Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Binnenlands energieverbruik per energiedrager, 1990-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2008 is het binnenlands energieverbruik 0,7 procent lager dan in 2007. De daling doet zich voor bij vrijwel alle energiedragers, met uitzondering van aardgas. In 2008 is het aardgasverbruik met 4,2 procent toegenomen ten opzichte van het jaar ervoor.

    1990 2000 2005 2007 2008* w.v.
              als brandstof in als
              warmte-kracht-instal-laties1) ovens, ketels, kachels, etc. grondstof of als inzet voor omzetting in andere producten 2)
                   
    PJ              
                   
Totaal 2 723 3 065 3 311 3 353 3 330 429 2 191 710
                   
Steenkool en steenkoolproducten 366 329 342 357 338 231 23 84
                   
Aardolie en aardolieproducten 944 1 073 1 249 1 352 1 275 41 739 495
w.v. aardolie-grondstoffen 2 214 2 647 2 687 2 573 2 551 - - 2 551
  zware stookolie . -373 -422 -352 -322 0 12 -334
  LPG . 15 1 55 62 - 19 43
  overige aardolie-producten . -1 216 -1 017 -925 - 1 016 41 709 -1 765
                   
Aardgas 1 303 1 469 1 480 1 395 1 454 604 749 102
Elektriciteit 3) 34 73 75 77 73 -356 399 30
Stoom en/of warm water . 116 159 165 180 -99 279 0
Fermentatiegas . 6 6 8 10 8 2 -
   
Bron: CBS (2009). CBS/MNC/sept09/0054
1) Voor omzetting in elektriciteit, stoom en/of warm water.
2) Inclusief verliezen bij omzetting.
3) Het verbruik aan elektriciteit betreft niet het finale gebruik (dit is wat er reëel gebruikt is door huishoudens en bedrijven en elektriciteitsproducenten), maar het verbruikssaldo van elektriciteit.
N.B.
De negatieve getallen in de tabel (vooral bij stookolie en overige aardolieproducten) duiden op productie van deze energiedragers uit andere energiedragers.
Met ingang van 2007 zijn de gegevens op een iets andere wijze berekend dan in de periode ervoor. Meer informatie geeft de tekst bij 'Trendbreuk'.
Voor 2008 gaat het om voorlopige cijfers.

Totale energieverbruik

In 2008 (voorlopig cijfer) is het totale verbruik van energiedragers 0,7 procent lager dan in 2007. De grootste daling vond plaats in de industrie met 6,5 procent. Belangrijkste oorzaak van deze forse daling is de sterke teruggang in de economie die in de tweede helft van 2008 begint. In Nederland worden voornamelijk aardolie, aardgas en steenkool als energiedragers ingezet. Behalve voor de productie van energie worden energiedragers, met name aardolie, ook als grondstof voor chemische producten gebruikt.

Trendbreuk

Met ingang van 2007 zijn de gegevens op een iets andere wijze berekend dan in de periode ervoor. Door deze trendbreuk is de groei in het energieverbruik tussen 2006 en 2007 niet direct uit de tabel te berekenen. Rekening houdend met de gewijzigde berekeningsmethode is het reële totale binnenlandse energieverbruik tussen 2006 en 2007 toegenomen met 26 PJ, dus 0,8 procent.
Informatie over de achtergronden van de trendbreuk en de verschillen in de berekeningsmethode geeft de technische toelichting bij deze indicator en het artikel Trendbreuk in uitkomsten Energiebalans verslagjaar 2007 (CBS, 2008).

Verbruik steenkool

Het verbruik van steenkool en steenkoolproducten is in 2008 5,4 procent lager dan in 2007. In 2008 was de inzet van steenkool bij de productie van elektriciteit in elektriciteitscentrales 5,6 procent lager dan het jaar ervoor.

