Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landbouw en milieu

Mestproductie door de veestapel, 1980-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
  1980 1986 1990 1995 1998 1999 2000 2001*
                 
  miljard kg            
Totale mestproductie 85,7 94,2 86 81,8 76,1 74,7 74,8 74,3
                 
Dunne mest 83,9 93,3 84,9 79,2 73,2 71,6 71,6 71,2
w.v. afkomstig van                
  rundvee 68,5 71,7 65,4 60,7 56,2 55 55,6 56,0
  w.o. in de wei 32,5 36,7 26,2 19,4 18 17,6 16,9 17,0
  varkens 14,6 19,1 16,4 16,1 15,2 14,7 14,1 13,4
  pluimvee . 1,7 1,5 0,9 0,5 0,5 0,5 0,5
  overig1) 0,8 0,8 1,6 1,5 1,4 1,4 1,4 1,3
                   
Vaste mest 1,9 0,9 1,2 2,6 2,9 3,1 3,1 3,1
w.v. afkomstig van                
  rundvee . . . 1 1 1,1 1,1 1,1
  pluimvee 1,7 0,7 0,9 1,2 1,5 1,6 1,6 1,5
  overig2) 0,1 0,1 0,3 0,4 0,4 0,4 0,4 0,4
                   
Bron: CBS.             CBS/MC/okt02
1) Weidemest van schapen.
2) Schapen, geiten, pelsdieren en konijnen.

Ontwikkeling totale mestproductie

Tot het midden van de jaren tachtig is de totale mestproductie in de landbouw sterk toegenomen. In 1986 lag de totale mestproductie 39% boven het niveau van 1970. De mestproductie is na 1986 met 21% afgenomen. Inkrimping van de melkveestapel als gevolg van de superheffing veroorzaakte de laatste tien jaar een daling van 18% voor rundvee. Voor varkens en pluimvee tezamen bedraagt de afname voor de periode 1986-2001 ruim 22%.
zijn elders beschreven.

Bijdragen van de verschillende dieren aan de mestproductie

Driekwart van de mest is afkomstig van rundvee. Het aandeel van varkens (20%) en pluimvee (3%) in de mestproductie is een stuk geringer. Doordat de varkens- en pluimveehouderij echter niet-grondgebonden (intensieve veehouderij) zijn, dragen zij in belangrijke mate bij aan het mestoverschot.

Superheffing

Met de invoering van de Beschikking Superheffing in 1984 heeft de EU alle lidstaten een maximum voor de melkproductie opgelegd, het zogenaamde melkquotum. Omdat de gemiddelde melkproductie per koe jaarlijks toeneemt, moet het aantal melk- en kalfkoeien afnemen, wil Nederland niet te veel melk produceren. Voor elke liter teveel geproduceerde melk moet de boer een heffing betalen.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over de productie van dierlijke mest is te vinden op Statline (CBS).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Mestproductie door de veestapel, 1980-2001 (indicator 0104, versie 03 , 24 september 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.