Verkeer en milieu

Emissies naar lucht door verkeer en vervoer, 1990-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door de toepassing van onder andere driewegkatalysator, oxidatiekatalysator en schonere motoren zijn voor de doelgroep Verkeer en vervoer de emissies naar lucht van alle belangrijke stoffen ten opzichte van 1990 gedaald, met uitzondering van kooldioxide.

Ontwikkeling emissie koolmonoxide en vluchtig organische stoffen

Sinds 1990 zijn de emissies van koolmonoxide (CO) en vluchtige organische stoffen (VOS) sterk verminderd, respectievelijk met 50 en 81%. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de stapsgewijs aangescherpte Europese emissie-eisen voor de typekeuring van motorvoertuigen. De eisen voor de kwaliteit van de uitlaatgassen hebben uiteindelijk geresulteerd in de toepassing van driewegkatalysatoren bij personen- en bestelauto's op benzine en LPG. Nieuwe diesel-personenauto's worden vanaf 1996 uitgerust met een oxidatiekatalysator. Bij diesel-bestelauto's vindt deze toepassing plaats vanaf 2000. De eisen met betrekking tot de verdamping van benzine uit het brandstofsysteem van voertuigen hebben geleid tot het inbouwen van koolstoffilters vanaf 1989. Tussen 1990 en 2010 zijn de (VOS)-verdampingsemissies van het wegverkeer met 92% verminderd. Zie tevens de Technische toelichting.

Ontwikkeling kooldioxide-emissie

Tussen 1990 en 2010 heeft de groei van de kooldioxide-emissie door het wegverkeer nagenoeg gelijke tred gehouden met de groei van het aantal voertuigkilometers.

Ontwikkeling emissie stikstofoxiden

Na een lichte stijging in de jaren tachtig daalt de emissie van stikstofoxiden vanaf 1990 door enerzijds het gebruik van driewegkatalysatoren in personen- en bestelauto's en anderzijds de toepassing van steeds schonere dieselmotoren met uitlaatgasrecirculatie (EGR). Dit laatste is vooral van belang bij zware bedrijfsvoertuigen. Ten opzichte van 1990 is de emissie van stikstofoxiden door het wegverkeer met 56% afgenomen.

Ontwikkeling emissie fijn stof

Ruim 80% van de emissie van fijn stof door verkeer en vervoer ontstaat bij de verbranding motorbrandstoffen; de rest is veroorzaakt door slijtage van wegdek, banden, remvoeringen en bovenleidingen. De emissie van fijn stof door het wegverkeer is in de periode 1990-2010 met 55% afgenomen. Dit is vooral te danken aan schonere dieselmotoren in zware bedrijfsvoertuigen. Ook de ter bestrijding van stikstofoxiden toegepaste uitlaatgasrecirculatie heeft een verlagend effect op de emissie van fijn stof.
Deeltjesfilters worden steeds meer toegepast. In 2010 konden bijna alle nieuwe dieselpersonenauto's en zware bedrijfsvoertuigen met een ingebouwde roetfilter worden geleverd en circa 75% van de nieuwe dieselbestelauto's. Daarnaast zijn, met subsidie van het Ministerie van I & M (VROM, 2010), in bestaande voertuigen roetfilters ingebouwd ("retrofit"). Eind 2010 waren ruim 80 duizend personen- en bestelauto's en meer dan 26 duizend zware bedrijfsvoertuigen met een retrofit-filter uitgerust.

