Luchtkwaliteit

Emissies broeikasgassen, 1990-2020

De uitstoot van broeikasgassen is de laatste 10 jaar gedaald, met een versnelling van deze daling sinds 2018. In 2020 lag de emissie op basis van voorlopige cijfers 9,0% lager dan in 2019, een daling van 16,2 Mton CO2-equivalenten. De uitstoot in 2020 was 25,4% lager dan in 1990, op basis van voorlopige cijfers. Deze reductie zal waarschijnlijk tussen de 24 en 27 procent uitkomen; de definitieve cijfers over 2020 volgen begin 2022. De doelstelling voor 2020 ten opzichte van 1990 bedraagt 25% minder broeikasgasuitstoot. De daling vond tussen 1990 en 2017 voor het overgrote deel plaats bij de overige broeikasgassen: de emissie van CH4, N2O en de F-gassen lag in 2020 54,3% lager dan in 1990. De laatste 3 jaren daalde ook de emissie van CO2: die lag in 2020 15,1% lager dan in 1990. Deze daling vond hoofdzakelijk plaats in de elektriciteitssector.

Daling van emissie broeikasgassen in 2020 ten opzichte van 2019

De emissie van broeikasgassen is in 2020 met 9,0% op basis van voorlopige cijfers afgenomen ten opzichte van 2019: van 180,7 naar 164,5 Mton CO2-equivalenten. Deze daling komt vooral door de afname van de CO2-emissie: deze daalt de laatste jaren, nadat deze in 2017 nog op het niveau van 1990 lag. Dit komt vooral doordat er minder steenkool is ingezet voor de elektriciteitsproductie. De uitstoot van de overige broeikasgassen (methaan, distikstofoxide en de F-gassen) is met 0,7 Mton afgenomen.

Daling vanaf 1995 bij overige broeikasgassen, sinds 2018 bij CO2

De uitstoot van broeikasgassen was in 2020 25,4% lager dan in 1990, op basis van voorlopige cijfers (bandbreedte van 24-27%). Het definitieve cijfer wordt begin 2022 gepubliceerd.
De daling over deze periode vindt tot 2018 plaats bij de overige broeikasgassen: de emissie van CH4, N2O en de F-gassen lag in 2020 54,3% lager dan in 1990. Deze daling vond op zijn beurt weer met name plaats tussen 1990 en 2008, en is daarna afgevlakt. Sinds 2018 daalt ook de emissie van CO2. Deze lag in 2017 nog op het niveau van 1990, en in 2019 inmiddels 15,1% lager dan in 1990 (op basis van voorlopige cijfers).

Verklarende ontwikkelingen

De daling bij CO2 in 2020 is aanzienlijk groter dan voorgaande jaren. Dit komt slechts voor een deel door de lockdownmaatregelen. De grootste reductie is behaald in de elektriciteitssector (-21% ten opzichte van 2019). Deze daling hangt samen met het afgenomen steenkoolverbruik. Dit heeft diverse oorzaken. Ten eerste het sluiten van de Hemwegcentrale (Amsterdam) eind 2019 en het grotendeels stil liggen van de Riverstonecentrale (Maasvlakte) afgelopen jaar vanwege storingen. Ten tweede hadden de kolencentrales te maken met hogere kolen- en CO2 - prijzen, dat een concurrentienadeel veroorzaakte ten opzichten van aardgascentrales. Verder daalde de vraag naar elektriciteit uit centrales door de toename van hernieuwbare bronnen. En tenslotte nam vanwege de coronacrisis de totale vraag naar elektriciteit in Nederland en in de buurlanden af.
De emissies door de mobiliteitssector nam met 13 procent af ten opzichte van 2019; belangrijkste reden is minder personenvervoer over de weg vanwege de lockdownmaatregelen. In de sectoren landbouw en gebouwde omgeving daalde de broeikasgasuitstoot licht. In de industrie bleven de emissies op ongeveer hetzelfde niveau als in 2019.

