Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Paaibestanden in de Noordzee, 1980-2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door overbevissing ligt de stand van tong, schol en kabeljauw in de Noordzee onder de niveau's die in het kader van een duurzame visserij internationaal zijn afgesproken. De haringstand heeft zich sinds 2002 weer hersteld.

Paaibestanden onder druk

Voor een duurzame visserij is het van belang dat visbestanden voldoende volwassen dieren (=paaibestand) bevatten. Door overbevissing is bij veel vissoorten de hoeveelheid volwassen vis zo klein geworden dat er nog maar weinig nakomelingen geboren worden en de sterfte door de visserij niet meer gecompenseerd kan worden.In 2003 ligt binnen het tongbestand de hoeveelheid volwassen vis onder het zogenaamde voorzorgsniveau; binnen de schol- en kabeljauwbestanden onder het zogenaamde limietniveau. Dit betekent dat met name de schol- en kabeljauwbestanden zich zonder vangstbeperkende maatregelen niet meer van de visserij kunnen herstellen. Sinds 2002 ligt de stand van haring weer boven het voorzorgsniveau.

Kabeljauw zwaar in de problemen

Het bestand volwassen kabeljauw ligt al sinds 1984 onder het voorzorgsniveau (150 miljoen kg) en al vanaf 1990 rond of onder het limietniveau (65 miljoen kg). Dit laatste betekent dat het paaibestand zeer weinig volwassen dieren bevat. Hierdoor is de productie van nakomelingen zo laag dat er een gevaar bestaat dat het paaibestand instort. Deze negatieve trend in de kabeljauwstand kan alleen doorbroken worden door de bevissing sterk te verminderen of (tijdelijk) te beƫindigen.

Schol en tong in de gevarenzone

Door overbevissing ligt het bestand volwassen schol al vanaf 1991 onder het voorzorgsniveau (300 miljoen kg) en sinds 1994 onder het limietniveau (210 miljoen kg). Een grote productie van nakomelingen in 1996 zorgde voor een licht herstel.De stand van tong fluctueert al jaren rond het voorzorgsniveau (35 miljoen kg). Door overbevissing worden sterke jaarklassen (jaren met een grote productie van nakomelingen: 1987, 1991 en 1996) snel opgevist. Hierdoor nam in de jaren negentig het bestand volwassen tong sterk af tot 21 miljoen kg in 1998. In 1999 en 2000 herstelde de tongstand zich enigszins dankzij de sterke jaarklasse 1996, maar de laatste jaren ligt zij weer onder het voorzorgsniveau.

Haringstand hersteld

Het bestand volwassen haring ligt sinds 2002 weer boven het voorzorgsniveau. Dit herstel is een gevolg van enkele jaren met een grote productie aan nakomelingen (1998, 2000) en de in 1996 genomen vangstbeperkende maatregelen. De totale hoeveelheid haring die mag worden gevangen werd in dat jaar gehalveerd en er werd voor de industrievisserij een maximum aan de bijvangst van haring gesteld.

Technische toelichting

Jaarlijks onderzoekt de International Council fpr the Exploration of the Sea (ICES) de omvang van de visbestanden. Om te voorkomen dat de visstand zo laag wordt dat de visbestanden niet meer kunnen herstellen, heeft men twee grenzen gedefinieerd voor de omvang van het bestand volwassen dieren (= paaibestand): het limietniveau en het voorzorgsniveau. Komt het paaibestand onder het limietniveau, dan leidt dit tot een onvoldoende productie van nakomelingen waardoor er een kans bestaat dat het visbestand instort. Om te voorkomen dat het paaibestand in de buurt van het limietniveau komt, is het voorzorgsniveau afgesproken. Boven het voorzorgsniveau kan een visbestand zich, ook na enkele jaren met weinig nakomelingen, altijd nog herstellen. Op basis van het onderzoek naar de omvang van de visbestanden worden er biologische adviezen opgesteld die er op gericht zijn het paaibestand in ieder geval op het voorzorgsniveau te krijgen of daarboven te houden. Op basis van de biologische adviezen worden er internationaal afspraken gemaakt over de vangst.De grafieken voor schol en tong betreffen de Noordzee (ICES IV). De grafiek voor kabeljauw geeft de ontwikkeling in de Noordzee, inclusief Skagerrak (deel van ICES IIIa) en oostelijk deel van het Kanaal (ICES VIId). De gegevens van haring betreffen de Noordzee inclusief Skagerrak, Kattegat (ICES IIIa) en het oostelijk deel van het Kanaal.De gegevens over de omvang van het paaibestand van kabeljauw in 2002 en 2003 hebben een grote mate van onzekerheid.

Referenties

  • ICES (2003). Report of the ICES Advisory Committee on Fishery Management 2003. International Council for the Exploration of the Sea, Cooperative Research Report nr. 261, Kopenhagen.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2004). Paaibestanden in de Noordzee, 1980-2003 (indicator 0073, versie 05 , 20 april 2004 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.