Bodem en grondwater

Aantal locaties bodemverontreiniging, inventarisatie 2006

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

In het kader van het project Landsdekkend Beeld Bodemkwaliteit (LDB) zijn ongeveer 430.000 (landbodem)locaties gekwalificeerd als (potentieel) ernstig verontreinigd, waarvan naar schatting circa de helft met een laag risico. Na onderzoek zullen in totaal circa 60.000 locaties gesaneerd of beheerst moeten worden, waarvan naar schatting 6.000-7.000 met spoed vóór 2015.

Nederland telt 430.000 potentieel ernstig verontreinigde locaties

Het opstellen van het landsdekkend Beeld Bodemkwaliteit heeft geleid tot een werkvoorraad van 430.000 (potentieel) ernstig verontreinigde locaties. Circa 80% hiervan is nog niet onderzocht en voor het resterende deel lopen onderzoeken en saneringen. Om de kosten beheersbaar te houden bestaat het onderzoek uit een aantal stappen met toenemende nauwkeurigheid, waarbij steeds een deel zal afvallen en een deel verder onderzocht zal worden en uiteindelijk zonodig gesaneerd.
Naar schatting 60.000 locaties van de werkvoorraad zijn ernstig vervuild en zullen gesaneerd of beheerst moeten worden. Vaak is een aanpak pas nodig bij gebruikswijzigingen. Voor naar schatting 6.000 tot 7.000 locaties is spoed (vóór 2015) nodig op basis van risico's bij het huidige gebruik.
De hoogste dichtheid (> 40 per km2) aan potentieel ernstig verontreinigde locaties komt voor in west- en zuid Nederland (zie figuur).

Landsdekkend Beeld bodemkwaliteit

Het opstellen van een Landsdekkend Beeld van de bodemkwaliteit, met als doel het in kaart brengen van de omvang van de bodemverontreiniging in Nederland, is vastgelegd in het Nationaal Milieubeleidsplan 3. Het voornemen is dat de werkvoorraad vóór het jaar 2030 dient te zijn onderzocht, gesaneerd dan wel beheerst.
De verantwoordelijkheid voor goed bodembeheer en dus ook voor het tot stand komen van het Landsdekkend Beeld ligt bij de bevoegde overheden. Dat zijn de 12 provincies (incl. kleine gemeenten), 4 grote steden en 26 andere grote gemeenten (situatie 2007), die bevoegd gezag zijn in het kader van de Wet Bodembescherming.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

Vanaf medio 2001 hebben de bevoegde overheden gegevens verzameld over locaties met vermoedelijke bodemverontreiniging. Dit is gebeurd door het raadplegen van o.a. Hinderwetvergunningen, gegevens van de Kamers van Koophandel en luchtfoto's. Het resultaat is aangevuld met gegevens over bewezen bodemverontreiniging (uit bodeminformatiesystemen en op basis van bodemonderzoeken). Deze acties hebben geresulteerd in een Landsdekkend Beeld 2004, met 761.000 locaties met bodeminformatie, waarvan ongeveer 615.000 locaties goed zijn geïdentificeerd. Hierop zijn in de periode 2004-2006 actualisaties aangebracht. In de figuur zijn ca. 100.000 'dempingen met niet nader gespecificeerd materiaal' weggelaten, omdat deze in de praktijk zelden gesaneerd hoeven te worden en daarom ook niet overal zijn geïnventariseerd.Om te bepalen waar de bodemverontreiniging zo ernstig is dat vervolgacties nodig zijn, is gebruik gemaakt van modelberekeningen waarin een reeks van aspecten een rol spelen: het historische gebruik van stoffen (en hun toxiciteit, mobiliteit, etc.), de bodemsituatie (bodemtype, geohydrologie, etc.) en het huidige gebruik van de locatie (bedrijventerrein, wonen met tuin, etc.). Deze selectie heeft geleid tot een werkvoorraad van 430.000 (potentieel) ernstig verontreinigde locaties.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2007). Aantal locaties bodemverontreiniging, inventarisatie 2006 (indicator 0258, versie 09 , 16 november 2007 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.