Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Bodem en grondwater

Bodemverontreiniging en bodemsanering: begrippen en definities

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Een overzicht van de begrippen en definities die gebruikt worden in het dossier bodemsanering vindt u op deze pagina.

Adequaat gesaneerde locatie Een locatie is adequaat gesaneerd als het evaluatierapport is goedgekeurd door het bevoegd gezag. Langlopende saneringen van de ondergrond tellen mee als adequaat gesaneerd na goedkeuring van het eerste ijkmoment.
Beschikking Ernst/urgentie Een beschikking op basis van de oude Wbb (vóór 1-1-2007) over de ernst en urgentie van een geval van verontreiniging op basis van het nader onderzoek.
Beschikking Ernst/spoed Een beschikking conform de nieuwe Wbb (vanaf 1-1-2007) of er op een locatie sprake is van een ernstig geval van verontreiniging en of de locatie volgens het saneringscriterium met spoed (vóór 2015) moet worden gesaneerd.
Beschikking Saneringsplan Een beschikking ter goedkeuring van een saneringsplan voor de aanpak van een geval van verontreiniging.
Beschikking Evaluatierapport Een beschikking om in te stemmen met het na een sanering opgesteld evaluatierapport en daarmee de formele afronding van een sanering.
Beschikking Nazorgplan Een beschikking om in te stemmen met het na de sanering ingediende nazorgplan.
Besluit bodemkwaliteit Het Besluit bodemkwaliteit is op 1 januari 2008 deels in werking getreden. Het besluit bevat regels voor het toepassen van bouwstoffen, grond en baggerspecie op of in de bodem of in het oppervlaktewater. Het geeft aan hoe milieuhygiënisch moet worden getoetst en wie verantwoordelijk is voor het toezicht op de naleving van het besluit. Vooral bij het toepassen van bouwstoffen bevat dit besluit minder regels en administratieve lasten voor overheden en bedrijfsleven dan de voorgaande regelgeving.
BEVER BEleidsVERnieuwing bodemsanering, resulterend in de decentralisatie van het bevoegd gezag bodemsanering, het streven naar hogere bijdragen van derden, aansluiting op ruimtelijke ontwikkelingen op lokale schaal en een saneringsdoelstelling gekoppeld aan de functie van de locatie.
Bevoegde Overheid Wbb (gedecentraliseerd bevoegd gezag) Verantwoordelijke provincies en "rechtstreekse gemeenten", die de Wbb uitvoeren en handhaven (met Wbb- en ISV-budget). De overige "niet-rechtstreekse" gemeenten krijgen ISV-gelden via de provincie op basis van een ingediend meerjarenprogramma ("programmagemeenten") of per project ("projectgemeenten"). De totaal 41 bevoegde overheden zijn: Provincies (12). Grote steden (4): Amsterdam, Den haag, Rotterdam, Utrecht. Overige rechtstreekse gemeenten (25): Alkmaar, Almelo, Amersfoort, Arnhem, Breda, Den Bosch, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Emmen, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Schiedam, Tilburg, Venlo, Zaanstad en Zwolle.
BIELLS BodemInformatie Essentieel voor Landelijke en Lokale Sturing. Het project BIELLS heeft als doel alle essentiële informatiebronnen met gegevens over de chemische, biologische en fysische kwaliteit van de bodem beschikbaar te maken
BIS BodemInformatieSysteem. Deze systemen (in diverse commerciële en zelf ontwikkelde varianten) worden bij gemeenten en provincies gebruikt om gegevens over bodemverontreiniging administratief en geografisch bij te houden (zie ook G-BIS).
Bodem+ Bodem+ is een onderdeel van SenterNovem, en heeft als taak het ondersteunen van lokale overheden op het gebied van bodem.
Bodemambities Een gemeente kan in een Nota Bodembeheer aangeven naar welke bodemkwaliteit in een gebied wordt gestreefd. Ze legt daarbij haar (bodem)ambitie vast. De overheid kan er bijvoorbeeld voor kiezen om de huidige kwaliteit niet te laten verslechteren. Ze kan echter ook een kwalititeitsverbetering nastreven. De overheid zal bij het opstellen van haar bodemambities rekening houden met de toekomstige (ruimtelijke) ontwikkelingen in het gebied. Daarmee wordt de relatie tussen bodemgebruik en bodemkwaliteit concreet gemaakt.
