Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Binnenlands energieverbruik per energiedrager, 1990-2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het totale binnenlandse energieverbruik is in 2006 met 2,4 procent gedaald ten opzichte van 2005.

    1990 1995 2000 2005 2006 w.v.    
              als brandstof in als
              warmte-kracht-installa-ties1) ovens, ketels, kachels, etc. grondstof of als inzet voor omzetting in andere producten 2)
                   
    PJ              
                   
Totaal 2 734 2964 3 065 3 311 3 233 405 2 172 655
                   
Steenkool en steenkoolproducten 374 375 329 342 325 228 22 75
                   
Aardolie en aardolieproducten 975 997 1 073 1 249 1 221 41 724 456
w.v. aardolie-grondstoffen 2 216 2 678 2 647 2 687 2 622 - - 2 622
  zware stookolie -391 -439 -373 -422 -413 1 8 -422
  LPG 60 36 15 1 -6 - 20 -26
  overige aardolie-producten -910 -1 279 -1 216 -1 017 -982 40 697 -1 719
                   
Aardgas 1 290 1 451 1 469 1 480 1 435 544 784 108
Elektriciteit 34 44 73 75 88 -330 389 29
Stoom en/of warm water 59 94 116 159 156 -82 250 -12
Fermentatiegas 2 6 6 6 7 4 2 0
                   
Bron: CBS (2007). CBS/MNC/jan08/0054
1) Voor omzetting in elektriciteit, stoom en/of warm water.
2) Inclusief verliezen bij omzetting.
NB. De negatieve getallen in de tabel (vooral bij stookolie en overige aardolieproducten) duiden op productie van deze energiedragers uit andere energiedragers.

Ontwikkeling binnenlands energieverbruik

Als energiedragers worden voornamelijk aardolie, aardgas en steenkool ingezet. Behalve voor de productie van energie worden energiedragers, met name aardolie, ook als grondstof voor chemische producten gebruikt.
In 2006 is het totale binnenlandse energieverbruik met 2,4 procent afgenomen in vergelijking met het jaar ervoor. De daling trad over de gehele lijn van energiedragers op, met uitzondering van elektriciteit.
Het elektriciteitsverbruik in 2006 ligt ruim 17 procent hoger dan het jaar ervoor.
Doordat er in 2006 meer elektriciteit is ingevoerd vanuit het buitenland, nam de inzet van steenkool voor de productie van elektriciteit in elektriciteitscentrales af. Het verbruik van steenkool en steenkoolproducten is hierdoor in 2006 met 5 procent gedaald.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het Nederlandse energieverbruik is opgenomen in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Binnenlands energieverbruik per energiedrager.

Omschrijving

Het totale energieverbruik in Nederland per energiedrager. Voor het meest recente jaar is het energieverbruik eveneens uitgesplitst naar wijze van inzet ('brandstof in warmtekrachtinstallaties', 'brandstof in ovens, kachels en dergelijke', 'grondstof en inzet voor de omzetting in andere producten').

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek.

Berekeningswijze

Berekening op basis van enkele maand- en kwartaalenquêtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als Tennet, Gasunie en EnergieNed.

Basistabel

StatLine: Energiebalans (CBS, 2007a).

Geografisch verdeling

Nederland.

Andere variabelen

Er zijn gegevens per energiedrager voor een groot aantal energiebalansposten (zoals winning, invoer, verbruik, verbruikssaldo energiebedrijven, verbruikssaldo energieafnemers, uitvoer, bunkers) en economische sectoren.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Het artikel Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2007b) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.

Betrouwbaarheidscodering

B (Schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Binnenlands energieverbruik per energiedrager, 1990-2006 (indicator 0054, versie 08 , 25 januari 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.