Afval

Gescheiden ingezameld afval van huishoudens, 1985-2010

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Nadat in 2008 en 2009 minder afval van huishoudens gescheiden is ingezameld dan in het voorgaande jaar is dit in 2010 weer toegenomen. Tot in de tweede helft van de jaren negentig neemt het scheiden van afval sterk toe. In de jaren erna is dat minder.

Totale hoeveelheid huishoudelijk afval groeit minder na 2000

De totale hoeveelheid huishoudelijk afval (gescheiden plus niet-gescheiden ingezameld) stijgt tussen 1995 en 2000 gemiddeld met 270 duizend ton per jaar. Na 2000 is de groei minder. In 2008 wordt er zelfs iets minder afval gescheiden ingezameld dan in het voorgaande jaar. Deze afname zet zich in 2009 voort. Doordat in 2010 is gestart met de verplichte inzameling van kunststof verpakkingen is in dat jaar weer meer afval gescheiden ingezameld.

50 procent van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld

Vooral de hoeveelheid gescheiden ingezameld huishoudelijk afval groeit tussen 1990 en 1997 sterk; dit geldt zowel voor de haal- als de brengmethode. Dit komt onder meer doordat begin jaren negentig veel gemeenten het gescheiden inzamelen van GFT-afval hebben ingevoerd. Na 1998 is de jaarlijkse groei kleiner. In 2010 is de helft van het huishoudelijk afval gescheiden ingezameld.

Beleid

De gescheiden inzameling van afvalcomponenten heeft als doel het hergebruik van afval te bevorderen. Hiermee tracht de overheid de hoeveelheid afval, die moet worden verbrand of gestort, te verminderen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Gescheiden ingezameld afval van huishoudens

Omschrijving

Het gescheiden afval van huishoudens, verdeeld naar een aantal afvalstromen

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Definities van de genoemde afvalstromen en informatie over de wijze waarop bovenstaande gegevens tot stand zijn gekomen zijn te vinden in het artikel Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004).

Basistabel

StatLine: Gemeentelijke afvalstoffen, hoeveelheden (CBS, 2011)

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Er zijn gegevens over de diverse afvalstromen, de wijze van inzameling en de inzamelende instantie. De gegevens zijn beschikbaar voor Nederland, per provincie, per gemeente, naar mate van stedelijkheid van de gemeenten en naar grootte van de gemeenten.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Statistiek gemeentelijk afval; opzet van het onderzoek (CBS, 2004)Gescheiden afvalinzameling stagneert. Webmagazine, 18 juli 2007 (CBS, 2007)Minder huishoudelijk afval en meer plastic ingezameld. Webmagazine, 12 juli 2010 (CBS, 2010)

Opmerking

De gegevens over huishoudelijk afval in het Compendium voor de Leefomgeving wijken af van die het CBS publiceert in de databank StatLine (CBS, 2011). Dit verschil komt door:- Het afval dat door derden is ingezameld: dit afval (vooral wit- en bruingoed dat via de detailhandel is ingezameld en oud papier en karton) is wel in het Comperndium voor de Leefomgeving inbegrepen maar niet in de cijfers in de StatLine-publicatie.- Het verbouwingsafval (zoals puin, hout, metalen en vlakglas). In de StatLine-tabel is al het door gemeenten ingezamelde verbouwingsafval toegerekend aan het afval van huishoudens. Voor het bepalen van de cijfers in het Compendium voor de Leefomgeving is maar een deel van dit afval toegedeeld aan de huishoudens. Reden daarvoor is dat een deel van dit afval niet door huishoudens maar door bedrijven is afgegeven. Het gaat daarbij vooral om aannemersbedrijven die hun verbouwingsafval afgeven bij milieustraten. In het verleden is daarom tussen het RIVM en CBS afgesproken dat 50 procent van het verbouwingsafval aan het huishoudelijk afval wordt toegerekend. In het onderzoek over 2003 is navraag gedaan naar het acceptatiebeleid van verbouwingsafval van bedrijven door gemeenten. Daaruit bleek dat ongeveer 85 procent van het door de gemeenten ingezameld verbouwingsafval afkomstig is van huishoudens. Dat het aandeel van de huishoudens hoger ligt komt onder andere door een strikter acceptatiebeleid van milieustraten. Steeds meer milieustraten accepteren geen afval meer van bedrijven. Gezien deze ontwikkeling is in overleg tussen het toenmalige Ministerie van VROM, Uitvoering Afvalbeheer en het CBS afgesproken om met terugwerkende kracht het aandeel van huishoudens te laten toenemen van 50 naar 85 procent. Voor 2000 en eerder wordt het oude percentage van 50 procent gehanteerd. In 2001, 2002 en 2003 stijgt dit percentage naar respectievelijk 60, 70 en 80 procent. Voor 2004 en later wordt 85 procent van het verbouwingsafval aan het huishoudelijk afval toegerekend.

Betrouwbaarheidscodering

B (schatting gebaseerd op een groot aantal (zeer accurate) metingen, waarbij representativiteit van de gegevens vrijwel volledig is)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2011). Gescheiden ingezameld afval van huishoudens, 1985-2010 (indicator 0143, versie 19 , 19 augustus 2011 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.