Bodemsaneringsoperatie Regelgeving, planning en werkzaamheden voor aanpak van de bodemverontreinigingsproblematiek. Al het werk dat verzet moet worden om alle ernstige gevallen van bodemverontreiniging te identificeren, te onderzoeken, en zo nodig te saneren of te beheersen, eventueel gevolgd door nazorg.
BPE Bodem Prestatie Eenheden. BPE's zijn een maat voor de geleverde inspanning van een bevoegde overheid bij sanering van de bodem. Definitie: BPE = gesaneerd oppervlak in m2 + 3x gesaneerd volume in m3 + 0,4x gesaneerd volume grondwater in m3. De weging van de fysieke resultaten geeft ruwweg de verhouding van de hiervoor benodigde inspanningen weer. De BPE geeft echter geen volledige weergave van de prestaties van een bevoegde overheid, want beleidsontwikkeling en onderzoeksinspanningen worden hierin niet meegenomen.
BSB-operatie Bodemsanering van in gebruik zijnde bedrijfsterreinen. De BSB-operatie is in de jaren '90 opgezet om bedrijven te stimuleren om vrijwillig en in eigen beheer hun bodem te laten onderzoeken en zonodig te saneren. Voor de uitvoering van de BSB-operatie werden diverse regionale stichtingen opgericht. Eind 2007 hebben de meeste stichtingen hun werkzaamheden beëindigd en hebben provincies de taken overgenomen.
BUS Besluit Uniforme Saneringen. Besluit voor het regelen van veelvoorkomende en standaard bodemsaneringen. Dankzij dit Besluit hoeven bodemsaneerders voor de routinematige saneringen geen formele goedkeuring aan het bevoegde gezag te vragen, maar volstaat een melding bij het opstarten van de sanering en een goedkeuring van de saneringsevaluatie bij de afronding.
Bodemgebruikswaarden (BGW) Waarden voor concentraties van stoffen (of stofgroepen) in de bodem waaronder het niveau van bodemverontreiniging bij het beoogde gebruik acceptabel is. De BGW worden gebruikt als saneringsdoelstelling. Bij wijziging van het gebruik is een nieuwe beoordeling nodig.
Convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties Nieuw bodembeleid met ingang van 10 juli 2009, waarbij de verantwoordelijkheid voor het bodembeleid is verschoven van het Rijk naar de provincies en de gemeenten. In het convenant zijn o.a. afspraken vastgelegd over de aanpak van spoedlocaties, het ondergrondse ruimtegebruik en de sanering van grootschalige grondwaterverontreinigingen.
CSOIL Rekenmodel waarmee de humane blootstelling t.g.v. bodemverontreiniging kan worden gekwantificeerd. Het model berekent de blootstelling voor de zeven bodemfuncties uit het Besluit bodemkwaliteit (zie NOBO-bodemgebruiksklassen) en is eveneens onderdeel van Sanscrit en de Risicotoolbox bodem.
Deelsanering Sanering waarbij slechts voor een deel van de verontreiniging een saneringsplan is gemaakt en uitgevoerd.
Diffuse bodembelasting Bodembelasting die zich uitstrekt over grote oppervlakten, vaak uit meerdere en niet duidelijk te localiseren bronnen en meestal met relatief lichte verontreinigingen. In enkele gevallen kan ook ernstige verontreiniging voorkomen.
Dynamische locatie Locatie waarvoor het tijdstip van de aanpak van onderzoek en eventuele sanering door maatschappelijke dynamiek wordt bepaald, meestal door de wens er te kunnen bouwen.
Ernstige bodemverontreiniging Verontreiniging waarbij een interventiewaarde voor een of meer stoffen wordt overschreden in ten minste 25 m3 grond en/of 100m3 grondwater. Voor een ernstig geval dienen ten minste maatregelen voor beheer te worden getroffen en de urgentie te worden vastgesteld.
