Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verzuring en vermesting

Herkomst verzurende deposities op Nederland, 2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
  SOx NOy NHX Potentieel zuur
         
  %      
Totaal 23 22 55 100
Nederland 6 9 41 56
Noordzee 4 2   6
Buitenland 13 11 14 38
 
Bron: RIVM. RIVM/MC/okt02

Ontwikkeling

Bronnen in Nederland zelf leveren nog steeds de grootste bijdrage tot de depositie van potentieel zuur in Nederland, namelijk 56% van het totaal. De belangrijkste bijdrage komt van agrarische bronnen in Nederland: 90% van de NHX-depositie is hiervan afkomstig. Dit betekent dat 37% van de totale potentieel zuurdepositie in Nederland aan deze bron kan worden toegerekend. Het betreft hier een berekening op basis van langjarig gemiddelde meteorologische gegevens. Bij de berekening is gebruik gemaakt van voorlopige emissies voor het jaar 2001.

Beleid

Het verzuringsbeleid vereist ook een internationale aanpak, omdat de verzuring een belangrijke grensoverschrijdend component kent. Daarom zijn mede in internationaal verband afspraken over emissiereducties gemaakt.

Methodiek

De berekeningen zijn uitgevoerd met het atmosferisch transport- en depositiemodel OPS (Operationeel Prioritaire Stoffen model). Voor het eerst is nu ook rekening gehouden met bronnen op de Noordzee.

Referenties

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Herkomst verzurende deposities op Nederland, 2001 (indicator 0179, versie 03 , 23 september 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.