Overige broeikasgassen

De uitstoot van CH4 is in 2020 ten opzichte van 1990 met 46,8% gedaald.
Het grootste deel van deze daling is het gevolg van de afname van emissies uit stortplaatsen. Daarnaast heeft er ook een daling plaatsgevonden in de landbouwsector en in de energiesector. De daling in de landbouwsector wordt met name veroorzaakt door een afname van de dieraantallen en de hoeveelheid geproduceerde mest in de afgelopen 30 jaar. In de energiesector zijn door het nemen van maatregelen de emissies als gevolg van het afblazen van ruw aardgas bij de olie- en gaswinning afgenomen.
De uitstoot van N2O is in 2020 ten opzichte van 1990 met 55,7% gedaald. Deze daling van de uitstoot van N2O is gerealiseerd in de chemische industrie en de landbouwsector. De afname van de uitstoot in de chemische industrie is het gevolg van N2O-reductiemaatregelen bij de productie van salpeterzuur in 2006 en 2007. Deze maatregelen werden genomen doordat de salpeterzuurproductie in 2008 onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) is gebracht, waarmee de emissie een prijs kreeg. De daling in de landbouwsector (die plaatsvond tussen 1990 en 2010) kent verschillende oorzaken: een afname van dieraantallen, een lager gebruik van zowel kunstmest als dierlijke mest en een lagere N-uitstoot per dier door een lager N-gehalte in het voer.
In 2020 is de totale uitstoot van F-gassen ten opzichte van 1990 met 79,4% gedaald. De afname van de uitstoot van F-gassen is vooral het gevolg van reductiemaatregelen die getroffen zijn in het kader van het Reductieplan Overige Broeikasgassen.

Doelstellingen Nederland

Europees

In 2016 heeft staatssecretaris Dijksma het Klimaatakkoord van Parijs ondertekend namens de 28 lidstaten van de Europese Unie. Om dit doel te halen hebben EU-lidstaten met elkaar afgesproken dat de EU in 2030 minimaal 40% minder moet uitstoten ten opzichte van 1990. De Europese Commissie toetst de klimaatplannen van de EU-lidstaten aan de gestelde doelen. Daarbij is relevant dat Nederland nu nationaal een doel van 49% minder uitstoot in 2030 hanteert ten opzichte van 1990.

Nationaal

De Klimaatwet stelt vast met hoeveel procent ons land de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen: dat is - 49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990, en - 95% minder uitstoot van broeikasgassen in 2050 ten opzichte van 1990. Om dit doel te halen, hebben de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties een Klimaatakkoord gesloten. Er staan ook afspraken in die partijen onderling hebben gemaakt.
Daarnaast moet de Nederlandse staat eind 2020 ten minste 25% minder broeikasgassen uitstoten ten opzichte van 1990. Dat heeft de Hoge Raad op 20 december 2019 geoordeeld in een procedure van Urgenda tegen de Nederlandse Staat. Met dit arrest bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het gerechtshof Den Haag op 9 oktober 2018, dat weer het vonnis van de rechtbank Den Haag bevestigt. Het oordeel is nu definitief, en het kabinet zal het vonnis uitvoeren.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Emissies naar lucht

Omschrijving

Emissies van broeikasgassen (kooldioxide (CO2), methaan (CH4), distikstofoxide (N2O) en de F-gassen perfluorkoolwaterstoffen (PFK's, HFK's) en zwavelhexafluoride (SF6)

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu , in samenwerking in de Emissieregistratie (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Planbureau voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Deltares, Lelystad, Wageningen Economic & Environmental Research, Rijkswaterstaat-Leefomgeving, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, TNO).

Berekeningswijze

De emissiecijfers voor de broeikasgassen zijn berekend volgens de IPCC-guidelines 2006. Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie

Basistabel

Alle data opvraagbaar op EmissieregistratieVerder:CBS-StatLine: IPCC-emissies naar lucht

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCC. In totaal circa 300 stoffen. Circa 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In maart definitieve cijfers t-2; in september voorlopige cijfers t-1

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documentenBegrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

1 Mton = 1 miljard kg.

Betrouwbaarheidscodering

Zie Onzekerheden emissies naar lucht.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Emissies broeikasgassen, 1990-2020 (indicator 0165, versie 39 , 31 augustus 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.