Financieringskader Bij onderzoek en saneringen uitgevoerd door de verantwoordelijke gemeenten en provincies kan het Rijk bijdragen vanuit drie kaders: Wbb-budget (met name de afronding van Wbb-meerjarenprogramma's tot 2009), ILG-budget (landelijk gebied en kleinere woonkernen, na 1-1-2007) en ISV-budget (stedelijk gebied). Het merendeel van de saneringen wordt uitgevoerd in Eigen Beheer (SEB), door derden. Gecombineerde financiering is ook mogelijk. Bij derden kan de overheid ook als eigenaar van terreinen nog een rol spelen.
Functiegericht saneren - algemeen Methode van saneren die na de Beleidsvernieuwing Bodemsanering (BEVER) is toegestaan en waarbij het principe van multifunctionaliteit is losgelaten. Er wordt niet verder gesaneerd dan voor het beoogde gebruik nodig is. Er blijft nog beheer nodig, en bij gebruikswijzigingen volgt een nieuwe evaluatie. Functiegericht saneren kan zowel voor de bovengrond als voor de ondergrond worden uitgevoerd.
Functiegericht saneren - bovengrond Bij functiegericht saneren van de bovengrond wordt gereinigd tot een acceptabel niveau voor het beoogde bodemgebruik (leeflaag). Er wordt onderscheid gemaakt in een aantal clusters (NOBO-bodemgebruiksklassen), waarvoor bodemgebruikswaarden (BGW) zijn vastgesteld.
Functiegericht saneren - ondergrond Bij functiegericht saneren van de ondergrond (dieper dan ca. 2 meter, afhankelijk van de bodemopbouw) wordt onderscheid gemaakt in 'verontreiniging in een immobiele situatie' en 'verontreiniging in een mobiele situatie'. In het eerste geval wordt de ondergrond niet gesaneerd, omdat verspreiding en blootstelling beperkt zijn. Bij de mobiele verontreiniging daarentegen is het uitgangspunt een zo volledig mogelijke verwijdering, met daarbij tenminste het bereiken van een 'stabiele eindsituatie'. Dit mag maximaal 30 jaar duren. De periode is zo lang, omdat bodemprocessen langzaam zijn,de 'nalevering' (diffusie uit de bodemmatrix) van verontreiniging pas in termijnen van jaren is te beoordelen en om kosteneffectieve technieken in te kunnen zetten.
G-BIS (of GBIS) Geautomatiseerd BodemInformatieSysteem met minimaal vergelijkbare functies zoals GLOBIS voor het bijhouden en jaarlijks aanleveren van de jaarlijkse monitoringsgegevens, actualiseren van het Landsdekkend beeld bodemverontreiniging door de bevoegde overheden en uitwisseling van gegevens conform SIKB-protocollen.
Gebruiksrijp maken Het aanpakken van risico's als gevolg van de aanwezigheid van bodemverontreiniging, zodat de locatie geschikt wordt voor het gebruik.
Gefaseerde sanering Sanering met onderdelen die op verschillende tijdstippen worden afgesloten, meestal door het verschil in aanpak van vaste bodem en grondwater. Er moet wel een goedgekeurd plan van de gehele operatie aanwezig zijn.
Geval van verontreiniging Gebied met aanwezigheid van bodemverontreiniging dat een samenhangend geheel vormt op basis van de oorzaak of gevolgen van de verontreiniging en daarop aansluitende ruimtelijke of organisatorische redenen. Bij de jaarlijkse monitoring bodemsanering wordt niet het aantal gevallen, maar het aantal locaties geteld. De locatie is de eenheid van aanpak bij de sanering en valt vaak samen met eigendomsrechten of bodemopbouw. Beschikkingen (goedkeuringen van saneringsplannen) worden echter op gevallen verleend (die meerdere locaties kunnen omvatten).
GLOBIS Geografisch Landelijk Overheids Bodem Informatie Systeem. Dit is een database met rapportagetools die door de overheid is ontwikkeld en decentraal bij de bevoegde overheden wordt gebruikt.
Grootsaneerders Instanties die veel saneren (zowel overheids- als niet-overheidsinstanties), zoals b.v. SbNS en oliemaatschappijen.
