Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2014

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het watergebruik in 2013 en 2014 was ongeveer gemiddeld voor de periode vanaf 2001 tot 2014. Irrigatie en het drenken van vee vragen het meeste water op de land- en tuinbouwbedrijven.

Ongeveer gemiddeld watergebruik in 2013 en 2014

In 2013 en 2014 werd ongeveer gemiddeld water gebruikt in de land- en tuinbouw, wanneer je de periode 2001-2014 beschouwd. De hoeveelheid water dat wordt gebruikt in een bepaald jaar wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoeveelheid neerslag dat valt en dan met name in het groeiseizoen. Lokaal kunnen er dan ook nog eens aanzienlijke verschillen optreden. Zo waren neerslaghoeveelheden in de maanden maart en april in 2014 met name in het stroomgebied van de Maas zeer laag, en in juli en augustus erg hoog.

Veehouderij gebruikt meeste leidingwater

De veehouderij gebruikte het meeste leidingwater, vooral voor drenking van het vee. Leidingwater voorzag in 2014 voor ruim 50% in de totale waterbehoefte. Leidingwater wordt gebruikt voor het drenken van vee en schoonmaakactiviteiten. Het leidingwatergebruik is door de tijd heen veel constanter dan bijvoorbeeld het gebruik van grondwater. Grond- en oppervlaktewater wordt onder andere gebruikt voor irrigatie. Bij hogere neerslagsommen is er vanzelfsprekend ook minder irrigatiewater nodig.

Beregening: belangrijke vorm van gebruik

Beregening is een belangrijke vorm van gebruik van water in de land- en tuinbouw. Beregening vindt plaats op grasland, in de akkerbouw (aardappelen, suikerbieten en snijmaïs), tuinbouw op de open grond en de glastuinbouw. Verder wordt water gebruikt als reinigingswater en als drinkwater voor de landbouwhuisdieren.

Droge perioden in het groeiseizoen zorgen voor hoger watergebruik

Beregening wordt toegepast in perioden wanneer de vochtvoorraad in de bodem onvoldoende wordt aangevuld door neerslag of vanuit het diepere grondwater.
Hoge verbruiken van water zijn over het algemeen toe te schrijven aan droge groeiseizoenen. Voorbeelden hiervan waren 2003 (met alleen mei aan de natte kant; februari, maart, juni, juli en augustus waren te droog) en 2006 (met februari, maart, mei en vooral augustus aan de natte kant; april en vooral juni en juli waren te droog). Door de droge zomer in 2013 werd ruim 300 duizend ha beregend; in 2014 was dit 180 duizend ha.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Watergebruik in de land- en tuinbouw

Omschrijving

Het jaarlijks watergebruik (leidingwater, gietwater, grondwater en oppervlaktewater) door bedrijven in de land- en tuinbouw (akkerbouw, tuinbouw, fruitteelt, veehouderij en gemengde bedrijven)

Verantwoordelijk instituut

Landbouw-Economisch Instituut

Berekeningswijze

Met ingang van 2010 is de NGE (Nederlandse Grootte Eenheid) komen te vervallen. In plaatst daarvan wordt nu uitgegaan van de SO (Standaard Output). Was de NGE een genormeerd saldo, de SO is een genormeerde omzet uitgedrukt in euro's. Kosten worden dus niet meer in ogenschouw genomen. Voor de berekeningen rondom het watergebruik heeft dit tot gevolg dat:bedrijven een andere typering kunnen krijgen in 2010 dan voorheen zonder dat de bedrijfsopzet daadwerkelijk is veranderd, en bedrijven een andere genormeerde bedrijfsomvang krijgen zonder dat de daadwerkelijke bedrijfsopzet is veranderd. Hierdoor kunnen die voorheen te klein waren om binnen het steekproefkader te vallen in 2010 wel binnen dit kader vallen en andersom.De gehele reeks is herberekend op basis van de SO.Voor een beschrijving van de gevolgde methodiek wordt verwezen naar Meer, R. van der (2014) Waterverbruik in de agrarische sector 2001-2012, naar stroomgebied. Landbouw-Economisch Instituut, Den Haag.

Basistabel

Meer, R van der (2016). Watergebruik in de agrarische sector 2013 en 2014. Nota 2016-081, Wageningen Economic Research, Wageningen.

Geografisch verdeling

Stroomgebied, Nederland

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Zie Meer, R. van der (2014) Waterverbruik in de agrarische sector 2001-2012, naar stroomgebied. Landbouw-Economisch Instituut, Den Haag.

Opmerking

Het waterverbruik ten behoeve van irrigatie voor de jaren 2001 en 2002 is gebaseerd op het verbruik in 2004. Op basis van neerslaggegevens van het KNMI is 2004 het jaar dat de neerslag in de periode april tot en met augustus in 2001 en 2004 die in 2004 het dichtste benadert.

Betrouwbaarheidscodering

C (Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2016). Watergebruik in de land- en tuinbouw, 2001-2014 (indicator 0014, versie 12 , 6 oktober 2016 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.