Bodem en grondwater

Aantal locaties bodemverontreiniging, inventarisatie 2009

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Eind 2009 waren nog ongeveer 258.000 locaties mogelijk ernstig verontreinigd. Eind 2010 moet zijn vastgesteld hoeveel van deze locaties met spoed moeten worden aangepakt wegens onaanvaardbare risico's voor de mens.

Nederland telt 258.000 potentieel ernstig verontreinigde locaties in 2009

Binnen het kader van het project Landsdekkend beeld bodemverontreiniging (LDB) is eind 2009 de werkvoorraad vastgesteld op ongeveer 258.000 locaties. De werkvoorraad bevat locaties waarvan is vastgesteld dat ze ernstig verontreinigd zijn en locaties die mogelijk ernstig verontreinigd zijn en daarom onderzocht zullen worden. De verdeling van de locaties van de huidige werkvoorraad over de diverse gemeenten in Nederland is weergegeven in de kaart. De hoogste dichtheden komen vooral voor in de Randstad, maar ook in sommige stedelijke gebieden elders in het land. De kaart is gebaseerd op 82% van het aantal locaties van de huidige werkvoorraad. Van de overige locaties waren de coördinaten nog niet beschikbaar

Spoedeisende locaties

In 2008 is een landelijke lijst samengesteld met bijna 15.000 (potentiële) spoedlocaties waar nog vervolgonderzoek zou moeten plaatsvinden. Eind 2009 is dit aantal uitgesplitst in ongeveer 11.000 locaties (73%) die nog onvoldoende zijn onderzocht en ongeveer 4000 locaties (27%) met vastgesteld onaanvaardbaar risico. Dit zijn risico's voor de mens (ongeveer 1000 locaties) of voor verspreiding in het grondwater en/of voor de ecologie (samen ongeveer 3000 locaties).
Eind 2010 moet definitief zijn vastgesteld welke locaties spoedeisend zijn op basis van humane risico's. Deze dienen vóór eind 2015 te zijn aangepakt (gesaneerd, dan wel risico's weggenomen). Voor de overige spoedeisende risico's (ecologie en verspreiding) moet het overzicht bekend zijn in 2015.

Landsdekkend beeld en werkvoorraad bodemverontreiniging


In het Nationaal Milieubeleidsplan 3 is vastgelegd dat er een Landsdekkend beeld bodemverontreiniging moest worden opgesteld, met als doel het in kaart brengen van de volledige omvang van de bodemverontreiniging in Nederland. Eind 2004 is het eerste Landsdekkend beeld opgeleverd. In deze inventarisatie waren 615.000 locaties geïdentificeerd als mogelijk ernstig verontreinigd. Voor een deel waren dit de uit eerder onderzoek bekende vervuilde locaties, maar het merendeel bestond uit nog nooit eerder onderzochte potentieel verdachte locaties. Op basis van de onderzoekservaring bij de uitvoering is vervolgens het resultaat ingedikt in de stap van 'potentieel verdacht' naar 'verdacht', waarbij 190.000 locaties (30%) zijn geschrapt. Het resterende aantal van 425.000 (potentieel) ernstig verontreinigde locaties wordt de nulmeting (2004) van de werkvoorraad bodemverontreiniging genoemd. Deze wordt systematisch onderzocht en afgehandeld. Omdat een sanering duur is, is het daarbij van belang voldoende aandacht te geven aan het onderzoek naar de noodzaak van de sanering en als er dan toch gesaneerd moet worden onderzoek te doen gericht op de beste aanpak.

In de periode 2004 - 2009 zijn ongeveer 170.000 locaties (40%) van de werkvoorraad afgehandeld. Deze locaties zijn gesaneerd, of na onderzoek is gebleken dat er geen sanering nodig was. In 2007 zijn hele categorieën van locaties geschrapt (bijvoorbeeld 'slootdempingen met onbekend materiaal') omdat bij inmiddels uitgevoerd steekproefsgewijs onderzoek bleek dat deze vrijwel nooit vervuild zijn. Daarbij ging het om 130.000 van de 170.000 locaties.

Door de werkzaamheden in het jaar 2009 zijn ongeveer 5000 locaties afgevoerd uit de werkvoorraad. Daarbij ging het om afgeronde saneringen (1930 locaties) en 3070 locaties waarbij na onderzoek geen vervolgactie nodig was.

De resterende werkvoorraad bedroeg eind 2009 nog ongeveer 258.000 locaties. Dit is ongeveer 60% van de nulmeting 2004, onder te verdelen in 42% verdachte locaties die nog moeten worden onderzocht, 2% locaties met lopende saneringen dan wel lopende nazorg en 16% locaties met lopend onderzoek.

Wie is verantwoordelijk voor het bodembeheer?

De verantwoordelijkheid voor goed bodembeheer ligt bij de 4 grote steden en 25 andere grote gemeenten en voor het overige gebied bij de 12 provincies. Deze overheden zijn het bevoegde gezag in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb).

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Aantal locaties bodemverontreiniging, inventarisatie 2009

Omschrijving

Aantal (mogelijk) ernstig verontreinigde locaties

Verantwoordelijk instituut

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Bilthoven. Auteurs: Jaap Bogte en Kees Versluijs

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

jaarlijks

Achtergrondliteratuur

VROM/RIVM (2010). Jaarverslag bodemsanering over 2009 - Een rapportage van de bevoegde overheden bodemsanering, Ministerie van VROM/RIVM, Den Haag/Bilthoven.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2010). Aantal locaties bodemverontreiniging, inventarisatie 2009 (indicator 0258, versie 12 , 14 december 2010 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.