Historisch Onderzoek (HO) Dit is een onderzoek naar mogelijke bronnen van bodemverontreinigingen (aard-omvang-periode) door middel van locatiebezoek, archiefonderzoek en luchtfoto-interpretatie. Nog geen bodemonderzoek. Het eerste onderzoek in de reeks HO-OO-NO.
ILG Investeringsbudget Landelijk Gebied. Financieringssysteem en werkwijze die bedoeld is om aankoop, inrichting en beheer van het landelijk gebied te bundelen. Het is een gezamenlijk initiatief van het Interprovinciaal Provinciaal Overleg (IPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), de Unie van Waterschappen (UVW) en de ministeries van LNV, VROM en V&W.
Initiatiefnemer De partij die het initiatief neemt tot de uitvoering van een bodemonderzoek of sanering op een locatie. Dit is onafhankelijk van de eventuele uitvoerders of financiers.
Interventiewaarden Waarden voor het verontreinigingsniveau per stof of stofgroep waarboven de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier of plant ernstig zijn verminderd (of dreigen te worden verminderd).
Isoleren met eeuwigdurende nazorg Deze techniek wordt toegepast als de andere saneringsmethoden onmogelijk of extreem duur zijn. Bij de vergelijking van de kosten wordt een financiële voorziening voor de nazorg meegenomen. Voor grote locaties is isoleren vaak de enig haalbare oplossing.
ISV-budget Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing in het kader van de Wet stedelijke vernieuwing (Wsv). Aangezien het deel dat voor bodemonderzoek en bodemsanering wordt gebruikt bij de ISV niet strikt administratief wordt gescheiden van bouwrijp maken is bij de vaststelling van de ISV-uitgaven bodemsanering een inschatting nodig.
Kosteneffectief Bij kosteneffectief saneren (ondergrond) worden onacceptabele risico's verwijderd, maar hoe ver de sanering gaat, wordt afgewogen op basis van een kostenanalyse.
Kostenverhaal Situatie waarbij de overheid onderzoekt en saneert, en achteraf de kosten verhaalt op degenen die aansprakelijk kunnen worden gesteld voor een verontreiniging.
Kwalibo Kwaliteitsborging In het Bodembeheer. Dit is een van de maatregelen om het bodembeheer te verbeteren. Kwalibo kent drie speerpunten: kwaliteitsverbetering bij de overheid (d.m.v. het werken volgens protocollen - normbladen 8001 en 8002), versterking van het toezicht en de handhaving en erkenningsregeling bodemintermediairs (aannemers, adviesbureaus etc.). Bedrijven die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen krijgen een certificaat.
Landsdekkend Beeld bodemverontreiniging (LDB) Een project van de overheid (opgeleverd in 2004), gericht op de inventarisatie van alle verontreinigde locaties in Nederland, inclusief coördinaten en gedifferentieerd naar (vastgestelde of potentiële) ernst en urgentie en gemaakte of geschatte kosten. Aansluitend is een saneringskostenmodel gemaakt. De actuele stand van zaken op basis van het LDB2004, bijstellingen in de inventarisaties en uitgevoerd onderzoek en saneringen wordt gerapporteerd in het Jaarverslag bodemsanering.
LIB Landelijk Informatiebeheer Bodem. Opgericht door bevoegde overheden Wbb om het informatiebeheer van data ten behoeve van bodembeheer en de jaarlijkse monitoring voor het jaarverslag bodemsanering aan de Tweede Kamer te ondersteunen.
Locatie Een eenheid of aggregatie van kleinere eenheden met een vermoede of bewezen bodemverontreiniging die als één geheel wordt aangepakt bij onderzoek en sanering. De grens van een locatie valt niet per se samen met de grens van een geval. Eén locatie kan soms verschillende gevallen bevatten (of andersom).
