Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Lokale leefomgeving

UV-straling in Europa, 1980-2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Over de afgelopen twee decennia is de UV-straling in heel Europa toegenomen. In noordwest Europa, waaronder in Nederland, was de toename het grootst, met 10-11%. Belangrijkste oorzaak is het dunner worden van de ozonlaag.

UV-straling in Europa neem toe

De UV-straling is de afgelopen 24 jaar in Europa toegenomen. De toename varieert van 10-11% in noordwest Europa tot minder dan 5% in Scandinaviƫ en rond de Middellandse Zee. In de jaren negentig van de vorige eeuw bevond Nederland zich, net als in 2006, ook regelmatig in het gebied met de grootste relatieve UV-toename van Europa.
De belangrijkste oorzaak van de toename van de UV-straling, is de verdunning van de ozonlaag als gevolg van de uitstoot van CFK's. De ozonlaag beschermt de aarde tegen te hoge UV-instraling afkomstig van de zon.
Daarnaast spelen diverse andere meteorologische en fysisch-chemische factoren een rol. Deze factoren zijn slechts voor een gedeelte begrepen.

Effecten van de toename van de UV-straling

Een toename van de UV-straling veroorzaakt tal van schadelijke effecten voor gezondheid en milieu, waaronder extra gevallen van huidkanker. Op termijn kan jaarlijks het aantal personen met huidkanker in Nederland met 2400 toenemen ten opzichte van 1980.

Beleid bescherming van de ozonlaag

Het internationale beleid heeft tot doel het beperken of stopzetten van de productie en het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten. Dit doel is in 1987 vastgelegd in het Montreal Protocol (UNEP, 2007). De landen die het protocol hebben ondertekend, mogen vanaf 1996 geen chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) meer gebruiken. Voor ontwikkelingslanden geldt deze verplichting vanaf 2010.
Onder invloed van het Protocol is productie en het gebruik van ozonlaagaantastende stoffen de afgelopen tien jaar wereldwijd sterk gedaald. De genomen maatregelen moeten er toe leiden dat de ozonlaag zich gaat herstellen (dikker wordt) en terugkeert naar een situatie lijkend op 1980.

Referenties

  • RIVM/LSO, 2007 (Arjan van Dijk) Modelberekening met ketenmodel voor Milieucompendium 2007.
  • De Gruijl, F.R. and J.C. van der Leun. (1994) Estimate of the wavelength dependency of ultraviolet carcinogenesis in humans and its relevance to the risk assessment of a stratospheric ozone depletion. Health Physics 67, 319-325.
  • UNEP, 2007. The Montreal Protocol on substances that deplete the ozonelayer (met amendementen)

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De kaart geeft inzicht in de verandering van de jaarsom van de UV-straling in Europa voor het jaar 2006 ten opzichte van 1980. Daarbij zijn toevallige fluctuaties in de bewolking niet meegenomen. Omdat jaarlijkse fluctuaties in de ozonlaag een groot effect hebben op de jaarlijkse stralingsdosis is voor de berekeningen gemiddeld over driejaarlijkse perioden. Het gemiddelde voor 1979-1981 is daarbij toegekend aan 1980, het gemiddelde voor 2005-2007 aan 2006.Van de UV-straling die het aardoppervlak bereikt draagt niet elke golflengte even sterk bij aan het ontstaan van huidkanker. Voor dit verschil in effectiviteit kan worden gecorrigeerd met behulp van een actiespectrum, bijvoorbeeld dat voor huidkanker (De Gruijl and Van der Leun, 1994). De zo berekende dosis wordt de 'effectieve' UV-straling genoemd. De UV-jaarsom is uit satellietmetingen berekend en betreft deze effectieve UV-jaarsom.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). UV-straling in Europa, 1980-2006 (indicator 0219, versie 06 , 16 december 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.