Compendium voor de Leefomgeving
472 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ecosystemen

Visbestanden in de Noordzee, 1947-2019

In 2019 bereikt het bestand volwassen schol het hoogste niveau sinds het begin van de metingen (1957). Het bestand volwassen kabeljauw ligt in 2019 weer onder de limietgrens en de haring- en tongstand bevinden zich boven het duurzaamheidsdoel.

Haring

De omvang van het bestand volwassen haring fluctueert sterk door grote jaarlijkse verschillen in nieuwe aanwas. Door de intensieve visserij voor menselijke consumptie en de grote bijvangsten van jonge haring in de industrievisserij voor vismeel was het bestand in 1977 afgenomen tot 103 duizend ton. In dat jaar werd de visserij voor 4 jaar stopgezet. De haringstand herstelde zich aanvankelijk, maar enkele jaren na opening van de visserij volgde vlak na 1990 opnieuw een zorgwekkende afname. Door enkele sterke jaarklassen (1998, 2000) en vangstbeperkende maatregelen (1996: halvering toegestane haringvangst, beperking industrievisserij) groeide het haringbestand weer.
De haringstand ligt sinds 1984 boven de voorzorgsgrens van 0,9 miljard kg volwassen vis, en sinds 1997 boven het duurzaamheidsdoel van 1,4 miljard kg. Tussen 2018 en 2019 neemt de omvang van het bestand volwassen haring af van 1,9 naar 1,5 miljard kg; net boven het duurzaamheidsdoel.

Kabeljauw

Het bestand volwassen kabeljauw vertoont tussen 1971 en 2006 een dalende trend. Sinds 1983 ligt het bestand onder de voorzorgsgrens / duurzaamheidsdoel van 150 miljoen kg en in de periodes 1989-1994 en 1997-2014 onder de limietgrens van 107 miljoen kg. Dit laatste betekent dat er zo weinig volwassen kabeljauw in de Noordzee zwemt dat er een verhoogd risico is op een beperkte voortplanting. Na een historisch dieptepunt van circa 45 miljoen kg in de jaren 2004-2006 is het kabeljauwbestand weer toegenomen. Na een piek in de bestandsgrootte van 118 miljoen kg in 2015 is de bestandsgrootte in de jaren erna weer gedaald. In 2019 ligt de stand met 81 miljoen kg weer behoorlijk ver onder de limietgrens.
De Europese Unie heeft in 2018 in de verordening EG 2018/0973 een meerjaren herstelplan vastgesteld voor de kabeljauwbestanden in de Noordzee. Deze verordening bevat nadere bepalingen over de uitvoering van de aanlandverplichting. Noorwegen, dat het kabeljauwbestand in de Noordzee ook bevist, heeft de verordening nog niet aangenomen.

Schol

Na een piek in de tweede helft van de jaren tachtig daalde het bestand volwassen schol begin jaren negentig in enkele jaren sterk om daarna gedurende een periode van 13 jaar tussen de voorzorgsgrens en limietgrens (resp. 290 en 207 miljoen kg) te blijven schommelen. Na 2007 herstelt het bestand zich sterk door een lagere visserijsterfte. In deze periode groeit de scholstand van 325 miljoen kg in 2007 naar een historisch hoog niveau van 1052 miljoen kg in 2019. Sinds 2010 ligt het scholbestand boven het duurzaamheidsdoel van 564,6 miljoen kg.

Tong

Het bestand volwassen tong fluctueert vooral door sterke schommelingen in het aantal nakomelingen. Door overbevissing worden sterke jaarklassen (jaren met een grote productie van nakomelingen) weer snel opgevist. In de jaren zeventig en tachtig bevond de tongstand zich rond de voorzorgsgrens / duurzaamheidsdoel van 37 miljoen kg. Na een aantal jaren met een hoge stand begin jaren negentig (1990: 121 miljoen kg) daalde de omvang van het bestand weer en fluctueert sindsdien de meeste jaren tussen de voorzorgsgrens / duurzaamheidsdoel en limietgrens. Sinds 2013 ligt het bestand volwassen tong boven de voorzorgsgrens / duurzaamheidsdoel; in 2019 met een bestandsomvang van 55,6 miljoen kg.

