Luchtkwaliteit

Grootschalige luchtverontreiniging de "National Emission Ceilings": emissies, 1990 - 2020

De emissies (uitstoot) van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) zijn sterk afgenomen sinds 1990. De emissies van al deze NEC-stoffen voldoen in 2020 aan de relatieve reductiedoelstellingen die gelden voor de periode 2020-2029.

Uitstoot van de NEC-stoffen NOx, SO2, NH3, NMVOS en PM2,5 sterk gedaald

De emissies (uitstoot) van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) zijn sterk afgenomen in de periode 1990-2000. Ook de emissies van fijn stof (PM2,5) en vluchtige organische stoffen (niet-methaan-VOS; NMVOS) zijn sterk gedaald in deze periode.
Na 2000 namen de emissies van de meeste stoffen verder af, maar minder sterk dan in de periode daarvoor. De NOx-emissie daalde nog wel in hetzelfde tempo als de voorgaande periode. De SO2-emissie bleef tussen 2003 en 2007 stabiel en is na 2007 verder gedaald. De emissies van alle NEC-stoffen voldoen in 2020 aan de relatieve reductiedoelstellingen die gelden voor de periode 2020-2029.
De emissies zijn hier weergegeven volgens de definities van de EU-richtlijn inzake Nationale Emissieplafonds (NEC-richtlijn). Onder deze richtlijn gelden met ingang van 2020 relatieve reductiedoelstellingen voor de periode 2020-2029 en voor de periode 2030 en verder.
De emissies van zeescheepvaart vallen niet onder de NEC-richtlijn. Voor de luchtverontreinigende emissies van de zeescheepvaart zie:

Berekeningswijze emissies onder de NEC-richtlijn veranderd

Met ingang van 2020 gelden er in de EU voor de emissies van NH3, NOx, SO2, PM2,5 en NMVOS reductiepercentages. Deze relatieve reductiedoelstellingen moeten worden gerealiseerd ten opzichte van de emissies in het emissiejaar 2005. Herberekeningen van emissiereeksen door nieuwe inzichten, hebben daarmee als gevolg dat de te reduceren emissie jaarlijks kan verschillen.
Ten opzichte van voorgaande presentaties is onder deze nieuwe NEC-Richtlijn ook de berekeningswijze voor toetsing aan de relatieve emissieplafonds van de NEC-stoffen gewijzigd. Onder de vorige NEC-Richtlijn hoefden al de emissies van Zeescheepvaart en de Luchtvaartemissies (boven 3000 voet hoogte) niet in de berekeningen te worden meegenomen, nu geldt dat eveneens voor de emissies van NOx en NMVOS uit mestmanagement en landbouwbodems. Aanvullende heeft Nederland er voor gekozen om de berekeningen van emissies van wegverkeer te berekenen op basis van verkochte brandstoffen in plaats van verbruikte brandstoffen.
Deze emissiegegevens worden ook internationaal, in de vorm van het Informative Inventory Report (IIR) en bijbehorende NFR tabellen geleverd aan EMEP/EEA.

Alle emissies onder de NEC-Richtlijn liggen onder de reductiedoelstelling voor de periode 2020-2029.

Wijzigingen 1990 - 2020 reeksen ten opzichte van de 1990 - 2019 reeksen

In de 1990-2020 reeksen ten opzichte van de 1990-2019 reeksen zijn de volgende aanpassingen gedaan:

Sector landbouw:
- De emissies als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de Landbouw zijn voor de periode 2010-2019 opnieuw berekend op basis van nieuwe inzichten. De effecten zijn op niveau van individuele stoffen zeer beperkt. Echter, aangezien verschillende van deze stoffen bijdragen aan NMVOS, zijn daarin kleine veranderingen opgetreden;
- Actualisatie van de emissiefactoren voor NOx van kleine vuurhaarden geeft een hogere emissie;
- Tijdreekscorrectie activiteitgegevens pluimvee i.v.m. nieuwe data-bron (I&R in plaats van Landbouwtelling) geeft iets lagere NH3, PM2,5 en NMVOS emissies over de periode 1990-2018;
- Nieuwe rekenmethodiek PM2,5 (inclusief herberekening vanaf 2005) geeft kleine wijzigingen in emissies bij een aantal diercategorieën (vleeskuikens, paarden, vleeseenden, schapen en ezels).