Ontwikkeling emissie zwaveldioxide en loodverbindingen

De emissies van loodverbindingen en zwaveldioxide door het wegverkeer zijn in de loop der jaren drastisch verminderd. Dit is een gevolg van het door wettelijke maatregelen afgedwongen gebruik van loodvrije benzine en laagzwavelige dieselolie. Het aandeel door verkeer en vervoer in de totale zwaveldioxide-emissie in Nederland bedraagt 53%. Ruim 80% hiervan betreft emissies door de zeevaart op het Nederlands deel van het continentaal plat (NCP), 16% komt van de zeevaart in de havens en ongeveer 3% van het overige verkeer. N.B. De emissies door de zeevaart worden niet meegenomen in de 'NEC-cijfers' in de tabel.
Door IMO, de internationale scheepvaartorganisatie, zijn beperkingen van het zwavelgehalte in stookolie opgesteld voor zeeschepen. Deze zijn opgenomen in het zogenaamde MARPOL-verdrag dat is opgesteld voor het voorkomen van verontreiniging door schepen (Noordzeeloket, 2010).
Op volle zee mag nu nog stookolie met maximaal 45 duizend ppm zwavel worden gebruikt. Vanaf 2012 mag dit gehalte niet hoger dan 35 duizend ppm zwavel zijn. Na 2020 moet dit gehalte dalen naar 5 duizend ppm zwavel. In 2008 en 2009 moesten schepen in zogenaamde emission control areas al voldoen aan een maximum limiet van 15 duizend ppm zwavel. Vanaf 2010 is deze limiet verscherpt tot maximaal 10 duizend ppm zwavel, en na 2015 is het maximum duizend ppm zwavel. Voorbeelden van deze emission control areas zijn de Noordzee en de Oostzee.
De emissie van loodverbindingen door voertuigen is verwaarloosbaar geworden.

Ontwikkeling emissie distikstofoxide

Distikstofoxide (N2O) komt vooral vrij door een onvolledige reductie van stikstofoxiden tot stikstof in driewegkatalysatoren. De emissie blijft de laatste jaren vrijwel constant. Enerzijds neemt het aantal auto's met een katalysator toe, anderzijds produceren auto's met de nieuwste generatie katalysatoren aanzienlijk minder N2O.

Oorzaken van emissies

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Emissies naar lucht door verkeer en vervoer

Omschrijving

Emissies naar lucht door het verkeer en vervoer van broeikasgassen (kooldioxide, distikstofoxiden, methaan) en verzurende en grootschalige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, stikstofoxiden, ammoniak, vluchtige organische stoffen (excl. methaan), fijn stof, koolmonoxide)

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek, in samenwerking in de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Rijkswaterstaat-Waterdienst-Dienst Water en gebruik, Wageningen Universiteit-Alterra, Agentschap NL, TNO, Deltares).

Berekeningswijze

Emissieberekening op basis van activiteitsgegevens (voertuigkilometers, brandstofverbruik) en emissiefactoren.Zie verder Klein, J., et al. (2012).

basistabel

StatLine tabel: Luchtverontreiniging, emissies door mobiele bronnen

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffenCirca 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In mei definitieve cijfers t-2; in september voorlopige cijfers t-1

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documentenBegrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

Er is een verschil in de berekening van de broeikasgasemissies volgens de IPCC en de emissies van verzurende en overige stoffen volgens de NEC-richtlijn. De IPCC-emissies door wegverkeer worden berekend op basis van de afzet van motorbrandstoffen; de NEC-emissies worden berekend op basis van het aantal voertuigkilometers op Nederlands grondgebied.De methodiek voor de berekening van de emissies door wegverkeer wordt jaarlijks aangepast. De meest recente methodiekbeschrijving geeft het rapport Klein, J., et al. (2012). Dit rapport verschijnt voortaan alleen in het Engels. Van de tabellenset zal wel een Nederlandse versie blijven verschijnen. Een samenvatting van de methodiek wordt gegeven in Luchtverontreiniging, emissies door mobiele bronnen 1990-2009.Vanaf heden worden de broeikasgasemissies door landbouwvoertuigen, de visserij en mobiele werktuigen allemaal gepresenteerd onder Verkeer en vervoer.

Betrouwbaarheidscodering

C (Gemiddeld; afhankelijk van emissieoorzaak en stof)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2012). Emissies naar lucht door verkeer en vervoer, 1990-2010 (indicator 0128, versie 20 , 1 mei 2012 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.