Compendium voor de Leefomgeving
467 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Visvangst in de Noordzee, 1990-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door overbevissing zijn veel visbestanden in de Noordzee de afgelopen decennia sterk geslonken. De visvangst is daardoor tevens afgenomen.

    1990 1995 2000 2005 2006 2007
               
    miljoen kg        
               
Tong TAC 25,0 28,0 22,0 18,6 17,7 15,0
  Totale vangst (alle landen) 35,1 30,5 22,5 16,4 12,6 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 18,2 20,9 15,3 10,9 8,9 .
               
Schol TAC 180 115 97 59 57 50
  Totale vangst (alle landen) 156 96 82 55 56 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 78 44 35 22 23 .
               
Haring TAC 1) 415 440 301 585 498 373
  Totale vangst (alle landen) 2) 646 579 388 664 515 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 1) . 82 54 82 76 .
               
Kabeljauw TAC 3) 126 140 93 31 27 25
  Totale vangst (alle landen) 4) 126 136 71 29 27 .
  Gerapporteerde Nederlandse vangst 4) 8,4 11,2 6,0 1,7 1,6 .
               
Bron: ICES (2007). CBS/MNC/sept07/0074
1) Inclusief Oostelijk Kanaal; TAC vanaf 2000 inclusief plafond voor bijvangsten.
2) Inclusief Oostelijk Kanaal, Skagerrak en Kattegat.
3) Inclusief Skagerrak.
4) Inclusief Oostelijk Kanaal en Skagerrak.

Vangsten tong, schol en kabeljauw afgenomen

De totale en Nederlandse vangst van tong, schol en kabeljauw in de Noordzee zijn de laatste vijftien jaar verder afgenomen. Door overbevissing staan deze bestanden in de Noordzee sterk onder druk. Vangstbeperkende maatregelen moeten het herstel van de visbestanden tot doel hebben. Voor de kabeljauwbestanden heeft de Europese Unie in 2004 herstelmaatregelen vastgesteld in o.a. de Noordzee, Skagerrak en Oostelijk Kanaal (EG 423/2004). Voor de periode 2004 tot en met 2008 adviseert ICES de vangst van kabeljauw in deze gebieden stop te zetten.
In de tweede helft van de jaren negentig lag de haringvangst op een laag niveau door een lage haringstand en vangstbeperkende maatregelen. Na enkele goede jaren met een grote productie van nakomelingen zijn de haringbestanden in de eerste jaren na 2000 weer toegenomen en zijn de vangsten ook weer groter.

Visserij beïnvloedt ook andere delen zee-ecosysteem

De visserij heeft ook bijeffecten op andere soorten in het zee-ecosysteem. Zo heeft de visserij op spisula (een schelpdier) belangrijke gevolgen voor het voorkomen van de zwarte zee-eend. Langlevende soorten als roggen zijn sterk achteruitgegaan, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de visserij. Veel zeedieren worden als bijvangst meegevangen. De boomkorvisserij op platvis leidt tot een hoge sterfte en een verschuiving in de leeftijdsopbouw bij bodemdieren. Onderzoek naar de lange termijneffecten van de visserij wijst op een afname van de dichtheden van tweekleppigen en sommige kreeftachtigen, en een toename van kleine, kortlevende wormen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De TAC is een hulpmiddel om te voorkomen dat er door overbevissing te weinig volwassen vis (= paaibestand) binnen een visbestand overblijft. Een TAC geeft de totale toegestane vangst van één vissoort door alle landen die in een bepaald zeegebied actief zijn, en wordt vastgesteld door de visserijministers van de betrokken EU-landen op basis van jaarlijks onderzoek door visserijbiologen. Als onderdeel van de TAC krijgt elk land een vangstquotum toegewezen. Dit quotum geeft aan hoeveel vis een bepaald land jaarlijks per soort en zeegebied mag vangen.De gegevens over de vangst van haring en kabeljauw omvatten naast de Noordzee ook enkele aangrenzende zeegebieden. Bij haring wordt onderscheid gemaakt tussen rassen die zich in het voorjaar voortplanten en die dit in het najaar doen. De Noordzee-haring plant zich in het najaar voort. Zij komt voor in de Noordzee, het Oostelijk Kanaal, en een deel van het jaar in het Skagerrak. In het Skagerrak en Kattegat worden twee haringrassen aangetroffen, die zich respectievelijk in het voorjaar en najaar voortplanten. In het onderzoek naar de omvang van de visbestanden worden deze tezamen genomen. Door deze biologie omvat de totale vangst (door alle landen) van Noordzee-haring naast de Noordzee ook het Oostelijk Kanaal, Skagerrak en Kattegat. Omdat de Nederlandse vloot niet in het Skagerrak en Kattegat op haring vist, betreft de Nederlandse vangst alleen de Noordzee en het Oostelijk Kanaal. Ook de gebiedsindeling bij kabeljauw is zo gekozen dat we te maken hebben met één populatie.Bij haring en kabeljauw hebben de gegevens over de TAC betrekking op andere zeegebieden dan de gegevens over de totale vangst. Dit komt vooral doordat de indeling die gebruikt wordt voor het onderzoek naar de omvang van de visbestanden niet aansluit bij de administratieve indeling die de Europese Commissie gebruikt voor de vaststelling van de TAC's.Over de onzekerheid van de gepresenteerde gegevens is geen nadere informatie bekend.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Visvangst in de Noordzee, 1990-2007 (indicator 0074, versie 08 , 7 september 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.