. Er hebben toen geen bijschattingen plaatsgevonden voor kleine en grote bedrijven. Wel werden alle bedrijfstypes gerepresenteerd bij het leidingwatergebruik. Verder waren geen gegevens beschikbaar voor de beregening bij tuinbouwbedrijven.Gietwater is gezuiverd oppervlaktewater, van mindere kwaliteit dan drinkwater.Sinds 2007 zijn de cijfers, met terugwerkende kracht, iets aangepast. De methodiek met betrekking tot drenking is aangescherpt. Details hierover zijn te vinden in Van der Veen (2009).

Betrouwbaarheidscodering

C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2007 (indicator 0014, versie 06 , 14 augustus 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.