Verzuring en vermesting

Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: emissies, 1990 - 2019

De emissies van zwaveldioxide, stikstofoxiden, ammoniak, fijn stof PM10 / PM2,5 en NMVOS zijn sterk afgenomen sinds 1990. De emissies van NMVOS liggen in 2019 boven het Europese emissieplafond (NEC) van 2010. De emissies van de overige stoffen liggen allen onder het Europese emissieplafond van 2010.

Uitstoot van verzurende stoffen, NMVOS en fijn stof sterk gedaald

De emissies (uitstoot) van de verzurende stoffen ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx) en zwaveldioxide (SO2) zijn fors afgenomen in de periode 1990-2000. Ook de emissies van fijn stof (PM10/PM2,5) en vluchtige organische stoffen (niet-methaan-VOS) zijn fors gedaald in deze periode. Na 2000 namen de emissies van de meeste stoffen verder af, maar minder sterk dan in de periode daarvoor. De NOX-emissie daalde nog wel in hetzelfde tempo als de voorgaande periode. De SO2-emissie bleef tussen 2003 en 2007 stabiel en is na 2007 verder gedaald. In de onderstaande alinea's wordt de trend per stof verder toegelicht.
De emissies zijn hier weergegeven volgens de definities van de EU-richtlijn inzake Nationale Emissieplafonds (NEC-richtlijn). De emissieplafonds 2010, die gelden tot en met 2019, zijn voor Nederland bepaald op basis van de totaal binnenlands gereden kilometers (fuel used) voor Wegverkeer. De emissies van zeescheepvaart vallen niet onder de NEC-richtlijn. Voor de luchtverontreinigende emissies van de zeescheepvaart zie:

Nieuwe emissiedoelen voor 2020/2030

De NEC-richtlijn geeft met ingang van 2020 nieuwe regels voor het bepalen van de emissieplafonds en de toetsing van de emissies aan deze plafonds.
Voor 2020 en 2030 zijn reductiepercentages opgenomen ten opzichte van de gerapporteerde emissies voor 2005. De emissieplafonds worden daarom met ingang van 2020 jaarlijks opnieuw berekend. Voor het toetsen van de uitstoot aan de plafonds tellen -naast de emissies van Zeescheepvaart- ook de NOx- en NMVOS-emissies van Mestmanagement en Landbouwbodems niet mee.
Met ingang van 2020 worden de emissies voor Nederland bepaald op basis van de hoeveelheid afgezette brandstof (fuel sold) voor Wegverkeer.
In de grafiek "Totaal volgens doel 2020 -2030)" zijn de nieuwe emissiedoelen (gebaseerd op het jaar 2005 uit de reeks 1990-2019) en de emissies die berekend zijn op basis van de bijbehorende afspraken weergegeven.

Wijzigingen 1990 - 2019 reeksen ten opzichte van de 1990 - 2018 reeksen.

In de 1990-2019 reeksen ten opzichte van de 1990-2018 reeksen zijn de volgende aanpassingen gedaan:
Sector landbouw:
- Uit onderzoek is gebleken dat de emissiearme stallen in de praktijk minder goed werken dan de proefstallen. De NH3-emissiefactoren voor deze stallen (uitgezonderd varkensstallen met gaswasser) zijn daarom aangepast waardoor er meer NH3-emissie uit de stallen komt;
- Na her-beschouwen van data uit oude experimenten en toepassen van een nieuwe statistische analyse is gebleken is dat de vervluchtiging van NH3 bij de toepassing van organische mest op grasland lager is dan voorheen werd aangenomen. De NH3-vervluchtigingsfactor is daarom aangepast waardoor er minder NH3-emissie van deze bron komt.

