Compendium voor de Leefomgeving
520 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Nutriëntenoverschotten in de landbouw, 1970-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In 2010 is het overschot van stikstof in de landbouw 6 procent lager, terwijl het overschot van fosfor juist 55 procent hoger is dan in 2009. Sinds 2006, het jaar waarin nieuw mestbeleid in werking trad, is het overschot van stikstof met 13 en van fosfor met 37 procent gedaald.

Stikstofoverschot

Het stikstofoverschot in de landbouw is in 2010 met 6 procent gedaald ten opzichte van het voorafgaande jaar. Daarmee bedroeg in 2010 het stikstofoverschot 49 procent van de totale stikstofaanvoer naar de landbouw. Dit komt overeen met een benuttingspercentage van 51 procent. Sinds de invoering van het Mineralen Aangifte Systeem (MINAS) in 1998 is het benuttingspercentage flink gestegen: in 1997 bedroeg het nog 31 procent, en in het jaar dat het nieuwe mestbeleid in werking trad (2006) 43 procent.

Fosforoverschot

In 2010 is het fosforoverschot in de landbouw 55 procent hoger dan het jaar ervoor. Deze stijging kan bijna geheel verklaard worden doordat er flink meer fosfaatmeststoffen zijn gebruikt in vergelijking met het historisch lage gebruik in 2009.
In 2010 bedraagt het fosforoverschot 23 procent van de totale fosforaanvoer naar de landbouw. Dit komt overeen met een benuttingspercentage van 77 procent, hetgeen een flinke verbetering is sinds de invoering van MINAS in 1998. In 1997 bedroeg het benuttingspercentage voor fosfor nog maar 48 procent, en in het jaar van het in werking treden van het nieuwe mestbeleid (2006) was het 64 procent.

Tot 1986 hogere nutriëntenoverschotten door groeiende veestapel

Tussen 1970 en 1986 namen de overschotten van de nutriënten stikstof en fosfor in de landbouw toe. Vooral het ontstaan en de groei van de niet-grondgebonden (intensieve) veehouderij droegen hieraan bij. Als gevolg hiervan steeg de import van krachtvoer.
De groei van het stikstofoverschot wordt in deze periode versterkt door hogere gehalten in het krachtvoer en een groter gebruik van stikstofkunstmest om zo in de groeiende behoefte aan ruwvoer te voorzien.
De toename van het fosforoverschot na 1975 wordt gedeeltelijk afgezwakt door een daling van het fosforgehalte in het krachtvoer.

Na 1986 daling overschotten door diverse maatregelen

In 2010 is het stikstofoverschot met 57 procent en het fosforoverschot met 77 procent afgenomen ten opzichte van 1986. Diverse maatregelen hebben bijgedragen tot deze daling:

  • De daling van de overschotten is op gang gekomen na de invoering van de Beschikking superheffing (1984). Hierdoor is het aantal runderen sterk afgenomen. Ook zijn de nutriëntengehalten in krachtvoer, vooral van fosfor, lager en is het gebruik van stikstofmeststoffen aanzienlijk verminderd na 1986.
  • Tussen 1990 en 1998 daalt het fosforoverschot gestaag terwijl het stikstofoverschot nauwelijks afneemt. De stagnatie in de daling van het stikstofoverschot komt doordat het mestbeleid in eerste instantie vooral gericht is geweest op terugdringing van het fosfaatgebruik.
  • Na de introductie van MINAS (1998) komt de daling van het stikstofoverschot weer op gang. In het kader van MINAS waren boeren verplicht een mineralenboekhouding voor zowel stikstof als fosfor bij te houden. Bij nutriëntenverliezen boven van te voren vastgestelde normen moest een heffing worden betaald. Vanaf 1999 neemt hierdoor zowel het stikstof- als het fosforoverschot flink af. De jaren 2003 en 2005 vormen een uitzondering op de dalende trend. In deze jaren zijn de overschotten hoger dan in het jaar ervoor door vooral tegenvallende gewasopbrengsten. Hierdoor zijn er met het gewas minder mineralen afgevoerd dan in een normaal weerjaar.
  • De daling van de overschotten zet zich voort in de jaren na 2006, mede door verdere aanscherping van het mestbeleid; MINAS is per 1 januari 2006 vervangen door nieuw mestbeleid met een stelsel van gebruiksnormen voor stikstof en fosfor in plaats van de verliesnormen uit het MINAS-stelsel.

