Landbouw en milieu

Emissies van broeikasgassen door de land- en tuinbouw, 1990-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De broeikasgasemissies van de land- en tuinbouw zijn sinds 1990 afgenomen en na 2007 weer toegenomen. Het betreft emissies van methaan, distikstofoxide en kooldioxide. De gepresenteerde emissiecijfers voor 2009 zijn nog voorlopig.

Uitstoot broeikasgassen land- en tuinbouw gedaald door melkquotering en mestbeleid

De totale broeikasgasemissie van de land- en tuinbouw is sinds 1990 afgenomen. De uitstoot van koolstofdioxide is licht gestegen, methaan is licht gedaald en distikstofoxide is met ongeveer 20% gedaald. Hieronder een toelichting op de trend per broeikasgas (zie tab's boven de figuur)

CH4-emissie gedaald door inkrimping veestapel

Methaan (CH4) komt voornamelijk vrij als spijsverteringsgas bij herkauwers (tijdens de pens- en darmfermentatie). De CH4-emissie van pensfermentatie neemt sinds 1990 af door inkrimping van de melkveestapel als gevolg van de melkquotering (Beschikking superheffing, 1984) in combinatie met een toename van de melkproductie per koe. Na 2007 neemt de emissie iets toe doordat er meer koeien zijn als gevolg van de verruiming van het melkquotum. Daarnaast komt methaan vrij uit de mest in stallen en opslag. Deze emissie is ook afgenomen, vooral door inkrimping van de varkensstapel als gevolg van het mestbeleid. Vanaf 2007 nemen de overige emissie van CH4 toe door een sterke toename van warmtekrachtkoppelinginstallaties (wkk) in de glastuinbouw.

N2O-emissie gedaald door mestbeleid

Bij mest uit stallen en opslag treden naast methaan-emissies ook distikstofoxide (N2O)-emissies naar de lucht op. Beweiding en toepassing van mest en kunstmest veroorzaken zowel directe N2O-emissies vanuit de bodem naar de lucht als indirecte N2O-emissies na depositie van ammoniak en na uit- en afspoeling van stikstof naar grond- en oppervlaktewater.
Door het onderwerken van dierlijke mest als gevolg van het ammoniakbeleid nam de N2O-emissie vanuit de bodem tussen 1990 en 1995 toe. Maar door verminderde toevoer van stikstof naar de bodem als gevolg van het mestbeleid zette vanaf 1995 een daling van de N2O-emissie in. Het betreft niet alleen een daling van de directe N2O-emissie uit de bodem, maar ook van de indirecte N2O-emissie ten gevolge van depositie van ammoniak en van uit- en afspoeling van stikstof.

CO2-emissie gedaald door energiebesparing in de glastuinbouw

De emissies van kooldioxide (CO2) zijn voor circa 80% afkomstig van de verbranding van fossiele brandstoffen in de glastuinbouw. Deze emissie is sinds 1990 gedaald als gevolg van energiebesparing in de glastuinbouw, die weer het gevolg was van de Meerjarenafspraken energiebesparing 1990-2000. In 2008 zijn de emissies gestegen, omdat de glastuinbouw meer aardgas verbruikt door het toegenomen aantal warmtekrachtkoppelinginstallaties voor kasverwarming en elektriciteitsopwekking.

Referenties

Relevante informatie

  • Veehouderij: aantallen dieren
  • Recente emissiecijfers kunnen in detail bekeken worden op de website van de Emissieregistratie. Verder is via deze site informatie beschikbaar over de methodieken voor het bepalen van emissiecijfers en informatie over wijzigingen in methodieken.
  • Protocollen methodieken emissieberekeningen broeikasgassen voor diverse bronnen: www.broeikasgassen.nl

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Broeikasgasemissies Land- en tuinbouw, 1990-2009

Omschrijving

Emissies van broeikasgassen uit de land- en tuinbouw (kooldioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en fluorhoudende gassen (HFK's, PFK's en SF6).

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL)

Berekeningswijze

De emissiecijfers voor de broeikasgassen zijn berekend volgens de IPCC-methode. Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website www.broeikasgassen.nl.

Basistabel

Alle data zijn opvraagbaar op of via de website van de Emissieregistratie. De hier gepresenteerde cijfers zijn de definitieve emissiecijfers voor de periode 1990-2008, zoals vrijgegeven door de Emissieregistratie in maart 2010, en de voorlopige cijfers van 2009 vrijgegeven door de emissieregistratie in augustus 2010.

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2; in september voorlopige cijfers t-1

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documentenBegrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

De emissiecijfers voor de broeikasgassen zijn berekend volgens de IPCC-methode. Zie Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019 voor een toelichting op de IPCC-emissies.

Betrouwbaarheid

Zie: Van der Maas et al. (2010). Greenhouse Gas Emissions in the Netherlands 1990 - 2008. National Inventory Report 2010. PBL rapportnr. 500080017 / 2010, Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Emissies van broeikasgassen door de land- en tuinbouw, 1990-2009 (indicator 0100, versie 08 , 19 oktober 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.