Sector verkeer en vervoer:
- In de reeks 1990-2018 was de zogenaamde bottum-up berekening van de emissies van Wegverkeer aangepast door te rekenen met de individuele kentekens. In deze reeks is de rekenmethodiek verder verfijnd door het meenemen van de veroudering per kenteken, de slijtage-emissies te berekenen op basis van de massa van de voertuigen en de speciale voertuigen (bv vuilniswagens) in aparte categorieën te berekenen. Deze wijzigingen hebben nagenoeg geen netto effect op de emissies van NOx, NMVOS, SO2, NH3 en fijn stof;
- Het emissiemodel voor de Luchtvaart emissies van (LTO: landen en opstijgen) is op een aantal punten verbeterd. Hierdoor zijn de emissies van NOx, NMVOS en fijn stof hoger geworden;
- Het rekenmodel voor de emissies van Mobiele werktuigen is geactualiseerd en rekent nu met inzetprofielen en nieuwe emissiefactoren. Daarnaast zijn nieuwe verkoopcijfers voor de laatste jaren verwerkt, machine categorieën aangepast en is uitschakelen of verwijderen (tampering) van de SCR-katalysatoren meegenomen. De emissie van NOx, NMVOS en fijn stof zijn daardoor hoger geworden;
- Bij Zwaar wegverkeer zijn de (mobiele) Koelaggregaten meegenomen als nieuwe emissiebron waardoor emissies van NOx, NMVOS en fijn stof hoger zijn geworden.
Sector consumenten:
- Bij houtstook (Sfeerverwarming) zijn de emissies van condensables (fijn stof dat ontstaat wanneer rookgassen buiten de schoorsteen zijn afgekoeld) meegenomen waardoor de emissies van fijn stof aanzienlijk hoger zijn geworden;
- Uit onderzoek is gebleken is dat bij 'Vlees bereiden' (bakken, braden een barbecueën) fijn stof emissies vrijkomen uit het bakproces. Dit proces is daarom als nieuwe bron toegevoegd.
In de periode 2010-2019 zijn de emissies van NH3 en NMVOS beide boven het Europese emissieplafond (NEC) van 2010 geweest. De door Europa vastgestelde maxima zijn echter gebaseerd op de situatie in 2000. Het is mogelijk om de uitstoot van bronnen die de afgelopen jaren zijn toegevoegd, niet mee te hoeven tellen. Voor NH3 gaat het om de bronnen: Afrijping van gewassen, Gewasresten in de bodem en Mestverwerking. Voor NMVOS gaat het om de uitstoot uit Landbouwbodems en het Gebruik van kuilvoer. Nederland heeft daarom verzocht om voor de toetsing aan de plafonds deze nieuwe bronnen niet te hoven mee te nemen. Dit verzoek is gehonoreerd, waarmee de emissies nog steeds voldoen aan de eisen voor de emissieplafonds.
Uitstoot stikstofoxiden met 64% afgenomen sinds 1990, en onder emissieplafond 2010
Gedurende de periode 1990-2019 zijn de NOx emissies gedaald van 634,7 kton naar 230,1 kton (-64%). Dit is vooral het gevolg van het stellen van emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen), genomen maatregelen, zoals toepassen van SCR (Selectieve Katalytische Reductie) in de industrie, bij raffinaderijen en in de energiesector en betere isolatie en een grotere inzet van hoogrendementsketels in woningen en bedrijfsgebouwen.
Ten opzichte van 2018 is de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) in 2019 met 13,6 kton afgenomen. Hierdoor ligt de emissie circa 34 kton onder het emissieplafond van 260 kton vanaf 2010. De afname in 2019 is vooral het gevolg van de emissie-eisen aan personenauto's en vrachtverkeer (Euro-normen) een lagere inzet van steenkool in de Energiesector en minder inzet van WKK in de Tuinbouwsector.
Zwaveldioxide-uitstoot met 88% afgenomen en ruim onder het NEC-plafond
Tijdens de periode 1990-2019 zijn de SO2 emissies gedaald van 194,3 kton naar 22,9 kton (-88%). Dit is ruim onder het emissieplafond voor SO2 van 50 kton vanaf 2010.

In de periode 1990-2007 zijn de SO2-emissies vooral gedaald door het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) voor de Energiesector, Raffinaderijen, de Industriesector en het verzuring convenant met de Energiesector. De maatregelen waarmee de reductie werd bereikt, zijn:
- Rookgasreiniging bij raffinaderijen, de industrie en de energiesector;
- Overgang van olie- naar gasstook bij raffinaderijen en in de chemische industrie;
- Inzet van kolen met een lager zwavelgehalte in de kolengestookte energiecentrales.
Naast de reductie in de bovengenoemde sectoren is de SO2-emissie van verkeer en vervoer afgenomen door de verlaging van het zwavelgehalte van de brandstoffen.
De lagere SO2-emissie in periode 2007-2013 is vooral het gevolg van een overschakeling van oliestook naar gasstook bij de raffinaderijen en door het verder aanscherpen van normen voor het maximaal zwavelgehalte van rode diesel die wordt gebruikt door de binnenvaart, visserij en voor 2013 door mobiele werktuigen.
In 2019 is de SO2-emissie ten opzichte van 2018 afgenomen met 2,0 kton. Deze afname vond met name plaats in de energiesector door een lagere inzet van steenkool bij de elektriciteitsproductie en bij raffinaderijen.

Uitstoot ammoniak met 64% afgenomen; in 2019 ruim onder het NEC-plafond

Sinds 1990 zijn de emissies van NH3 gedaald van 345,9 kton naar 123,0 kton in 2019 (-64%) en ligt hiermee onder het maximum (128 kton) dat vanuit Europa voor Nederland is bepaald.
De afname tijdens de periode 1990-2013 is het gevolg van krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen, emissiearm bemesten en emissiearme stallen. De grootste bijdrage levert emissiearme bemesting. Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is.
Tussen 2014 en 2017 neemt, na een jarenlange daling, de uitstoot van ammoniak (NH3) weer toe. De twee belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de groei van de melkveestapel en de veranderde voedselsamenstelling voor het vee. Deze toename werd voor een deel afgezwakt door schonere stalsystemen voor varkens en pluimvee.
Vanaf 2018 nemen de NH3-emissies weer af als gevolg van afnemende dieraantallen van rundvee, (fok)varkens en pluimvee (leghennen), een verdere toename in het gebruik van vooral emissiearme varkensstallen en de verplichtte mestverdunning bij toepassing van mest op klei en veen grasland.
De emissie van ammoniak is in 2019 ten opzichte van 2018 met 6,4 kton afgenomen.

