Compendium voor de Leefomgeving
467 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Natuurlijke hulpbronnen

Visvangst in de Noordzee, 1980-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door overbevissing zijn veel visbestanden in de Noordzee de afgelopen decennia sterk geslonken. De visvangst is daardoor tevens afgenomen.

Algemene toelichting

De vangst van haring en kabeljauw omvat naast de Noordzee ook enkele andere aangrenzende zeegebieden. De totale vangst is de vangst zoals die berekend is door het International Council for the Exploration of the Sea (ICES): deze omvat de hoeveelheid aangelande vis van alle landen die in de Noordzee mogen vissen plus een bijschatting voor de overige vangsten (niet toegewezen en verkeerd gerapporteerde aanlandingen, overboord gezette vis). Voor tong is de hoeveelheid overboord gezette vis onbekend, en dus niet in de totale vangst opgenomen. Meer informatie hierover geeft de technische toelichting.

Kleine visbestanden en lage vangsten

De vangst van tong, schol en kabeljauw in de Noordzee is de laatste vijftien jaar steeds verder afgenomen. Vooral door overbevissing zijn de bestanden van deze soorten in de Noordzee steeds kleiner geworden. Nederland heeft een belangrijk deel in de vangst van tong en schol.
In de tweede helft van de jaren negentig lag de haringvangst op een laag niveau door een lage haringstand en vangstbeperkende maatregelen. Na enkele goede jaren met een grote productie van nakomelingen zijn de haringbestanden in de eerste jaren na 2000 weer toegenomen en zijn de vangsten ook weer groter. Sinds 2005 nemen de vangsten weer sterk af.

Vangstbeperkende maatregelen

De laatste decennia zijn er een groot aantal vangstbeperkende maatregelen genomen die het herstel van de visbestanden tot doel hebben. Genoemd kunnen worden de TAC's en quota, scholbox, visdagen, stopzetting van de vangst, en diverse maatregelen aan schepen en netten.
Voor de kabeljauwbestanden heeft de Europese Unie in 2004 herstelmaatregelen vastgesteld in o.a. de Noordzee, Skagerrak en Oostelijk Kanaal (EG 423/2004). Voor de periode 2004 tot en met 2008 adviseerde ICES de vangst van kabeljauw in deze gebieden stop te zetten. Omdat deze verordening weinig effectief blijkt (de kabeljauwbestanden vertonen door te hoge bijvangsten weinig zichtbaar herstel), wordt in 2008 in een nieuwe verordening (EG 1342/2008) een langetermijn herstelplan vastgesteld dat gericht is op de verlaging van de visserijmortaliteit.
Voor schol en tong stelt de Europese Unie in 2007 beheersmaatregelen voor om de bestanden boven het biologische minumum te krijgen (Verordening 676/2007). Deze zijn in 2008 geimplementeerd.

Visserij beïnvloedt ook andere delen zee-ecosysteem

De visserij heeft ook bijeffecten op andere soorten in het zee-ecosysteem. Zo heeft de visserij op spisula (een schelpdier) belangrijke gevolgen voor het voorkomen van de zwarte zee-eend. Langlevende soorten als roggen zijn sterk achteruitgegaan, hoogstwaarschijnlijk als gevolg van de visserij. Veel zeedieren worden als bijvangst meegevangen. De boomkorvisserij op platvis leidt tot een hoge sterfte en een verschuiving in de leeftijdsopbouw bij bodemdieren. Onderzoek naar de lange termijneffecten van de visserij wijst op een afname van de dichtheden van tweekleppigen en sommige kreeftachtigen, en een toename van kleine, kortlevende wormen. Het afnemen van de haringbestanden heeft effect op allerlei zeevogels en zeezoogdieren omdat haring voor deze dieren belangrijk voedsel is.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Visvangst in de Noordzee

Omschrijving

TAC (Total Allowable Catch = totale toegestane vangst) en totale vangst van haring, kabeljauw, schol en tong in de Noordzee. Zowel de TAC als de totale vangst hebben betrekking op de vangst door alle landen die in de Noordzee mogen vissen.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van gegevens van de International Council for the Exploration of the Sea (ICES).

