Compendium voor de Leefomgeving
463 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Klimaatverandering

Temperatuur mondiaal en in Nederland, 1856-2005

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het jaar 2005 past in het beeld van stijgende temperaturen, zowel in Nederland als wereldwijd. In De Bilt bedroeg de gemiddelde jaartemperatuur 10,6 ºC. Daarmee was 2005 het op vijf na warmste jaar sinds het begin van de metingen in 1901. De gemiddelde opwarming over de afgelopen 105 jaar bedraagt 1,6 ºC. Mondiaal was 2005 het op een na warmste jaar sinds 1856. Alleen in 1998 was het warmer.

Temperatuur in Nederland stijgt

De jaargemiddelde temperatuur in De Bilt bedroeg in 2005 10,6 ºC. Dit jaar komt daarmee op de zesde plaats van warmste jaren sinds 1901. Vooral de herfstmaanden (september tot en met november) waren bijzonder warm. Het KNMI becijferde dat 2005 de warmste herfst had in drie eeuwen. Verder is 2005 het negende jaar op rij met een gemiddelde temperatuur boven de 10,0 ºC.
Tijdreeksanalyse laat zien dat de trend in de jaargemiddelde temperatuur in De Bilt een duidelijk stijgende tendens vertoont, vooral vanaf 1970. De gemiddelde temperatuur is in 105 jaar gestegen met 1,6 ± 0.6 ºC (2-sigma-grenzen). Eerdere schattingen van het KNMI, op basis van de data 1901-2000 en een lineaire trend, kwamen lager uit: een gemiddelde opwarming van rond de 1,0 ºC. De algehele conclusie is dat de opwarming van het Nederlandse klimaat onverminderd voortzet.
De figuur voor De Bilt laat ook de extrapolatie van de trend ('voorspelling') zien tot aan het het jaar 2020. Andere voorspellingen zijn gedaan met klimaatmodellen, de zogenaamde GCM's. Deze komen zeer goed overeen met de hier getoonde trend en onzekerheden.

De temperatuur stijgt ook mondiaal

De temperatuurstijging in Nederland past in het Europese en mondiale beeld. De waargenomen mondiale toename van de temperatuur in de twintigste eeuw bedraagt volgens het IPCC 0,7 ± 0,2 °C.
Overigens zijn er meerdere mondiale temperatuurreeksen beschikbaar. De hier getoonde reeks is van het UK Meteorological Office en de Universiteit van East Anglia (Climatic Research Centre, CRU). Het NASA Goddard Institute for Space Studies in New York komt tot de conclusie dat het jaar 2005 wereldwijd het warmste jaar is, dus nog warmer dan 1998. Het Amerikaanse nationale klimaatdatacentrum NOAA komt - net als het CRU - tot de conclusie dat 2005 het op een na warmste jaar is sinds 1856. Verder zijn alle drie de onderzoeksgroepen het erover eens dat het noordelijk halfrond nog nooit zo warm was als in 2005.
De figuur geeft ook een voorspelling van de trend tot aan het het jaar 2020. Naast de extrapolatie van historische data zijn er ook schattingen van de ontwikkeling van de mondiale temperatuur gemaakt met klimaatmodellen. Deze voorspellingen komen zeer goed overeen met de hier getoonde trend. Alleen de onzekerheden in de extrapolaties zijn aanzienlijk groter dan de hier getoonde onzekerheden.

Relatie met klimaatverandering

De belangrijkste reden voor de toename van de gemiddelde temperatuur op aarde in de laatste 50 jaar is waarschijnlijk het door de mens veroorzaakte versterkte broeikaseffect. Dit versterkte broeikaseffect is een gevolg van de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer. Daarnaast zijn er ook natuurlijke processen die de gemiddelde jaarlijkse temperatuur op aarde beïnvloeden. Dit zijn bijvoorbeeld variaties in de sterkte van de zonnestraling, het optreden van vulkaanuitbarstingen, El-Nino's en chaotische fluctuaties in het klimaat.
Ook de temperatuurtoename in Nederland is waarschijnlijk vooral een gevolg van het versterkte broeikaseffect. Daarnaast wordt een deel van de temperatuurtoename toegeschreven aan de toename van weertypen met zuidwestenwind. Er zijn wetenschappelijke vermoedens dat dit samenhangt met afkoeling van de hoge atmosfeer, als gevolg van ozonafbraak en het broeikaseffect.

Referenties

  • IPCC (2001). Climate Change 2001: The scientific basis. Cambridge University Press, Cambridge, United Kingdom and New York, 881 pp.
  • Hartmann, D.L., et al. (2000). Can ozone depletion and global warming interact to produce rapid climate change? Proc. Nat. Acad. Sci., 97, 1412-1417.
  • Jones, P.D., et al. (1999). Surface air temperature and its changes over the past 150 years. Rev. Geophys., vol. 37, pp 173-199. Data van de Climate Research Unit (CRU) in Engeland.
  • Jones, P.D. and A. Moberg (2003). Hemispheric and Large-scale surface air temperature variations: and extensive revision and an update to 2001, Journal of Climate, 16, 206-223, 2003.
  • KNMI (2003). De toestand van het klimaat in Nederland 2003. 32 pagina's. De Bilt [opent pdf-document].
  • KNMI (2005). Veranderingen in het klimaat. 30 pagina's. De Bilt [opent pdf-document].
  • Oldenborgh, G.J. and A. van Ulden (2003). On the relationship between global warming, local warming in the Netherlands and changes in circulation in the 20th century, International Journal of Climatology.
  • MNP (2005) Effecten van Klimaatverandering in Nederland. MNP rapportnr. 773001034, 111 pagina's, Milieu- en Natuurplanbureau.
  • Visser, H. (2004). Estimation and detection of flexible trends. Atmospheric Environment 38, 4135-4145.
  • Visser, H. (2005). The significance of climate change in the Netherlands. MNP/RIVM rapport 550002007.

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

De temperatuurreeks in de Bilt is gecorrigeerd voor effecten van verandering van meetlocaties, hoogte van de metingen, en effecten van verstedelijking.De temperatuurreeks in De Bilt is gecorrigeerd voor effecten van verandering van meetlocaties, hoogte van de metingen, en effecten van verstedelijking (Brandsma-reeks, KNMI). De trend en onzekerheden in de temperatuurreeks is geschat met een structureel tijdreeksmodel. Zie Visser (2004, 2005) voor details.Voor de wereldgemiddelde temperatuur is de reeks van Jones et al. (1999, 2003) gebruikt. Deze reeks wordt elk jaar geupdate, en kan gedownload worden van de CRU-site. Hier staat ook een uitgebreidere literatuurlijst. Trend en onzekerheden zijn ook hier geschat met een structureel tijdreeksmodel.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Temperatuur mondiaal en in Nederland, 1856-2005 (indicator 0226, versie 07 , 18 april 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.