Uitstoot van vluchtige organische stoffen (NMVOS) ruim boven emissieplafond

De NMVOS-emissies zijn sinds 1990 (603,8 kton) met 61% gedaald tot een niveau van circa 238,2 kton in 2019. De NMVOS-emissies liggen hiermee ruim boven het emissieplafond voor NMVOS, dat 185 kton bedraagt vanaf 2010. De emissies zijn vooral gedaald door maatregelen in het kader van het Koolwaterstoffen 2000-programma en het Nationaal Reductieplan NMVOS (VROM, 2005). Daarnaast zijn de emissies in de Verkeerssector gedaald doordat de emissie-eisen voor het wegverkeer (Euro-normen) regelmatig zijn aangescherpt.
Door met name meer verfverbruik in de industrie zijn de totale NMVOS-emissies in 2017 ten opzichte van 2016 weer toegenomen. Van 2017 tot 2019 zijn de NMVOS emissies in deze sector ongeveer constant gebleven.

Fijn stof (PM10/PM2,5) uitstoot flink gedaald sinds 1990

Sinds 1990 zijn de emissies van PM10 met circa 64% gedaald, van 77,0 kton in 1990 tot 27,5 kton in 2019. De uitstoot van de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) daalde met 72% van 54,4 kton in 1990 tot 15,3 kton in 2019. Voor de periode tot 2020 is er geen emissieplafond vastgesteld voor fijn stof. Vanaf 2020 vallen de emissies van PM2,5 onder de herziene NEC-richtlijn en geldt ook hiervoor een plafond.
De afname van de emissies van PM10 en PM2,5 heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) is vooral te danken aan milieuregelgeving, waaronder het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. De daling bij het wegverkeer is het gevolg van de Europese emissie-eisen aan nieuwe auto's.
Ten opzichte van 2018 namen de PM10 en PM2,5 emissies in 2019 met 1,2 kton en respectievelijk 0,7 kton af. De afname van fijn stof wordt vooral veroorzaakt door minder fijn stof emissie uit pluimveestallen (alleen PM10), minder vreugdevuren als gevolg van een verbod vanwege droogte en ondanks geleidelijk hoger houtverbruik zorgt de toename van het aantal "schonere" kachels (minder open haarden) voor iets lagere emissies (Vernieuwd emissiemodel Houtkachels).

Nieuwe inzichten in emissiecijfers

Voor een volledig overzicht van alle wijzigingen, zie de website van de emissieregistratie:
Van Bruggen et al., (2019). Emissies naar lucht uit de Landbouw in 2017. WOt-technical report 119. Wageningen UR

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Uitstoot (emissie) van verzurende stoffen en uitstoot van stoffen die bijdragen aan grootschalige luchtverontreiniging

Omschrijving

Emissies van verzurende en grootschalige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), fijn stof (PM10/PM2,5), ammoniak (NH3), vluchtige organische stoffen, exclusief methaan (NMVOS) volgens de NEC-richtlijn.

Verantwoordelijk instituut

RIVM, in samenwerking in de Emissieregistratie (RIVM, Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Rijkswaterstaat (RWS-WD, RWS-DVS,RWS-WVL), Wageningen Environmental Research: UR Livestock Research; Economic Research, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), TNO, Deltares, Fugro).

Berekeningswijze

De emissiegegevens voor de verzurende en grootschalige luchtverontreiniging zijn gepresenteerd volgens de sectorindeling volgens de NEC-richtlijn. Voor de stationaire bronnen komt een deel van de emissiegegevens uit de individuele milieujaarverslagen van bedrijven. Het overige deel wordt (bij)geschat op basis van statistische gegevens uit onder andere de energiestatistieken, productiestatistieken van het CBS. Voor een uitgebreide beschrijving van de berekeningsmethoden wordt verwezen naar de methodebeschrijvingen op de website van de Emissieregistratie.

Basistabel

Alle data opvraagbaar op Emissieregistratie

Geografisch verdeling

Nederland, provincie, postcode, 5*5 km2 (kaart)

Andere variabelen

Belasting oppervlaktewater, bodem-emissies, emissies oppervlaktewater, lucht-emissies, lucht-emissies volgens IPCCIn totaal circa 300 stoffenCirca 1600 emissie-oorzaken en circa 1000 (individuele) puntbronnen

Verschijningsfrequentie

In februari definitieve cijfers; in augustus voorlopige cijfers voorgaande jaar. De hier gepresenteerde cijfers zijn de definitieve emissiecijfers voor de periode 1990-2019, zoals vastgesteld door de Emissieregistratie in januari 2021.

Achtergrondliteratuur

Methoden: op de website van Emissieregistratie achter Overzicht documenten, Begrippen: op de website van Emissieregistratie achter Begrippenlijst

Opmerking

 

Betrouwbaarheidscodering

Schatting, gebaseerd op een groot aantal (accurate) metingen; de representativiteit is grotendeels gewaarborgd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Verzuring en grootschalige luchtverontreiniging: emissies, 1990 - 2019 (indicator 0183, versie 26 , 23 februari 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.