Sector verkeer en vervoer:
- De NEC-emissies van wegverkeer zijn nu berekend op basis van de hoeveelheid verkochte brandstoffen met als gevolg over de hele reeks enige verschillen met berekening op basis van gebruikte brandstoffen (voor 2020 zijn deze verschillen: NH3 -0,04 kton, NOX -0,14 kton, SO2 0,0 kton, PM2,5 -0,09 kton en NMVOS -4,5 kton);
- Bij gelijkblijvend brandstofverbruik is op basis van resultaten uit een enquête onder gebruikersgroepen, de parksamenstelling in het rekenmodel voor de emissies van Mobiele werktuigen geactualiseerd.

Sector Consumenten:
- Handdesinfectie is als nieuwe bron van NMVOS toegevoegd aan de inventarisatie;
- Bij Vuurwerk zijn verbeterde activiteitgegevens en emissiefactoren voor PM2,5 doorgevoerd;
- Voor de berekening van de emissies van het roken van sigaretten en sigaren zijn nieuwe emissiefactoren toegepast;
- Nieuwe activiteitgegevens zijn doorgevoerd die betrekking hebben op de NMVOS-emissies van gebruik van kantoorartikelen (lagere emissies),
- Bij het gebruik van lijmen zijn zowel nieuwe activiteitgegevens als emissiefactoren toegepast waardoor de emissies van NMVOS gedaald zijn.

Sector Handel, diensten en Overheid:
- Voor de inventarisatie van NMVOS zijn nieuwe activiteitgegevens toegepast voor gebruik van kantoorartikelen (lagere emissies), reinigen tankauto's (hogere emissies) en bij benzinestations voor lekverliezen en verdrijving tijdens tanken en uit opslagtanks (hogere emissies);
- Bij het gebruik van lijmen zijn zowel nieuwe activiteitgegevens als emissiefactoren toegepast waardoor de emissies van NMVOS gedaald zijn;
- Actualisatie van de emissiefactoren voor NOx van kleine vuurhaarden geeft een lagere emissie.

Sector Industrie:
- Bij oplosmiddel- en ander productgebruik: overig is na 2014 een nieuwe berekeningsmethode toegepast om te compenseren voor het ontbreken van activiteitgegevens waardoor de NMVOS emissies vanaf 2014 iets toenemen en vanaf 2017 weer afnemen.

Uitstoot stikstofoxiden (NOx) is met 71% afgenomen sinds 1990

Voor de periode 2020-2029 geldt voor stikstofoxiden een NEC-reductiedoelstelling van 45% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van NOx met 55% afgenomen en voldoet daarmee ruim aan de NEC-reductiedoelstelling voor de geldende periode. Voor de periode vanaf 2030 geldt voor NOx een reductiedoelstelling van 61%, waar de huidige reductie nog niet aan voldoet.
Gedurende de periode 1990-2020 zijn de NOx emissies volgens NEC gedaald van 618,5 kton naar 176,7 kton (-71%). Dit is vooral het gevolg van het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen), genomen maatregelen, zoals toepassen van SCR (Selectieve Katalytische Reductie) in de industrie, bij raffinaderijen en in de energiesector, betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen en een lagere steenkoolinzet in de Energiesector.
Ten opzichte van 2019 is de uitstoot van stikstofoxiden in 2020 met 24,1 kton verder afgenomen. De afname in 2020 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) en minder gereden kilometers als gevolg van de Covid19-crisis. Daarnaast zijn de emissies ook gedaald door een lagere inzet van steenkool in de Energiesector.

Zwaveldioxide-uitstoot (SO2) is met 90% afgenomen sinds 1990.

Voor de periode 2020-2029 geldt voor SO2 een NEC-reductiedoelstelling van 28% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van SO2 met 71% afgenomen en voldoet daarmee ruim aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. De reductiedoelstelling vanaf 2030 is 53%, waaraan dus nu al voldaan wordt.
Tijdens de periode 1990-2020 zijn de SO2 emissies gedaald van 196,9 kton naar 19,6 kton (-90%). In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de Energiesector, Raffinaderijen, de Industriesector en het verzuring convenant met de Energiesector. De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt, zijn:
- Rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
- Overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
- Inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.
Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.
De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen en door het verder aanscherpen van normen voor het maximaal zwavelgehalte van rode diesel die wordt gebruikt door de binnenvaart, visserij en voor 2013 door mobiele werktuigen.
In 2020 is de SO2-emissie ten opzichte van 2019 afgenomen met 2,2 kton. Deze afname vond met name plaats in de energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie en bij raffinaderijen.

