Afval

Gescheiden ingezameld afval van huishoudens, 1985-2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Tot in de tweede helft van de jaren negentig neemt de hoeveelheid gescheiden ingezameld afval van huishoudens sterk toe. In de jaren erna is de groei veel minder.

Totale hoeveelheid huishoudelijk afval groeit minder na 2000

De totale hoeveelheid huishoudelijk afval (gescheiden plus niet-gescheiden ingezameld) stijgt tussen 1995 en 2000 gemiddeld met 270 duizend ton per jaar. Na 2000 is de groei minder.

Bijna 50 procent van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld

Vooral de hoeveelheid gescheiden ingezameld huishoudelijk afval groeit tussen 1990 en 1997 sterk; dit geldt zowel voor de haal- als de brengmethode. Dit komt onder meer doordat begin jaren negentig veel gemeenten het gescheiden inzamelen van GFT-afval hebben ingevoerd. Na 1998 is de jaarlijkse groei kleiner. In 2009 is iets meer huishoudelijk afval gescheiden ingezameld dan het jaar daarvoor. Bijna 50 procent van het huishoudelijk afval is in 2009 gescheiden ingezameld.

Beleid

De gescheiden inzameling van afvalcomponenten heeft als doel het hergebruik van afval te bevorderen. Hiermee tracht de overheid de hoeveelheid afval, die moet worden verbrand of gestort, te verminderen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Gescheiden ingezameld afval van huishoudens

Omschrijving

Het gescheiden afval van huishoudens, verdeeld naar een aantal afvalstromen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Definities van de genoemde afvalstromen en informatie over de wijze waarop bovenstaande gegevens tot stand zijn gekomen zijn te vinden in het artikel Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004).

Basistabel

StatLine: Gemeentelijke afvalstoffen, hoeveelheden (CBS, 2010b)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Er zijn gegevens over de diverse afvalstromen, de wijze van inzameling en de inzamelende instantie. De gegevens zijn beschikbaar voor Nederland, per provincie, per gemeente, naar mate van stedelijkheid van de gemeenten en naar grootte van de gemeenten.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004)Gescheiden afvalinzameling stagneert. Webmagazine, 18 juli 2007 (CBS, 2007)Minder huishoudelijk afval en meer plastic ingezameld. Webmagazine, 12 juli 2010 (CBS, 2010a)

Opmerking

De gegevens over huishoudelijk afval in het Compendium voor de Leefomgeving wijken af van die het CBS publiceert in de databank StatLine (CBS, 2010b). Dit verschil komt door:- Het afval dat door derden is ingezameld: dit afval (vooral wit- en bruingoed dat via de detailhandel is ingezameld en oud papier en karton) is wel in het Comperndium voor de Leefomgeving inbegrepen maar niet in de cijfers in de StatLine-publicatie.- Het verbouwingsafval (onder andere puin, hout, metalen en vlakglas). Al het door gemeenten ingezamelde verbouwingsafval wordt meegeteld in de StatLine-publicatie. Voor het bepalen van de cijfers in het Compendium voor de Leefomgeving is maar een deel van dit verbouwingsafval toegedeeld aan het afval van huishoudens. Reden daarvoor is dat een deel van dit afval eigenlijk bedrijfsafval is, vooral afkomstig van aannemersbedrijven. In het verleden is tussen het RIVM en CBS afgesproken dat 50 procent van het verbouwingsafval aan het huishoudelijk afval wordt toegerekend. In het onderzoek over 2003 is navraag gedaan naar het acceptatiebeleid van verbouwingsafval van bedrijven door gemeenten. Daaruit bleek dat gemiddeld ongeveer 15 procent van het door de gemeenten ingezameld verbouwingsafval afkomstig is van bedrijven. Dit is beduidend minder dan de 50 procent die tot nu toe werd gehanteerd. Gezien dit verschil is in overleg tussen het Ministerie van VROM, Uitvoering Afvalbeheer en het CBS afgesproken om met terugwerkende kracht dit percentage te laten zakken van 50 naar 15 procent. Voor 2000 en eerder wordt het oude percentage van 50 procent gehanteerd. In 2001, 2002 en 2003 daalt dit percentage naar respectievelijk 40, 30 en 20 procent. Voor 2004 en later wordt 15 procent van het verbouwingsafval niet aan het huishoudelijk afval toegerekend.

Betrouwbaarheidscodering

B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Gescheiden ingezameld afval van huishoudens, 1985-2009 (indicator 0143, versie 17 , 20 juli 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.