Berekeningswijze

De TAC is een hulpmiddel om te voorkomen dat er door overbevissing te weinig volwassen vis binnen een visbestand overblijft. Een TAC geeft de totale toegestane vangst van één vissoort door alle landen die in een bepaald zeegebied actief zijn, en wordt vastgesteld door de visserijministers van de betrokken EU-landen op basis van jaarlijks onderzoek. De totale vangst omvat de hoeveelheid aangelande vis, zoals gerapporteerd door de landen die in de Noordzee mogen vissen, plus een aantal bijschattingen. ICES maakt op basis van onderzoek een bijschatting voor de overige vangsten (niet toegewezen en verkeerd gerapporteerde aanlandingen, overboord gezette vis). Voor kabeljauw wordt er tevens een bijschatting gemaakt voor de hoeveelheid vis die door niet te specificeren oorzaken uit het bestand verdwijnt en die voor een deel waarschijnlijk een oorzaak hebben in de vangst van deze soort. Voor tong zijn geen gegevens over de hoeveelheden 'overboord gezette vis' bekend.

Basistabel

De website van ICES geeft een zoeksysteem voor het opzoeken van gegevens over de vangst van commerciële vissoorten per soort en zeegebied

Geografisch verdeling

De gegevens voor schol en tong betreffen de Noordzee (ICES IV). Bij haring wordt een onderscheid gemaakt tussen rassen die zich in het voorjaar voortplanten en die dit in het najaar doen. De Noordzee-haring plant zich in het najaar voort. Zij komt voor in de Noordzee, het Oostelijk Kanaal, en een deel van het jaar in het Skagerrak. Naast de in het najaar voortplantende haring komt in het Skagerrak, en ook in het Kattegat, ook haring voor die zich in het voorjaar voortplant. Door deze biologie omvatten de vangstgegevens van haring naast de Noordzee (ICES IV) ook het Oostelijk Kanaal (ICES VIId) en het Skagerrak en Kattegat (ICES IIIa).Ook de gebiedsindeling voor de vangst van kabeljauw is zo gekozen dat we te maken hebben met één bestand. De vangstgegevens voor kabeljauw omvatten de Noordzee (ICES IV) plus Oostelijk Kanaal (ICES VIId) en Skagerrak (deel van ICES IIIa). Bij haring en kabeljauw hebben de gegevens over de TAC betrekking op andere zeegebieden dan de gegevens over de totale vangst. Dit komt vooral doordat de indeling die gebruikt wordt voor het onderzoek naar de omvang van de visbestanden niet aansluit bij de administratieve indeling die de Europese Commissie gebruikt voor de vaststelling van de TAC's. De gegevens over de TAC voor haring betreffen de Noordzee plus het Oostelijk Kanaal. De gegevens over de TAC voor kabeljauw omvatten de Noordzee plus alleen het Skagerrak.

Andere variabelen

TAC's en vangst van diverse andere commerciële vissoorten per zeegebied; bestandsomvang en aanwas van commerciële vissoorten per zeegebied, vangst per land.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

De website van ICES geeft informatie over diverse aspecten met betrekking tot de visserij.

Opmerking

De gegevens over de totale vangst van kabeljauw en schol wijken af van die in de vorige versie van deze indicator zijn gepubliceerd. In de vorige versie omvatte de totale vangst van kabeljauw alleen de gerapporteerde hoeveelheden aangelande vis plus een bijschatting voor 'niet-toegewezen en verkeerd gerapporteerde aanlandingen' en 'overboord gezette vis'. Nu is daar nog een bijschatting aan toegevoegd voor een aantal niet gespecificeerde oorzaken waardoor het bestand kabeljauw wordt verminderd (een deel hiervan vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in de visserij).De gegevens over de Nederlandse vangst worden nu in een aparte indicator gepresenteerd. In de vorige versie betroffen de totale vangstgegevens van schol alleen de hoeveelheid aangelande vis. Nu er ook gegevens over de hoeveelheden overboord gezette schol bekend zijn, zijn deze ook in de vangstgegevens opgenomen.

Betrouwbaarheidscodering

E (schatting gebaseerd op een enkele meting, expert judgement, relevante feiten of extrapolatie van andere metingen).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2009). Visvangst in de Noordzee, 1980-2009 (indicator 0074, versie 10 , 4 september 2009 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.