Maximale waarden verontreinigingsniveau Waarden voor het maximale verontreinigingsniveau per stof of stofgroep voor land- en waterbodems, bepalend voor de toepassingsmogelijkheden. Onder het Besluit bodemkwaliteit worden toepassingen van grond en bagger op landbodem getoetst aan Generieke Maximale Waarden (GMW) of Lokale Maximale Waarden (LMW). Bij de toetsing aan GMW wordt zowel de kwaliteit van de toe te passen grond of bagger, als de functie van de ontvangende bodem in beschouwing genomen. Decentrale bevoegde gezagen kunnen ervoor kiezen om in gebieden Lokale Maximale Waarden vast te stellen. Deze dienen onderbouwd te worden met de Risicotoolbox bodem.
MKBA Maatschappelijke Kosten-Batenanalyse. Een op verzoek van de Tweede Kamer uitgevoerde studie door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), waarbij kosten van bodemsanering zijn afgewogen tegen de baten voor: de volksgezondheid, vastgoed, drinkwatervoorziening, beleving in de maatschappij en ecosystemen.
Monitoring Bodemsanering Jaarlijkse inventarisatie van de voortgang van de landelijke bodemsaneringsoperatie, die met het Jaarverslag bodemsanering namens de bevoegde overheden wordt gerapporteerd aan het ministerie van VROM en de Tweede Kamer.
Multifunctioneel saneren Dit betekent dat na sanering de bodem zover is gereinigd dat de verontreiniging geen belemmering meer is voor ieder soort bodemgebruik en dat ook geen aanvullend beheer of nazorg nodig is. Bij kleine locaties heeft multifunctioneel saneren vaak de voorkeur omdat daarmee het probleem blijvend is opgelost en ook de kosten te overzien zijn.
Multiplier Landelijk of per bevoegde overheid: de totale financiële inzet van de markt en de overheid, gedeeld door de bijdrage van de overheid. De bijdrage van de markt berust deels op schattingen, want deze wordt niet verplicht gerapporteerd, in het bijzonder bij onderzoeken zonder vervolg.
Nader Onderzoek (NO) Met dit onderzoek wordt de ernst en omvang van de verontreiniging, en de spoedeisendheid vastgesteld (vóór 1-1-2007 de saneringsurgentie en het tijdstip van sanering). Bij urgentie/spoed wordt daarna een saneringsplan (plan van aanpak) gemaakt waarop de Bevoegde Overheid een beschikking tot sanering afgeeft.
Nazorg Als na een sanering nog restverontreinigingen in de bodem zijn achtergebleven zijn nazorgmaatregelen noodzakelijk.
Nazorgplan Plan waarin te nemen nazorgmaatregelen met betrekking tot achtergebleven restverontreinigingen zijn uitgewerkt.
Nieuw geval (van bodemverontreiniging) Geval waarbij de bodemverontreiniging geheel of grotendeels na 1987 is ontstaan. In 1987 is de zorgplicht in de Wet bodembescherming opgenomen, die inhoudt dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging terstond ongedaan dienen te worden gemaakt.
NMP Nationaal Milieubeleidsplan met toelichting op het te voeren milieubeleid. Het laatste NMP4 van 2001 beoogt het overgaan naar een duurzaam functionerende samenleving. De "Toekomstagenda Milieu" van 2006 legt de nadruk op een zakelijke aanpak van milieuproblemen met een nuchtere afweging van kosten en baten.
NOBO-gebruiksklassen Bodemgebruiksklassen. Standaardisering van het bodemgebruik met het oog op modellering van de blootstelling aan bodemverontreiniging door de projectgroep NOBO (Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling). Gebruiksklassen: wonen met tuin, plaatsen waar kinderen spelen, moestuin, landbouw, natuur, groen met natuurwaarden, bebouwing infrastructuur ander groen en industrie.
Oriënterend Onderzoek (OO) Dit is het eerste bodemonderzoek op verdachte locaties (na het HO). Met dit onderzoek wordt vastgesteld of de mate van verontreiniging reden geeft tot een vervolg. Het vervolgonderzoek is dan het Nader Onderzoek.