Uitstoot ammoniak (NH3) met 64% afgenomen; wel geringe toename zichtbaar in 2020

Voor de periode 2020-2029 geldt voor NH3 een NEC-reductiedoelstelling van 13% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van NH3 met 19% afgenomen en voldoet daarmee aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. Echter, voor de periode vanaf 2030 geldt een reductiedoelstelling van 21%, waar de huidige NH3-emissies nog niet aan voldoen.
Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 344,5 kton naar 124,4 kton in 2020 (-64%). De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is.
Tussen 2014 en 2017 neemt, na een jarenlange daling, de uitstoot van ammoniak (NH3) weer toe. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en de veranderde voedselsamenstelling voor het vee. Deze toename werd voor een deel afgezwakt door schonere stalsystemen voor varkens en pluimvee.
Vanaf 2018 nemen de NH3-emissies weer af als gevolg van afnemende dieraantallen van rundvee, (fok)varkens en pluimvee (leghennen), een verdere toename in het gebruik van vooral emissiearme varkensstallen en de verplichtte mestverdunning bij toepassing van mest op klei en veen grasland.
De emissie van ammoniak is in 2020 ten opzichte van 2019 weer met 0,5 kton toegenomen. De NH3 toename vindt plaats in de sector Landbouw (+0,7 kton) als gevolg van een hoger eiwit gehalte in het ruwvoer van rundvee. Het weer heeft een groot effect op het eiwitgehalte van gras en snijmais waardoor tussen jaren schommelingen ontstaan.

Uitstoot vluchtige organische stoffen (NMVOS) is ruim onder de reductiedoelstelling

Voor de periode 2020-2029 geldt voor NMVOS een NEC-reductiedoelstelling van 8% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van NMVOS met 11% afgenomen en voldoet daarmee aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. Echter, voor de periode vanaf 2030 geldt een reductiedoelstelling van 15%, waar de huidige NMVOS-reductie nog niet aan voldoet.
De NMVOS-emissies zijn sinds 1990 (509,7 kton) met 61% gedaald tot een niveau van circa 184,2 kton in 2020. De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de Verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.
In 2020 is ten opzichte van 2019 de totale uitstoot van NMVOS bij consumenten met 37,1 kton toegenomen door het extra gebruik van handdesinfectiemiddelen (toename 44,4 kton) als gevolg van de Covid19-crisis. Bij wegverkeer heeft de Covid19-crisis gevolg dat de emissies van NMVOS in 2020 ten opzichte van 2019 met 3,2 kton zijn afgenomen.

Uitstoot fijnstof (PM2,5) flink gedaald sinds 1990

De NEC-reductiedoelstelling voor PM2,5 voor de periode 2020-2029 is 37% ten opzichte van het jaar 2005. Sinds 2005 is de uitstoot van PM2,5 met 48% afgenomen en voldoet daarmee aan de NEC-reductiedoelstelling voor de huidige periode. Voor de periode vanaf 2030 geldt een reductiedoelstelling van 45%, waar de huidige PM2,5-emissies voldoen.
Sinds 1990 zijn de emissies van PM2,5 met 74% gedaald, van 55,8 kton in 1990 tot 14,4 kton in 2020.
De afname van de emissies van PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.
Ten opzichte van 2019 namen de PM2,5 emissies in 2020 met 1,2 kton af. De afname van PM2,5 in 2020 wordt voor het grootste deel veroorzaakt door wegverkeer, waar als gevolg van de Covid19-crisis minder kilometers gereden zijn. Bij consumenten zijn in 2020, eveneens als gevolg van de Covid19-crisis de PM2,5 emissies vuurwerk afgenomen. Daarnaast zijn bij consumenten de PM2,5 emissies van sfeerverwarming afgenomen door verdergaande introductie van moderne kachels.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Grootschalige luchtverontreiniging de "National Emission Ceilings Directive" (NEC): emissies, 1990 - 2020

Omschrijving

Emissies van grootschalige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM2,5), ammoniak (NH3), vluchtige organische stoffen, exclusief methaan (NMVOS) volgens de NEC-richtlijn.

Verantwoordelijk instituut

RIVM, in samenwerking met de Emissieregistratie (RIVM, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat (RWS-WD, RWS-DVS,RWS-WVL), Wageningen Environmental Research: UR Livestock Research; Economic Research, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), TNO en Deltares).

Berekeningswijze

De emissiegegevens voor de verzurende en grootschalige luchtverontreiniging zijn gepresenteerd volgens de sectorindeling volgens de NEC-richtlijn. Voor de stationaire bronnen komt een deel van de emissiegegevens uit de individuele milieujaarverslagen van bedrijven. Het overige deel wordt (bij)geschat op basis van statistische gegevens uit onder andere de energiestatistieken, productiestatistieken van het CBS. Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie.

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffenCirca 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2022). Grootschalige luchtverontreiniging de "National Emission Ceilings": emissies, 1990 - 2020 (indicator 0183, versie 27 , 8 februari 2022 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.