Compendium voor de Leefomgeving
467 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Visvangst in de Noordzee, 1990-2008

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door overbevissing zijn veel visbestanden in de Noordzee de afgelopen decennia sterk geslonken. De visvangst is daardoor tevens afgenomen.

Algemene toelichting

De vangst van haring en kabeljauw omvat naast de Noordzee ook enkele andere aangrenzende zeegebieden. De totale vangst omvat de gerapporteerde vangst van alle landen die in de Noordzee mogen vissen plus een bijschatting voor de overige vangsten (niet toegewezen en verkeerd gerapporteerde aanlandingen, overboord gezette vis). Voor schol en tong is de hoeveelheid overboord gezette vis onbekend, en dus niet in de totale vangst opgenomen. Meer informatie is te lezen in de technische toelichting.

Kleine visbestanden en lage vangsten

De vangst van tong, schol en kabeljauw in de Noordzee is de laatste vijftien jaar steeds verder afgenomen. Vooral door de overbevissing zijn de bestanden van deze soorten in de Noordzee steeds kleiner geworden. Nederland heeft een belangrijk deel in de vangst van tong en schol.
In de tweede helft van de jaren negentig lag de haringvangst op een laag niveau door een lage haringstand en vangstbeperkende maatregelen. Na enkele goede jaren met een grote productie van nakomelingen zijn de haringbestanden in de eerste jaren na 2000 weer toegenomen en zijn de vangsten ook weer groter. Sinds 2005 nemen de vangsten weer sterk af.

Vangstbeperkende maatregelen

De laatste decennia zijn er een groot aantal vangstbeperkende maatregelen genomen die het herstel van de visbestanden tot doel hebben: TAC's en quota, scholbox, visdagen, stopzetting vangst, en maatregelen aan schepen en netten. Voor de kabeljauwbestanden heeft de Europese Unie in 2004 herstelmaatregelen vastgesteld in o.a. de Noordzee, Skagerrak en Oostelijk Kanaal (EG 423/2004). Voor de periode 2004 tot en met 2008 adviseert ICES de vangst van kabeljauw in deze gebieden stop te zetten. Voor schol en tong stelt de Europese Unie in 2007 beheersmaatregelen voor om de bestanden boven het biologische minumum te krijgen (Verordening 676/2007). Deze zijn in 2008 geimplementeerd.

Visserij beïnvloedt ook andere delen zee-ecosysteem

De visserij heeft ook bijeffecten op andere soorten in het zee-ecosysteem. Zo heeft de visserij op spisula (een schelpdier) belangrijke gevolgen voor het voorkomen van de zwarte zee-eend. Langlevende soorten als roggen zijn sterk achteruitgegaan, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de visserij. Veel zeedieren worden als bijvangst meegevangen. De boomkorvisserij op platvis leidt tot een hoge sterfte en een verschuiving in de leeftijdsopbouw bij bodemdieren. Onderzoek naar de lange termijneffecten van de visserij wijst op een afname van de dichtheden van tweekleppigen en sommige kreeftachtigen, en een toename van kleine, kortlevende wormen. Het afnemen van de haringbestanden heeft effect op allerlei zeevogels en zeezoogdieren omdat haring voor deze dieren belangrijk voedsel is.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Visvangst in de Noordzee

Omschrijving

TAC (Total Allowable Catch = totale toegestane vangst), totale vangst en Nederlandse vangst van haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee. Bij de totale vangst betreft het de vangst door alle landen die in de Noordzee mogen vissen.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek op basis van gegevens van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES).