Potentieel verdacht/ verontreinigd/ ernstig/ spoed Bij de inventarisaties naar bodembedreigende activiteiten wordt de UBI-systematiek gehanteerd. Bij iedere activiteit hoort een UBI-code en een scoring op het verwachte verontreinigingsniveau (NSX-score). Hiermee wordt een eerste prioritering in de inventarisatieresultaten gemaakt voordat er op de locaties bodemonderzoek is uitgevoerd. Als de minimale basisset van verificatiegegevens nog ontbreekt wordt gesproken van 'potentieel verdacht'. Als de verontreinigende activiteiten bekend zijn kan met de UBI-systematiek een klasse worden bepaald. De klassen 1-3 gelden als 'potentieel verontreinigd' (vermoedelijk geen ernstige verontreiniging en geen onderdeel van de werkvoorraad). Klasse 8 geldt als potentieel spoed (SUBI of spoed-UBI). De overige klassen 4-7 geven gradaties van de kans op een ernstige verontreiniging. Bij de prioritering van het onderzoek wordt vervolgens meegewogen of het blootstellingsniveau (het pad, op basis van de locale bodemsituatie en bodemgebruik) en de aanwezigheid van bewoners (of andere bedreigde objecten) op een mogelijk milieuhygiënisch onacceptabele situatie wijzen. Bij de bepaling van locaties met humane spoed zijn naast de bovenstaande classificatie ook de duur, periode en omvang van de activiteiten en bijzondere aspecten (zoals toepassing van ontvetting met per en tri in de metaalindustrie) meegenomen.
pré-HO-locatie Locatie waarop nog geen Historisch Onderzoek heeft plaatsgevonden.
Prestatieverantwoording Rapportage, opgesteld door de Bevoegde Overheid, over de behaalde resultaten, vergeleken met het opgestelde programma. De prestatieverantwoording bodemsanering gaat over de BPE's uitgevoerde inventarisaties, onderzoeken, beheersmaatregelen, saneringen, nazorg, ingezet budget, ingezette instrumenten en gevoerd bodemkwaliteitsbeleid.
Publieke Private Samenwerking (PPS) PPS is een samenwerkingsverband waarbij overheid en bedrijfsleven, met behoud van eigen identiteit en verantwoordelijkheid, gezamenlijk een project realiseren op basis van een heldere taak- en risicoverdeling.
Rechtstreekse ISV-gemeente Gemeente die rechtstreeks van het Rijk ISV-budget ontvangt en ook aan het Rijk rapporteert over de prestaties (zonder tussenkomst van de provincie).
Risicotools Hulpmiddelen voor de risico-beoordeling van bodemverontreiniging. Voorbeelden zijn: vergelijkingen, modellen, richtlijnen, protocollen, etc.
Risicotoolbox RisicotoolboxBodem.nl: beslissingsondersteunende webapplicatie voor een integrale risicobeoordeling van (bodem)verontreiniging door de bevoegde overheden. Wordt door bevoegde overheden gebruikt om gebiedsspecifieke risicobeoordeling voor mens, ecosysteem en landbouw uit te voeren en om Lokale Maximale Waarden voor grond- en baggerverzet te onderbouwen.
Sanering Het aanpakken van een bodemverontreiniging zodat bij het huidige of toekomstige gebruik van de locatie geen risico's meer aanwezig zijn voor mens en milieu.
Saneringscontour Grens van het gebied waarbinnen de saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd. Deze grens hoeft niet samen te vallen met de grens van de locatie maar wordt bepaald door het verontreinigingsniveau, eigendomsgrenzen en/of technische overwegingen bij de aanpak. Er kunnen meerdere saneringscontouren op één locatie zijn.
Saneringsevaluatie (SE) Betreft een rapportage waarin de uitgevoerde saneringswerkzaamheden worden beschreven, inclusief afwijkingen op het saneringsplan. Door middel van deze rapportage wordt het uiteindelijke saneringsresultaat vastgelegd. De saneringsevaluatie wordt ter goedkeuring aan de bevoegde overheid voorgelegd. In de rapportage wordt ook de noodzaak tot het nemen van vervolgmaatregelen (nazorg) aangegeven.