Verbruik aardolie en aardolieproducten

In 2008 is het verbruik van aardolie en aardolieproducten 5,7 procent lager dan in 2007. Door de hierboven genoemde trendbreuk is het verbruik van aardolie en aardolieproducten in 2007 iets anders berekend dan in de jaren ervoor. Als gevolg hiervan kan de groei in het verbruik van deze energiedragers tussen 2006 en 2007 niet direct uit de tabel worden berekend. Rekening houdend met de gewijzigde berekeningsmethode is het reële verbruik van aardolie en aardolieproducten tussen 2006 en 2007 toegenomen met 37 PJ, dus circa 3 procent.
Informatie over de achtergronden van de trendbreuk en de verschillen in de berekeningsmethode geeft de technische toelichting bij deze indicator en het artikel Trendbreuk in uitkomsten Energiebalans verslagjaar 2007 (CBS, 2008).

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over het Nederlandse energieverbruik is opgenomen in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Binnenlands energieverbruik per energiedrager.

Omschrijving

Het totale energieverbruik in Nederland per energiedrager. Voor het meest recente jaar is het energieverbruik eveneens uitgesplitst naar wijze van inzet ('brandstof in warmtekrachtinstallaties', 'brandstof in ovens, kachels en dergelijke', 'grondstof en inzet voor de omzetting in andere producten').

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek.

Berekeningswijze

Berekening op basis van enkele maand- en kwartaalenquêtes van het CBS en registraties van diverse instellingen als Tennet, Gasunie en EnergieNed. Het artikel Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2007) geeft een korte beschrijving van de onderzoeksmethode.De berekening van het verbruik van aardolie en aardolieproducten is met ingang van 2007 iets gewijzigd in vergelijking met de jaren ervoor. Door enkele definitiewijzigingen kan het verbruik van aardolie en aardolieproducten in 2007 niet worden vergeleken met dat voor 2006, en kan een groei in het verbruik tussen beide jaren niet direct uit de tabel worden berekend. Er is sprake van een trendbreuk op de volgende twee onderdelen:- Volgens de definities van het Internationale Energie Agentschap en Eurostat behoort het brandstofverbruik van de zeevisserij tot het binnenlandse verbruik en niet tot de internationale marine bunkers. Doordat met ingang van verslagjaar 2007 deze definitie is gevolgd, wordt het binnenlands verbruik met 13 PJ verhoogd en de bunkers met hetzelfde bedrag verlaagd.- Met ingang van het verslagjaar 2007 wordt een aantal aardolieproducten uit de petrochemische industrie als chemisch geclassificeerd, terwijl deze voorheen gedeeltelijk als energieproducten werden beschouwd. Het betreft een deel van de nafta's, aromaten en vloeibare gassen (de zogenaamde chemical grade) en nog enkele andere producten die niet behoren tot de Gemeenschappelijke Nomenclatuur (EU classificatie). Doordat deze chemische producten niet tot de energiebalans worden gerekend stijgt het energieverbruik in de petrochemische industrie met circa 81 PJ.De reële toename in het verbruik van aardolie en aardolieproducten tussen 2006 en 2007 bedraagt 37 PJ, dus circa 3 procent (1352-1221-13-81=37).Vergelijkbaar hiermee kan ook een reële toename in het totale energieverbruik voor 2007 worden berekend. Deze bedraagt 3353-3233-13-81=26 PJ, of wel 0,8 procent. Voor meer informatie over de trendbreuk, zie ook het artikel Trendbreuk in uitkomsten Energiebalans verslagjaar 2007 (CBS, 2008)

Basistabel

StatLine: Energiebalans (CBS, 2009).

Geografisch verdeling

Nederland.

Andere variabelen

Er zijn gegevens per energiedrager voor een groot aantal energiebalansposten (zoals winning, invoer, verbruik, verbruikssaldo energiebedrijven, verbruikssaldo energieafnemers, uitvoer, bunkers) en economische sectoren.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Nederlandse energiehuishouding (NEH) (CBS, 2007)Trendbreuk in uitkomsten Energiebalans verslagjaar 2007 (CBS, 2008)

Betrouwbaarheidscodering

B (schatting gebaseerd op een groot aantal zeer accurate metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Binnenlands energieverbruik per energiedrager, 1990-2008 (indicator 0054, versie 11 , 28 augustus 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.