Compendium voor de Leefomgeving
482 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Verkeer en milieu

Geluidbelasting weg-, rail- en vliegverkeer in Nederland, 2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Ruimtelijk beeld van de geluidbelasting

In de kaart is te zien waar het weg-, rail- of vliegverkeer leidt tot verhoging van de geluidbelasting. De hoogste waarden treden op direct rondom (spoor)wegen en de aan- en uitvliegroutes bij Schiphol. Vanwege het lokale karakter van geluid zijn de drukste wegen en spoorwegen met de hoogste geluidbelasting apart herkenbaar.

Ontwikkeling van de geluidbelasting

Door de toegenomen mobiliteit, de uitbreiding van woonbebouwing, infrastructuur, transport- en industrieterreinen en door de 24-uurs economie neemt het gebied in Nederland waar het gedurende langere tijd relatief rustig is steeds verder af. Toch is het over het algemeen niet zo dat het de afgelopen decennia 'overal' lawaaiiger is geworden. Op veel woningen langs de rijksinfrastructuur (rijksverkeerswegen en spoorwegen) en rond luchthavens is de hoogte van de geluidbelasting zelfs afgenomen. Voor een deel is dit het gevolg van gericht beleid zoals bijvoorbeeld de plaatsing van geluidsschermen langs (spoor)wegen of door een verbod op het gebruik van zeer-lawaaiige vliegtuigen. Bovendien zijn met name vliegtuigen maar ook treinen en vrachtwagen nu stiller dan twintig jaar geleden. Dit is te danken aan het gebruik van nieuwe technologieën die voor een belangrijk deel zijn ontwikkeld om andere redenen dan vermindering van de geluidhinder. Hiertoe kan ook het geluidsreducerende effect van stil asfalt (ZOAB) worden gerekend.

Beleid

In de Wet geluidhinder uit 1978 gelden verschillende grenswaarden voor het geluid van weg- en railverkeer. Voor het geluid van het wegverkeer op rijkswegen geldt een grenswaarde van 65 dB(A). Als kwaliteitsdoelstelling bij nieuwe woningbouw wordt 50 dB(A) gebruikt.Het voorstel voor nieuwe geluidwetgeving, kortweg het MIG (Modernisering Instrumentarium Geluidbeleid) sluit aan op de doelstelling van het NMP4 (VROM, 2001) om uiterlijk in 2010 alle woningen met een geluidbelasting van 70 dB(A) te saneren. In het MIG wordt een grenswaarde voorgesteld van 70 dB(A).

Relevantie

Geluidhinder kan leiden tot hinder en gezondheidsklachten. Meer hierover is de vinden bij de effecten van blootstelling aan geluid in de woonomgeving.

Methodiek

De kaart toont de jaargemiddelde waarde voor de geluidbelasting uitgedrukt in dB(A) Letmaal. De Letmaal is een geluidmaat waarin rekening wordt gehouden met grotere hinderlijkheid van geluid tijdens de avond en nacht.

Referenties

  • Dassen, A.G.M., J. Jabben en P.H.M. Jansen (2001). Uitbouw en optimalisatie van het Landelijk Beeld van Verstoring; Partiële validatie en gevoeligheidsanalyse. RIVM (rapportnr. 725 401 001), Bilthoven.
  • RIVM (2002). Milieubalans 2002. Kluwer, Alphen aan den Rijn.
  • VROM (1997). Naar een landelijk beeld van verstoring. Publicatiereeks verstoring 1997-2. Ministerie van VROM, Den Haag.
  • VROM (2001). Nationaal Milieubeleidsplan 4. Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, Den Haag.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Geluidbelasting weg-, rail- en vliegverkeer in Nederland, 2001 (indicator 0296, versie 03 , 22 augustus 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.