Lokale leefomgeving

Blootstelling kinderen aan magnetische velden van hoogspanningslijnen, 2003

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Kinderen die in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen wonen, lopen mogelijk een verhoogd risico om leukemie te krijgen. In Nederland wonen ongeveer 18.000 kinderen dicht bij een hoogspanningslijn.

Mogelijk leukemie bij kinderen door wonen nabij hoogspanningslijnen

Buitenlands onderzoek wijst op een mogelijk verband tussen het wonen in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen en het optreden van leukemie bij kinderen. Het magnetische veld zou de oorzaak van dit mogelijk verhoogde risico kunnen zijn. Hoe blootstelling aan magnetische velden tot leukemie bij kinderen zou kunnen leiden, is echter niet bekend.
In gebieden waar de magnetische veldsterkte hoger is dan ergens tussen 0,2 en 0,5 microtesla is er mogelijk sprake van een verhoogd risico op kinderleukemie. Op grond van deze onderzoeken heeft IARC, het International Agency for Research on Cancer, een agentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie, de magnetische velden rond hoogspanningslijnen als 'mogelijk kankerverwekkend' gekwalificeerd.

Aantal kinderen dat nabij bovengrondse hoogspanningslijnen woont

Van de 3 miljoen Nederlandse kinderen wonen er ongeveer 18.000 in het gebied bij een hoogspanningslijn waar de sterkte van het magnetische veld hoger is dan 0,2 microtesla. Circa 10.000 kinderen worden blootgesteld aan veldsterkten hoger dan 0,4 microtesla.
Blootstelling aan magnetische velden rond hoogspanningslijnen in Nederland zou maximaal 0,5 van de 110 nieuwe gevallen van kinderleukemie per jaar kunnen verklaren (Van der Plas et al., 2001; Pruppers, 2003).

Invloed van de afstand tot de hoogspanningslijn op de blootstelling

De afstand waarop de veldsterkte van 0,4 microtesla wordt bereikt, is sterk afhankelijk van het type hoogspanningslijn en de stroom door de elektriciteitsdraden (Kelfkens et al., 2002).

  • Bij 50 kV-lijnen, de laagst voorkomende spanning van een bovengrondse hoogspanningslijn, is deze afstand tussen 25 en 40 m.
  • Voor 150 kV-lijnen, de meest voorkomende bovengrondse hoogspanningslijnen, is de afstand tussen de 35 en 80 m.
  • Bij 380 kV-lijnen, de hoogste spanning in Nederland, is deze afstand tussen de 100 en 200 m.


In een KEMA/RIVM-onderzoek naar mogelijkheden om het aantal blootgestelden te verminderen, is het aantal woningen in diverse zones rond hoogspanningslijnen berekend (Kelfkens et al., 2002) en zijn de ruimtelijke effecten en de kosten van technische maatregelen bepaald (Stuurman et al., 2002). Verder heeft RIVM in een aanvullend onderzoek geschat dat er de komende 25 jaar 10.000 nieuwbouwwoningen binnen de 0,4 microtesla contour bijgebouwd zullen worden. (Kelfkens et al., 2003).

Hoogspanningslijnen en overheidsbeleid

De VROM nota "Nuchter omgaan met risico's" is op 5 oktober 2004 in de Tweede Kamer behandeld (VROM, 2004; De Hollander en Hanemaaijer, 2003). In de nota is het beleidsdoel vastgelegd dat er zo weinig mogelijk nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Hierbij zullen maatschappelijke kosten en baten moeten worden meegewogen. Juist vanwege de doorgaans zeer hoge kosten van maatregelen in bestaande situaties en de huidige onzekerheden over de mogelijke gezondheidsrisico's heeft de Staatssecretaris daarbij aangegeven dat het in bestaande situaties in het algemeen niet in de rede ligt om maatregelen te treffen. (VROM, 2004).
Bij de uitwerking van het beleid worden alle belanghebbende partijen betrokken (VROM en Schuttelaar & Partners, 2004). In verband met de communicatie over het voorgenomen beleid, wordt er speciaal aandacht besteed aan het betrekken van burgers (VROM en Korbee & Hovelynck, 2004). De Staatssecretaris heeft het voornemen (situatie begin 2005) om op korte termijn gemeenten, provincies en de beheerders van hoogspanningslijnen te benaderen. Ze worden dan geadviseerd om door middel van zonering zo veel mogelijk te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van hoogspanningslijnen.

Referenties

  • De Hollander, A.E.M., A.H. Hanemaaijer (eds.) (2003). Nuchter omgaan met risico's. RIVM, rapportnr. 251701047. Bitlhoven.
  • Kelfkens, G., R.M.J. Pennders en M.J.M. Pruppers (2002). Woningen bij bovengrondse hoogspanningslijnen in Nederland. RIVM, rapportnr. 610 150 001, Bilthoven.
  • Kelfkens, G., R.M.J. Pennders en M.J.M. Pruppers (2003). Plannen voor nieuwbouwwoningen bij bovengrondse hoogspanningslijnen. RIVM, rapportnr. 610 150 004, Bilthoven.
  • Pruppers, M.J.M. (2003) Blootstelling aan extreem laag frequente elektromagnetische velden van hoogspanningslijnen - Herberekening naar aanleiding van het KEMA/RIVM-onderzoek naar de kosten en baten van maatregelen ter beperking van magnetische velden bij hoogspanningslijnen. RIVM Briefrapport 032/2003. Bilthoven.
  • Stuurman, C.S. en J.F.Van Wolven (2002) Kostenanalyse van de technische maatregelen ter beperking magnetische velden nabij bovengrondse hoogspanningslijnen (vooronderzoek). KEMA T&D Consulting, rapportnr. 40130074-TDC 02-25766A, Arnhem 2002.
  • Van der Plas, M., D.J.M. Houthuijs, A. Dusseldorp, R.M.J. Pennders en M.J.M. Pruppers (2001). Magnetische velden van hoogspanningslijnen en leukemie bij kinderen. RIVM rapportnr. 610 050 007, Bilthoven.
  • VROM (2004). Nota 'Nuchter omgaan met risico's - Beslissen met gevoel voor onzekerheden.' Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, Den Haag.
  • VROM en Korbee & Hovelynck (2004). Burgers over hoogspanningslijnen; een pilot. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, Den Haag.
  • VROM en Schuttelaar & Partners (2004). Beleidsalternatieven Hoogspanningslijnen Onderling Overlegd (BAHLOO). Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, Den Haag.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Blootstelling kinderen aan magnetische velden van hoogspanningslijnen, 2003 (indicator 0310, versie 05 , 5 oktober 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.