Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Bodem en grondwater

Vermestende depositie, 1981-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De landelijk gemiddelde stikstofdepositie is de laatste 5 jaar redelijk stabiel. In 2007 komt deze depositie uit op 2190 mol stikstof per hectare. Daardoor is de doelstelling van 1.650 mol per hectare voor het jaar 2010 niet dichterbij gekomen.

Actualisatie van vermestende depositie in afrondingsfase

Er is op basis van nieuwe, wetenschappelijke inzichten een nieuwe methodiek voor de berekening van de ammoniakdepositie. Dit heeft gevolgen voor de hoogte van de vermestende depositie. Deze pagina zal binnenkort met de resultaten voor 2009 worden geactualiseerd. Nieuwe depositiekaarten zijn al te raadplegen op de GCN-website.

Stikstofdepositie daalt niet verder

De landelijk gemiddelde stikstofdepositie, ook wel vermestende depositie genoemd, lag tot halverwege de jaren 1990 vrij constant rond de 3.100 mol stikstof (N) per hectare. Vanaf 1994 daalde de stikstofdepositie geleidelijk naar 2.200 mol per hectare in 2002. Vanaf 2002 is de depositie redelijk stabiel rond 2200 mol per hectare per jaar. De kleine variaties ontstaan vooral door weersomstandigheden. De doelstelling voor 2010 van 1.650 mol per hectare is vooralsnog niet dichterbij gekomen.

Grote regionale verschillen in stikstofdepositie

In de Peel, de Gelderse Vallei en delen van de Achterhoek en Twente is de stikstofdepositie aanzienlijk verhoogd. In deze gebieden is er een hoge bijdrage van ammoniak (NH3) aan de stikstofdepositie, afkomstig van de intensieve veehouderij. Ammoniak wordt op geringe hoogte uitgeworpen en heeft een hoge depositiesnelheid. Deze combinatie zorgt ervoor dat veel ammoniak dicht bij de bron neerkomt.

Oorzaken veranderende depositie

De daling in stikstofdepositie sinds 1981 is het gevolg van lagere emissies van zowel stikstofoxiden als van ammoniak.

  • De emissie van stikstofoxiden in Nederland daalde sinds 1980 met meer dan 30%. Deze daling is het resultaat van maatregelen bij het verkeer, zoals de invoering van de katalysator aan het eind van de jaren tachtig, bij de industrie en in de energiesector.
  • De emissie door agrarische bronnen in Nederland is in dezelfde periode met 40% gedaald. Vooral de laatste tien jaar hebben emissiebeperkende maatregelen voor een daling gezorgd. Tot deze maatregelen behoren verbeterde voersamenstelling, het gebruik van emissiearme stallen, het afdekken van mestsilo's en het direct onderwerken van mest bij de aanwending.


In 2004 - het meest recente jaar waarvoor herkomstberekeningen zijn gemaakt - werd de stikstofdepositie voor 64% veroorzaakt door Nederlandse bronnen. De Nederlandse landbouw draagt 46% bij aan de totale stikstofdepositie.

Beleid

De doelstelling voor de stikstofdepositie is 1.650 mol stikstof per hectare gemiddeld over de Nederlandse ecosystemen in 2010 (VROM, 2002). Van het areaal Nederlandse natuur is dan ongeveer 20% volledig beschermd (RIVM, 2001, 2004). De depositiedoelstellingen zijn berekend voor de emissiedoelstellingen van het NMP4 en het zijn tussendoelstellingen op weg naar een situatie waarbij 95% van de natuur in Nederland volledig is beschermd (VROM, 2002).
Onderzoek naar de oorzaken van het ammoniakgat heeft zich gericht op een verbetering van de emissieschattingen en de beschrijving van droge depositie. Recentelijk zijn meetresultaten beschikbaar gekomen waaruit blijkt dat tenminste 15 % van het gat kan worden verklaard uit een lagere depositie dan tot nu toe aangenomen. Daarnaast zou ca. 5% van het gat worden verklaard wanneer de emissie van afrijpende gewassen zou worden meegenomen. Het resterende verschil kan in het licht van onzekerheden in de berekeningen van emissies, deposities en metingen niet langer als een ammoniakgat worden gekwalificeerd. De consequenties van de nieuwe inzichten zijn in de huidige resultaten echter nog niet meegenomen.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De stikstofdepositie is in 2004 voor alle jaren herberekend met het Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS). In dit model wordt de stikstofdepositie geheel berekend uit emissies. Bij ammoniak is er sprake van een systematisch verschil van ca 25% tussen metingen en rekenresultaten (het zogenaamde ammoniakgat). Rekenresultaten voor ammoniak worden daarom aan de hand van meetresultaten van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit gecorrigeerd.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Vermestende depositie, 1981-2007 (indicator 0189, versie 09 , 14 november 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.