Afval

Gevaarlijk afval per deelstroom, 1990-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Als gevolg van de invoering van de Europese afvalstoffenlijst (Eural) met een nieuw onderscheid in gevaarlijk/niet gevaarlijk afval is in 2005 aanzienlijk meer gevaarlijk afval gemeld.

Hoeveelheid gevaarlijk in 2005

In 2005 is ongeveer 4 miljoen ton gevaarlijk afval (exclusief baggerspecie) gemeld. Door een andere classificering van het gevaarlijk afval (tot en met 2004 op basis van BAGA) Omdat er geen goede vergelijkinmg mogelijk is tussen de verdelingen in deelstromen tussen 2005 en de jaren ervoor, is voor 2005 alleen een globaal overzicht gegeven van de samenstelling van het gevaarlijke afval.
Een belangrijk deel van het gemelde chemische afval in 2005 bestond uit bitumineus afval (19%), grond en slib (12%), metalen (9% en oliehoudend afval (10%).

Wijziging in definitie vanaf 2005 door invoering Eural (Europese afvalstoffenlijst)

Met ingang van 2005 vinden de meldingen plaats op basis van Euralcodes en daarmee heeft er tevens een wijziging plaatsgevonden in de aanduiding of een afvalstroom wel of iet gevaarlijk is (VROM, 2002a). Als gevolg van deze wijziging is in 2005 meer afval als gevaarlijk aangeduid. De onderverdeling van de stroom gevaarlijk afval naar soort gevaarlijk afval is daarom niet vergelijkbaar met de onderverdeling in de voorafgaande jaren.
Tot en met 2004 werd werden de stromen gevaarlijk afval op basis van de BAGA (Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen) ingedeeld.
Zie Gevaarlijk afval per deelstroom, 1990-2004

Referenties

  • VROM (2002). Informatiedocument gevaarlijk afval 1998-2000. Ministerie van VROM, Den Haag.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Gevaarlijk afval per deelstroom, 1990-2005 (indicator 0207, versie 06 , 21 december 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.