Berekeningswijze

De TAC is een hulpmiddel om te voorkomen dat er door overbevissing te weinig volwassen vis binnen een visbestand overblijft. Een TAC geeft de totale toegestane vangst van één vissoort door alle landen die in een bepaald zeegebied actief zijn, en wordt vastgesteld door de visserijministers van de betrokken EU-landen op basis van jaarlijks onderzoek door visserijbiologen. De totale vangst (door alle landen) wordt berekend op basis van de officieel gerapporteerde hoeveelheden aangelande vis door de landen die in de Noordzee mogen vissen. ICES maakt op basis van onderzoek een bijschatting voor de overige vangsten (niet toegewezen en verkeerd gerapporteerde aanlandingen, overboord gezette vis). Ofschoon het waarschijnlijk over aanzienlijke hoeveelheden gaat, zijn er voor schol en tong geen gegevens over de hoeveelheden 'overboord gezette vis' bekend.De Nederlandse vangst betreft de officieel gerapporteerde hoeveelheid vis die door Nederlandse vissersschepen aangeland zijn in Nederland en het buitenland.

Basistabel

De website van ICES geeft een zoeksysteem voor het opzoeken van gegevens over de vangst van commerciële vissoorten per soort en zeegebied

Geografisch verdeling

De gegevens voor schol en tong betreffen de Noordzee (ICES IV). Door de biologie van de haring omvatten de vangstgegevens van haring naast de Noordzee ook het Oostelijk Kanaal (ICES VIId) en het Skagerrak en Kattegat (ICES IIIa). Bij haring wordt onderscheid gemaakt tussen rassen die zich in het voorjaar voortplanten en die dit in het najaar doen. De Noordzee-haring plant zich in het najaar voort. Zij komt voor in de Noordzee, het Oostelijk Kanaal, en een deel van het jaar in het Skagerrak. In het Skagerrak en Kattegat worden twee haringrassen aangetroffen, die zich respectievelijk in het voorjaar en najaar voortplanten. Bij het onderzoek naar de omvang van de visbestanden worden deze twee rassen tezamen genomen. Omdat de Nederlandse vissers niet in het Skagerrak en Kattegat vissen, omvat de Nederlandse vangst van haring alleen de Noordzee en het Oostelijk Kanaal.Ook de gebiedsindeling voor de vangst van kabeljauw is zo gekozen dat we te maken hebben met één bestand. De vangstgegevens voor kabeljauw omvatten de Noordzee plus Oostelijk Kanaal (ICES VIId) en Skagerrak (deel van ICES IIIa). Bij haring en kabeljauw hebben de gegevens over de TAC betrekking op andere zeegebieden dan de gegevens over de totale vangst. Dit komt vooral doordat de indeling die gebruikt wordt voor het onderzoek naar de omvang van de visbestanden niet aansluit bij de administratieve indeling die de Europese Commissie gebruikt voor de vaststelling van de TAC's. De gegevens over de TAC voor haring betreffen de Noordzee plus het Oostelijk Kanaal. De gegevens over de TAC voor kabeljauw omvatten de Noordzee plus alleen het Skagerrak.

Andere variabelen

TAC's en vangst van diverse andere commerciële vissoorten per zeegebied; bestandsomvang en aanwas van commerciële vissoorten per zeegebied.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

De website van ICES geeft informatie over een groot aantal aspecten met betrekking tot de visserij.

Opmerking

De gegevens over de totale vangst van kabeljauw wijken af van die in de vorige versie van deze indicator zijn gepubliceerd. In de vorige versie betroffen de totale vangstgegevens de officieel gerapporteerde hoeveelheden aangelande vis plus een bijschatting niet-toegewezen en verkeerd gerapporteerde aanlandingen. In deze versie is daar de bijschatting voor 'overboord gezette vis' aan toe gevoegd.

Betrouwbaarheidscodering

D (schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake) voor de gegevens over de totale vangst door alle landen. Voor schol en tong ontbreken gegevens over de (waarschijnlijk aanzienlijke hoeveelheden) hoeveelheden 'overboord gezette vis'.A (integrale enquête) voor de gegevens over de gerapporteerde Nederlandse vangst.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Visvangst in de Noordzee, 1990-2008 (indicator 0074, versie 09 , 9 september 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.