Emissie naar lucht, water en bodem

Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De belasting van het oppervlaktewater door stikstof, fosfor, zware metalen en de polycyclische aromatische koolwaterstoffen benzo(a)pyreen en fluorantheen is voor de meeste stoffen ten opzicht van 2008 licht gedaald of gelijk gebleven. Grootste uitzondering is koper: de belasting van het oppervlaktewater steeg 4% door hogere vuurwerkemissies via regenwaterriolen en overstorten en hogere emissies vanuit coating op zeeschepen.

Geen actueel cijfer voor uit- en afspoeling van bodems 2009

Voor de nutriënten stikstof en fosfaat en voor de meeste zware metalen is de uit- en afspoeling van landbouw- en natuurbodems de belangrijkste bron. Deze is zeer gevoelig voor de variatie in de jaarlijkse neerslag en zorgt voor grote fluctuaties in de trend. Omdat voor 2009 deze bron niet opnieuw is berekend, zijn de cijfers van 2008 doorgekopieerd naar 2009.

Belasting vanuit andere bronnen neemt nog maar licht af

De grootste reducties in de belasting van het oppervlaktewater zijn behaald in de periode vóór 1990, vooral door maatregelen bij de industriële bronnen. De laatste jaren zijn de emissies naar oppervlaktewater vanuit de industrie vrij stabiel. Door verbeterde zuiveringsrendementen neemt de belasting via de effluenten van de rioolwaterzuiveringsinstallaties de laatste jaren licht af. De atmosferische depositie vertoont een dalende trend voor stikstof en zware metalen.

Toelatingen gewasbeschermingsmiddelen bepalen voornamelijk de trend

Voor de belasting van het oppervlaktewater met gewasbeschermingsmiddelen geldt dat slechts voor de laatste vijf jaren cijfers zijn berekend. De gegevens over de belasting door landbouwkundig gebruik zijn afkomstig van de Nationale Milieu Indicator (NMI), een gewasbeschermingsmiddelen-rekenmodel/database (Alterra & RIVM (2010)), en zijn gebaseerd op gebruikscijfers. In totaal worden met de NMI voor ruim 200 gewasbeschermingsmiddelen de emissies berekend. Mogelijke trends hierin worden vooral bepaald door de gebruiksbeperkingen voor de specifieke middelen. Zo is het gebruik van carbendazim in 2008 en 2009 niet meer toegestaan (toelatingsbeleid van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen (CTGB, 2010)). Daardoor is de emissie in 2008 gedaald tot 0.
Voor MCPA en vooral glyfosaat geldt dat een aanzienlijk deel van de belasting wordt veroorzaakt via het compartiment riolering en waterzuivering door de toepassing in het stedelijk groenbeheer.

Maatregelen

De afgelopen decennia zijn de meeste, relatief gemakkelijk te nemen maatregelen al genomen. De belangrijkste resterende bronnen zijn aanzienlijk lastiger om aan te pakken. Bij de landbouw duurt het lang voordat de effecten van genomen maatregelen zichtbaar zijn. Bij de aanpak van diffuse bronnen is er sprake van complexe regelgeving en veel emissieoorzaken. De atmosferische depositie is voor een groot deel uit het buitenland afkomstig. Voor de aanpak van al deze bronnen is intensieve samenwerking op verschillende niveau's noodzakelijk: regionaal, nationaal en internationaal.

Referenties

  • Emissieregistratie (2011). Jaarcijfers 2009. RIVM, Bilthoven; PBL, Bilthoven; CBS, Den Haag; RWS-Waterdienst, Lelystad; Alterra, Wageningen; Agentschap.nl, Utrecht, Deltares, Utrecht en TNO, Utrecht.. http://www.emissieregistratie.nl.
  • CTGB (2010). College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden, Wageningen.
  • Alterrra/RIVM (2010). Website Nationale Milieu Indicator www.nmi.alterra.nl. Wageningen, Bilthoven.

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Belasting van het oppervlaktewater

Omschrijving

De belasting, ofwel de vervuiling die daadwerkelijk het oppervlaktewater bereikt, bestaat uit de emissies naar oppervlaktewater plus de overdrachten vanuit de overige compartimenten in de vorm van RWZI effluenten, overstorten, regenwaterriolen, uit- en afspoeling vanuit landbouw- en natuurgronden en de atmosferische depositie op oppervlaktewateren exclusief de Noordzee. Emissies, ofwel de vrachten verontreiniging die uit een bron vrijkomen, kunnen worden verdeeld in emissies naar het oppervlaktewater en emissies naar het rioolstelsel.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking met de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-Waterdienst, Deltares, Wageningen Universiteit-Alterra, Agentschap.nl, TNO)

Berekeningswijze

Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, stroomgebied, waterschap, afwateringseenheid

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodememissies, emissies oppervlaktewater, luchtemissies, luchtemissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffenCirca 1600 emissieoorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documentenBegrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

Atmosferische depositie op de Noordzee en emissies van zeeschepen varend op het Nederlands deel van het Continentaal Plat (NCP) zijn niet meegenomen in de cijfers.
Voor nadere uitleg over de begrippen emissies en belasting: zie: Belasting van en emissies naar water: begrippen en definities

Betrouwbaarheidscodering

Complex. Per bron of groep van bronnen is de betrouwbaarheidscodering te vinden in de factsheets op de website van de Emissieregistratie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Belasting van het oppervlaktewater, 1990-2009 (indicator 0083, versie 12 , 27 oktober 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.