Uitleg voorzorgsgrens, limietgrens en duurzaamheidsdoel

Voor het visserijbeheer is in de jaren 90 van de vorige eeuw de voorzorgbenadering op basis van het bestand volwassen vis ontwikkeld. Doel hiervan was overbevissing te voorkomen en de visbestanden gezond te houden zodat zij voor voldoende nakomelingen kunnen zorgen. Centraal in dit beheer staan de voorzorgsgrens en limietgrens. Daalt door overbevissing de omvang van een bestand volwassen vis tot onder de voorzorgsgrens, dan moeten maatregelen genomen worden om te voorkomen dat door verdere overbevissing het bestand verder daalt. Beneden de limietgrens komt de voortplanting in gevaar.
Tevens is in het kader van de duurzaamheidsbenadering voor alle vier vissoorten een duurzaamheidsdoel vastgesteld. Voor kabeljauw en tong is het duurzaamheidsdoel gelijk aan de voorzorgsgrens; voor haring en schol ligt het duurzaamheidsdoel hoger dan de voorzorgsgrens.

Gemeenschappelijk visserijbeleid

Sinds 1 januari 2014 is er in de EU een nieuw Gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) van kracht (Europese Commissie, 2014). Met het nieuwe GVB moeten de visbestanden weer op een duurzaam niveau komen, moet een einde worden gemaakt aan verspillende visserijpraktijken, en worden nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor werkgelegenheid en groei in kustgebieden.
Om deze doelen te bereiken wordt teruggooi verboden, krijgt de sector meer bevoegdheden, wordt de besluitvorming gedecentraliseerd, krijgt aquacultuur voorrang, wordt kleinschalige visserij ondersteund, wordt de wetenschappelijke kennis over de visstand verbeterd en neemt de EU, in het licht van de internationale overeenkomsten, ook in buitenlandse wateren haar verantwoordelijkheid.
Centraal in het nieuwe visserijbeleid staat het begrip duurzaamheid, zowel vanuit ecologisch, economisch als sociaal oogpunt (Maximum Sustainable Yield, MSY). In het nieuwe beleid is naast de omvang van het visbestand ook de hoogte van de visserijsterfte maatgevend voor het beheer.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Visbestanden in de Noordzee

Omschrijving

Ontwikkeling van de bestanden volwassen haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee tussen 1947 en 2019. De bestandsomvang wordt afgezet tegen de gedefinieerde limietgrens, voorzorgsgrens en het duurzaamheidsdoel.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens van de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES).

Berekeningswijze

De visbestanden worden geschat op basis van onderzoek door de Internationale Raad voor het Onderzoek van de Zee (ICES). De website van de ICES geeft in de "Series of ICES Survey Protocols (SISP)" handleidingen met beschrijvingen van de protocollen en procedures die gebruikt worden in de door ICES gecoördineerde ecologische en visserij inventarisaties. Een korte beschrijving van de onderzoekmethodes geeft de brochure Fish stocks: counting the uncountable? (ICES, 2019e).

Geografisch verdeling

Haring: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak, Kattegat (ICES IIIa) en het oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId); Kabeljauw: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak (ICES IIIa West) en oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId);Schol: Noordzee (ICES IV), inclusief Skagerrak (ICES IIIa West);Tong: Noordzee (ICES IV).

Andere variabelen

ICES publiceert voor een groot aantal commerciële vissoorten en visgebieden de volgende gegevens: bestandsomvang volwassen vis, aanwas nieuwe rekruten (eenjarige vis), Total Allowable Catch (TAC), vangst (totaal en per land), quotum per land, visserijsterfte.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Herring (Clupea harengus) in Subarea 4 and Divisions 3.a and 7.d, autumn spawners (North Sea, Skagerrak, Kattegat, and eastern English Channel) (ICES, 2019a);
Cod (Gadus morhua) in Subarea 4, Division 7.d and Subdivision 3.a.20 (North Sea, eastern English Channel, Skagerrak) (ICES, 2019b);
Plaice (Pleuronectus platessa) in Subarea 4 (North Sea) and Subdivision 20 (Skagerrak) (ICES, 2019c);
Sole (Solea solea) in Subarea 4 (North Sea) (ICES, 2019d);
Fish Stocks: counting the uncountable? (ICES, 2019e).

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Visbestanden in de Noordzee, 1947-2019 (indicator 0073, versie 20 , 5 augustus 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.