Compendium voor de Leefomgeving
465 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Water en milieu

Kwaliteit zwemwater, 1992-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De aanwezigheid van thermotolerante bacteriën in zwemwater, geeft een indicatie van de verontreiniging van het zwemwater met ziekteverwekkende bacteriën. Ze zijn in het algemeen afkomstig uit menselijke en dierlijke faecaliën. De ziekteverwekkende bacteriën zelf zijn niet te meten. De Europese zwemwaterrichtlijn dwingt de overheid voor veilige badzones te zorgen. Daarnaast is er de Blauwe Vlag. Dit is een initiatief om veiligheid en hygiëne met name aan de kusten te stimuleren (tot op heden liggen in NL alle locaties aan de kust, maar binnenwateren kunnen ook een blauwe vlag krijgen).


In 2004 werd 2.4% van de kustwater-zwemwaterlocaties gesloten. Echter deze sluitingen waren niet te wijten aan de zwemwaterkwaliteit, maar aan de aanwezigheid van munitie op de zwemwaterlocatie. Er waren in 2004 geen sluitingen vanwege de zwemwaterkwaliteit in het zoute water. In 2004 was slechts in 3 van de 550 badzones van de binnenwateren (zoet water) een zwemverbod van kracht vanwege de zwemwaterkwaliteit.

Beleid

De zwemwaterrichtlijn (76/160/EEG) richt zich op de bescherming van de gezondheid van de zwemmer. De richtlijn toetst op bacteriologische parameters (totaal coliformen en faecale coliformen) ter voorkoming van maag- en darmklachten, maar ook meer esthetische parameters zoals schuim, doorzicht, en geur. Ook stelt de richtlijn eisen aan de meetfrequentie gedurende het zwemseizoen.
De Blauwe vlag is een initiatief van de FEE (Foundation for Environmental Education), die in Nederland gehuisvest is bij de ANWB, om veiligheid en hygiëne aan de Europese kusten te stimuleren. Het kritieke onderscheid tussen de Blauwe vlag en de EU zwemwaterrichtlijn is dat de laatste niet toetst op fecale streptokokken. De EU-lidstaten hebben daarvoor nog geen wettelijke norm vastgesteld.
De EU heeft normen vastgelegd in de EU-zwemwaterrichtlijn om de zwemwaterkwaliteit te kunnen toetsen. Volgens de grenswaarde of imperatieve waarde mag het aantal bacteriën niet hoger zijn dan 2000 per 100 ml zwemwater. Verwacht wordt dat deze 25 jaar oude richtlijn in de komende jaren door een nieuwe richtlijn zal worden vervangen. De Europese Commissie heeft wel een nieuwe zwemwaterrichtlijn voorgesteld die met betrekking tot E. coli en intestinale enterococcen strengere eisen stelt. Hierdoor kunnen meer zwemlocaties in de problemen geraken wanneer de richtlijn van kracht wordt. Maatregelen gericht op terugdringing van overstorten en van vermesting van oppervlaktewater hebben een gunstige invloed op de kwaliteit van zwemwater.

Ontwikkelingen

De indicatieve waarden laten zien dat het kustwater over het algemeen een betere kwaliteit heeft dan het binnenwater. Bij overschrijding van de imperatieve of grenswaarde moet de beheerder actie ondernemen om de vervuiling terug te brengen. In 2004 waren er slechts drie badzones (alle binnenwateren) waar op grond van de waterkwaliteit een zwemverbod van kracht was. Alle andere badzones voldeden aan het imperatief (grenswaarde).

Relevantie

Oppervlaktewater is vaak verontreinigd met menselijke of dierlijke uitwerpselen. Hierdoor kunnen pathogene, dat wil zeggen ziekteverwekkende, micro-organismen het water besmetten. Voorbeelden van dergelijke micro-organismen zijn ziekteverwekken bacteriën zoals Campylobacter, Salmonella etc.; Cryptosporidium, virussen, zoals Norwalk-achtige Calicivirussen; en toxische algen.

Relevante informatie

  • Europese Commissie (2002). Kwaliteit van het zwemwater (badseizoen 2001), Mei 2002 pp 244-255.
  • Kok, J.M. de (2003). Bacteriële bronnen en zwemwaterkwaliteit van de Noord- en Zuid-Hollandse badstranden. RIKZ (RIKZ/OS/2003.173x), Den Haag.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Kwaliteit zwemwater, 1992-2004 (indicator 0248, versie 05 , 23 september 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.