Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Ontwikkelingen in de maatschappij

Ruimtegebruik en emissies van broeikasgassen door particuliere consumptie, 1990-2013

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Door een toename van het besteedbare inkomen is de consumptie door huishoudens toegenomen. Dit leidt, samen met een gestage bevolkingsgroei, tot toenemende emissie van broeikasgassen, al is de groei, vooral door efficiƫntieverbeteringen, minder sterk dan de consumptie zelf. In 2009 was er een kentering waarneembaar: door de economische krimp in 2009 daalden de consumptie en de daarmee samenhangende CO2-emissie. Ook in 2012 en 2013 was er een lichte daling in de huishoudelijke consumptie.

Economische groei, huishoudelijke consumptie en milieudruk

Belangrijke drijvende krachten achter de emissie van broeikasgassen en het ruimtegebruik door consumenten (hier samen aangeduid als milieudruk) zijn de omvang van de bevolking en de ontwikkeling van de economie. Economische groei betekent dat er meer goederen en diensten worden geproduceerd, waarvoor veelal meer energie- en grondstoffen nodig zijn. Economische groei vertaalt zich doorgaans ook in een hoger inkomen per inwoner en daarmee een hoger consumptieniveau. Een hogere consumptie gaat op zijn beurt gepaard met een hogere milieudruk, onder andere door meer energie- en ruimtegebruik, in binnen- en buitenland. Maar door efficiƫntieverbeteringen groeit de milieudruk wel minder snel dan de consumptie.
Verkeer en vervoer, vakanties, voeding, gas- en elektriciteitsgebruik zijn samen goed voor circa 70% van de totale broeikasgasemissies en 60% van het totale ruimtegebruik (Nijdam et al., 2005). In 2010 was er nog een consumptiegroei van 0,9% door huishoudens. In 2011 daalde de consumptie met 0,6% , in 2012 met 1,6% en in 2013 met 2,1% (binnenlandse huishoudelijke consumptie).
Het ruimtegebruik voor voeding en biobrandstoffen nam de afgelopen jaren licht toe. Deze stijging werd echter gecompenseerd door een afname van het hout- en papiergebruik.

Consumptieve besteding bijna 9% afgenomen sinds 2008.

De milieudruk veroorzakende activiteiten van consumenten nemen vooral toe door de groei van de consumptieve bestedingen. Sinds 1990 is de voor inflatie gecorrigeerde consumptie (het consumptievolume) met ruim 50% toegenomen, in 2008, terwijl de bevolking met 12% steeg. Daarna daalde de consumptie met bijna 9% tot en met 2013.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over consumptieve bestedingen zijn te vinden op Statline (CBS);
  • Recente emissiecijfers kunnen in detail bekeken worden op de website van de Emissieregistratie. Verder is via deze site informatie beschikbaar over de methodieken voor het bepalen van emissiecijfers en informatie over wijzigingen in methodieken.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Ruimtegebruik en emissies van broeikasgassen door particuliere consumptie

Verantwoordelijk instituut

PBL

Berekeningswijze

De volumegroei van consumptieve bestedingen is afkomstig van de conjunctuurgegevens van het CBS. De CO2 emissie van consumptie is afkomstig uit (Nijdam et al., 2005) en de update daarvan (Milieubalans 2008, fig 1.4.2.). Het landgebruik is gebaseerd op een procesanalyse van nationale consumptie van agro-grondstoffen en hout (Rood et al., 2004, Westhoek 2013). Voor het landgebruik zijn de efficiencyverbeteringen in de Europese landbouw gebruikt. Het betreft hier overigens alleen het effect van het bestedingspatroon van huishoudens, dus exclusief overheidsbestedingen.

Basistabel

Data afkomstig van CBS, LEI en emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2014). Ruimtegebruik en emissies van broeikasgassen door particuliere consumptie, 1990-2013 (indicator 0137, versie 07 , 22 april 2014 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.