Saneringsketen Een traject dat bestaat uit een reeks opeenvolgende fasen in onderzoek en aanpak: pré-HO, HO, OO, NO, SO , SP, sanering en saneringsevaluatie. Zo nodig inclusief het treffen van voorzieningen voor de nazorg. Iedere locatie met (mogelijke) bodemverontreiniging doorloopt deze keten geheel of gedeeltelijk. Na elke stap in de keten kan blijken dat de verontreiniging te geringe risico's veroorzaakt om vervolgstappen noodzakelijk te maken. Na sanering volgt altijd een saneringsevaluatie.
Saneringsonderzoek (SO) Een onderzoek naar de meest geschikte en kosteneffectieve saneringsmethode voor een geval van bodemverontreiniging.
Saneringsplan (SP) Een weergave van de werkwijze die zal worden gevolgd tijdens het saneren van een geval van bodemverontreiniging en de verwachte resultaten.
Saneringsverplichting Een door een beschikking van het bevoegd gezag opgelegde sanering om milieuhygiënische of maatschappelijke redenen.
Saneringscriterium Methodiek conform de nieuwe Wbb (per 1-1-2007), waarbij locatiespecifiek wordt getoetst of er sprake is van onaanvaardbare risico's voor de mens (gezondheidseffecten), voor het ecosysteem (bio-accumulatie, doorvergiftiging, bedreiging van soorten en natuurlijke processen), en/of van risico's van verspreiding van verontreiniging. Het Saneringscriterium is vastgelegd in de Circulaire Bodemsanering 2009 die per 1 mei 2009 is geactualiseerd. Op basis van de bepaalde risico's wordt vastgesteld of maatregelen (beheersen, saneren) al dan niet met spoed moeten worden uitgevoerd.
Sanscrit Het softwareprogramma Sanscrit is een geautomatiseerde versie van het Saneringscriterium. Het is de opvolger van de Sanerings Urgentie Systematiek (SUS). De modelberekeningen in Sanscrit worden uitgevoerd op basis van de gegevens van het Nader Onderzoek en geven een locatiespecifieke inschatting van de risico's voor de mens, voor het ecosysteem en de risico's ten gevolge van de verspreiding van verontreinigd grondwater.
SEB Saneringen in Eigen Beheer. Saneringen door bedrijven of particulieren, zonder financiële bijdragen uit overheidsbudget.
SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Het SIKB is een samenwerkingsverband van markt en overheid en opgericht om de kwaliteitsborging van werkzaamheden verricht binnen bodembeheer te bevorderen.
SKB Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem, opgericht om innovatie voor bodembeheer te bevorderen.
Spoedlocatie Locatie die met spoed dient te worden gesaneerd of beheerst. Bepaling van spoed vindt plaats met behulp van het Saneringscriterium. De humane spoedlocaties uit de werkvoorraad dienen uiterlijk in 2010 te zijn geïdentificeerd en in 2015 te zijn gesaneerd of beheerst. De overige spoedlocaties (ecologie, verspreiding) dienen uiterlijk in 2015 te zijn geïdentificeerd, waarbij tevens moet worden aangegeven welke maatregelen zijn genomen dan wel genomen zullen worden. Het streven is om de risico's eind 2015 ook bij deze locaties te hebben beheerst.
Staatseigendommen Gebieden die eigendom zijn van de rijksoverheid. Deze gebieden worden beheerd door verschillende instanties: het ministerie van Defensie, het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (diensten DLG en Staatsbosbeheer), Het ministerie van Verkeer en Waterstaat (dienst Rijkswaterstaat) en het ministerie van Financiën (dienst Domeinen).
Stabiele situatie Een toestand waarbij het risico van verspreiding van de (rest)verontreiniging minimaal is. Bij een kleine verontreiniging is passieve zorg gebruikelijk, beperkt tot alleen registratie. Bij een grote omvang van de verontreiniging is monitoring verplicht.
Statische locaties Locaties met weinig maatschappelijke of ruimtelijke ontwikkelingen (versus dynamische locaties). De aanpak van onderzoek en sanering wordt hier bepaald door de milieuhygiënische situatie.
Streefwaarden bodemkwaliteit Waarden voor gehalten van stoffen (of stofgroepen) in de bodem waarbij of waaronder sprake is van een goede milieukwaliteit en verwaarloosbare risico's voor mens en ecosysteem. De waarden zijn afhankelijk van het organische stofgehalte en het lutumgehalte (gehalte aan deeltjes kleiner dan 2 µm) in de bodem.