Relevantie

De stikstof- en fosforoverschotten uit de landbouw accumuleren vooral in de bodem. Een deel spoelt uit naar het grondwater, terwijl ook een deel naar de lucht verdampt als stikstofverbindingen (o.a. ammoniak). In deze indicator heeft de term 'overschot' een bredere betekenis dan de term 'netto belasting' die in andere indicatoren in het Compendium voor de Leefomgeving wordt gebruikt. Behalve dat er van het overschot een groot deel terecht komt in het milieu, bevat het overschot onder andere ook de opslag van mest.

Beleid

Per 1 januari 2006 is MINAS vervangen door nieuw mestbeleid waarbij er gebruiksnormen voor stikstof en fosfor gelden in plaats van de verliesnormen in het MINAS-systeem.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over de nutriëntenoverschotten in de landbouw is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Nutriëntenoverschotten in de landbouw

Omschrijving

Ontwikkeling van de overschotten van de nutriënten stikstof en fosfor in de landbouw, weergegeven als index ten opzichte van 1970.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

De nutriëntenoverschotten zijn berekend op basis van de balans voor Stroomschema voor stikstof en fosfor in de landbouw, 2017, respectievelijk Balans van fosfor in de landbouw, 2017. Voor beide nutriënten wordt het overschot bepaald door de aanvoer (via vooral mengvoer, ruwvoer, dierlijke producten en kunstmest) te verminderen met de afvoer (via de afzet van plantaardige en dierlijke producten en de uitvoer van mest). De afvoer met gewassen is behalve van de mate van bemesting en grondsoort ook afhankelijk van de weersomstandigheden. Jaarlijks kunnen de gewasopbrengsten door andere weersomstandigheden sterk van elkaar afwijken met als gevolg schommelingen in de overschotten.Voor de berekening van het mineralenoverschot worden gegevens gebruikt uit diverse CBS-statistieken (milieustatistieken: dierlijke mest, afvalwater, luchtemissies en afvalstoffen), statistieken over de oogstraming, buitenlandse handel en de Nationale Rekeningen. Ook is een deel van de basisgegevens afkomstig uit externe bronnen zoals Emissieregistratie, Planbureau voor de Leefomgeving, Hoofdproductschap Akkerbouw, Landbouw-Economisch Instituut, Productschap Diervoeder, Rijkswaterstaat-Waterdienst, Blgg en Agentschap NL. Tenslotte wordt informatie geput uit literatuuronderzoek en worden enkele bedrijven telefonisch en/of schriftelijk benaderd voor gegevensverstrekking.

Basistabel

StatLine: Mineralen in de landbouw (sectorbalans) (CBS, 2012b)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Aanvoer stikstof en fosfor via mengvoer, ruwvoer, dierlijke producten, kunstmest en depositie uit de lucht. Afvoer stikstof en fosfor via plantaardige en dierlijke producten en via de uitvoer van mest. Uitsplitsing overschot naar bodem, respectievelijk lucht (voor stikstof). Hoeveelheid stikstof en fosfor in plantaardige, respectievelijk dierlijke producten die afgezet zijn naar de mengvoederindustrie.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Balansen van mineralen en zware metalen (CBS, 2006) (korte onderzoeksbeschrijving) Mineralen in de landbouw, 1970-2011* (CBS, 2012a)

Betrouwbaarheidscodering

D (schatting op basis van een aantal metingen, expert judgement, een aantal relevante feiten of gepubliceerde bronnen terzake)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Nutriëntenoverschotten in de landbouw, 1970-2010 (indicator 0096, versie 13 , 15 januari 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.