Compendium voor de Leefomgeving
521 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Nutriëntenoverschotten in de landbouw, 1970-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De overschotten van stikstof en fosfor in de landbouw zijn sinds 1999 flink gedaald. In 2005 zijn de overschotten hoger dan het jaar ervoor doordat er minder nutriënten zijn afgevoerd via de gewassen en er meer fosfor is aangevoerd met meststoffen.

Tussen 1970 en 1986 toename overschotten door een intensievere landbouw

De gestegen import van krachtvoer voor de groeiende veestapel veroorzaakt tussen 1970 en 1986 een toename van de nutriëntenoverschotten in de landbouw. Vooral het ontstaan en de groei van de niet-grondgebonden (intensieve) veehouderij op de zandgronden van het zuiden, oosten en midden van het land draagt hieraan bij.
Bij stikstof wordt dit nog versterkt doordat ook de gehalten in krachtvoer in die periode sterk zijn gestegen. Om in de groeiende behoefte aan ruwvoer te voorzien, is bovendien het gebruik van stikstofkunstmest toegenomen. De toename van het fosforoverschot door de groei van de veestapel is gedeeltelijk afgezwakt door de daling van het fosforgehalte van krachtvoer na 1975.

Overschotten sinds 1986 sterk gedaald

In 2005 is het stikstofoverschot met ruim 45 procent en het fosforoverschot met bijna 65 procent afgenomen ten opzichte van 1986. Deze daling is vooral een gevolg van de invoering van de Beschikking superheffing (1984). Hierdoor is het aantal runderen sterk afgenomen. Ook zijn de nutriëntengehalten in krachtvoer, vooral van fosfor, lager. Verder is het gebruik van stikstofmeststoffen aanzienlijk verminderd: in 2005 is het gebruik 45 procent lager dan in 1986.
Het fosforoverschot daalt gestaag, terwijl het stikstofoverschot tussen 1990 en 1998 nauwelijks afneemt. De stagnatie in de daling van het stikstofoverschot komt doordat het mestbeleid in eerste instantie vooral gericht was op terugdringing van het fosfaatgebruik. Na de introductie in 1998 van het Mineralen Aangifte Systeem (MINAS: mineralenboekhouding voor zowel stikstof als fosfor waarbij bij verliezen boven van te voren vastgestelde normen heffing moet worden betaald) komt de daling van het stikstofoverschot weer op gang.

Overschotten 2005

In 2005 is het stikstofoverschot 5 procent en het fosforoverschot 20 procent hoger dan het jaar ervoor. Deze stijging is vooral veroorzaakt doordat er in 2005 minder mineralen zijn afgevoerd via de gewassen en er meer fosfor is aangevoerd met meststoffen. In 2005 bedraagt het overschot voor stikstof 60 procent en voor fosfor 40 procent van de totale aanvoer van mineralen. Dit is een verbetering sinds de invoering van MINAS. In 1997 was dit voor stikstof nog 70 procent en voor fosfor 55 procent.

Relevantie

De stikstof- en fosforoverschotten uit de landbouw accumuleren vooral in de bodem. Een deel spoelt uit naar het grondwater, terwijl ook een deel naar de lucht verdampt als stikstofverbindingen (o.a. ammoniak).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Nutriëntenoverschotten in de landbouw

Omschrijving

Ontwikkeling van de overschotten van de nutriënten stikstof en fosfor in de landbouw, weergegeven als indexpercentage ten opzichte van 1970.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Berekeningswijze

Het nutriëntenoverschot wordt bepaald door de aan- en afvoer van meststoffen. De afvoer met gewassen is behalve van de mate van bemesting en grondsoort ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Jaarlijks kunnen de gewasopbrengsten door andere weersomstandigheden sterk van elkaar afwijken met als gevolg schommelingen in de overschotten.Voor de berekening van het mineralenoverschot worden gegevens gebruikt uit diverse CBS-statistieken (milieustatistieken: dierlijke mest, afvalwater, luchtemissies en afvalstoffen), statistieken over de oogstraming, buitenlandse handel en de Nationale Rekeningen. Ook is een deel van de basisgegevens afkomstig uit externe bronnen zoals Emissieregistratie, Planbureau voor de Leefomgeving, Hoofdproductschap Akkerbouw, Landbouw-Economisch Instituut, Productschap Diervoeder, Rijkswaterstaat-Waterdienst (voorheen RIZA), Blgg en SenterNovem. Tenslotte wordt informatie geput uit literatuuronderzoek en worden enkele bedrijven telefonisch en/of schriftelijk benaderd voor gegevensverstrekking.

Basistabel

StatLine: Mineralen in de landbouw (sectorbalans) (CBS, 2007).

Geografisch verdeling

Nederland.

Andere variabelen

Aanvoer stikstof en fosfor via mengvoer, ruwvoer, dierlijke producten, kunstmest en depositie uit de lucht. Afvoer stikstof en fosfor via plantaardige en dierlijke producten en via de uitvoer van mest. Uitsplitsing overschot naar bodem, respectievelijk lucht (voor stikstof). Hoeveelheid stikstof en fosfor in plantaardige, respectievelijk dierlijke producten die afgezet zijn naar de mengvoederindustrie.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Balansen van mineralen en zware metalen (CBS, 2006) (korte methodenbeschrijving).Mineralen in de landbouw, 1990 - 2006* (CBS, 2008).

Opmerking

Door nieuwe inzichten over de depositie van fosfor zijn de overschotten voor de jaren vanaf 1990 gewijzigd in vergelijking met voorgaande versies van deze indicator in het Milieu- en Natuurcompendium. Volgens een CBS-schatting, op basis van RIVM / MNP-informatie, is de depositie van fosfor in de landbouw voor het jaar 1990 gewijzigd van 2 naar 1 miljoen kg P, en is vanaf 1991 gewijzigd van 2 naar 0 miljoen kg P per jaar. Hierdoor zijn de overschotten van fosfor in de landbouw ook gewijzigd met deze verschillen.

Betrouwbaarheidscodering

D (Schatting, gebaseerd op een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Nutriëntenoverschotten in de landbouw, 1970-2005 (indicator 0096, versie 08 , 22 april 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.