SUS Sanerings Urgentie Systematiek. Dit is een systematiek binnen de oude Wbb, waarmee locatiespecifiek kan worden bepaald of de sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging urgent of niet-urgent is. SUS is de voorganger van het instrument Sanscrit.
TRIADE Instrumentarium voor de integrale beoordeling van ecologische risico's die samenhangen met bodemverontreiniging. De locale verontreinigingssituatie wordt daarbij in samenhang bestudeerd vanuit drie kennisvelden: chemie (stofconcentraties), toxiciteit (bioassays) en ecologie (inventarisatie van planten, dieren, micro-organismen en ecologische processen).
UBI Uniforme Bron Indeling, met numerieke codes voor potentieel bodemvervuilende activiteiten, gerangschikt naar industrietak. Er is een classificatie ontwikkeld op basis van het verwachte verontreinigingsniveau (zie Potentieel verdacht)..
Urgent te saneren geval van bodemverontreiniging De urgentiebepaling is per 1-1-2007 vervangen door een bepaling van spoed volgens het saneringscriterium. Vanwege in het verleden genomen beslissingen spelen ze nog een rol. Een locatie moet urgent gesaneerd worden, als met de urgentiesystematiek is gebleken dat er sprake is van een milieuhygiënisch onacceptabele situatie (op basis van Wbb-criteria voor humane, ecologische en verspreidingsrisico's). Een beschikking van urgentie kan zijn afgegeven vanwege de vastgestelde milieuhygiënische urgentie, maar ook om maatschappelijke redenen. Dit gebeurt meestal om de procedure te versnellen bij een vermoeden van milieuhygiënische urgentie. In de beschikking is vastgesteld voor welk tijdstip de sanering moet worden opgestart (tenminste voor 2015).
Verdachte locaties Locaties waarbij op grond van de beschikbare informatie het vermoeden bestaat dat er bodemverontreiniging aanwezig is, zonder dat dit door middel van bodemonderzoek daadwerkelijk is vastgesteld.
Verkennend Onderzoek (VO) Door middel van een verkennend bodemonderzoek kan met een geringe inspanning worden vastgesteld of op een bepaalde locatie sprake is van bodemverontreiniging. Het verkennend bodemonderzoek kan gezien worden als een combinatie van een historisch-, veld- en laboratoriumonderzoek (zoals bij HO en OO). In veel gevallen wordt een dergelijk onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanvraag van een bouwvergunning of bij aan- of verkoop van onroerend goed.
Volledige sanering Sanering uitgevoerd op de gehele locatie, waarbij alle saneringsfasen zijn afgerond (in tegenstelling tot deelsanering waarbij een deel van de locatie wordt gesaneerd of nog andere saneringsfasen volgen, bijv. voor grondwater).
Wbb Wet bodembescherming (1994).
Wbb-budget Budget dat door VROM in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aan de bevoegde overheden wordt verstrekt voor de aanpak van gevallen van bodemverontreiniging waarvoor geen particulier initiatief wordt verwacht. Na instelling van de Wsv wordt het voornamelijk gebruikt voor de aanpak in landelijk gebied.
Werkvoorraad De verzameling (potentieel) ernstig verontreinigde locaties uit het Landsdekkend Beeld bodemverontreiniging, waarvoor nog één of meerdere stappen in het traject van onderzoek en sanering moet worden uitgevoerd. In 2004 bedroeg de landelijke werkvoorraad 425.000 locaties (nulmeting). Eind 2009 was ongeveer 40% van de werkvoorraad afgehandeld (gesaneerd, voldoende onderzocht), 18% in behandeling (lopende saneringen, onderzoeken, nazorg) en was 42% van de verdachte locaties nog niet onderzocht.
Wsv Wet stedelijke vernieuwing (2000). In dit kader wordt het ISV-budget ter beschikking gesteld.
Zorgplichtgevallen Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging (grotendeels ontstaan na 1987), die onmiddellijk ongedaan moeten worden gemaakt door de veroorzaker.
Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.