Lokale leefomgeving

Radonconcentratie in woningen, 1930-2000

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Ontwikkeling van Radon in woningen

In woningen gebouwd na 1980 is de radonconcentratie gemiddeld 50% hoger dan in woningen gebouwd voor 1970. De toename van de radonconcentratie binnenshuis wordt veroorzaakt doordat meer radon vrijkomt uit de huidige bouwmaterialen en doordat nieuwbouwwoningen tegenwoordig beter zijn geïsoleerd dan vroeger. Hierdoor wordt de lucht in woningen minder snel ververst.De gemiddelde totale stralingsbelasting wordt voor circa 30% bepaald door de edelgassen radon (222Rn) en thoron (220Rn). Thoron, een ander isotoop van het element radon, draagt in deze dosis voor circa 1/10 bij. Radon ontstaat uit radium dat van nature voorkomt in de bodem en in daaruit geproduceerde bouwmaterialen. Het kan loskomen (exhaleren) uit bodem en bouwmateriaal en zich binnenshuis in meer of mindere mate ophopen, afhankelijk van de luchtverversing. Ook de bouwmaterialen zelf veroorzaken door de daarin achtergebleven natuurlijke radioactiviteit een dosis door externe bestraling.

Beleid

De rijksoverheid heeft in het verleden het voornemen uitgesproken de gemiddelde radonconcentratie binnenshuis te handhaven op het niveau van 1994. Dit beleid is geconcretiseerd in de ontwikkeling van de stralingsprestatienorm (SPN). Deze stelt voor nieuwbouw een eis aan de maximale blootstelling van de bewoner aan straling door toegepaste bouwmaterialen en radonconcentratie. Hiermee zijn de doses door inhalatie van radonvervalproducten en de externe blootstelling aan radioactiviteit in bouwmaterialen gecombineerd. Het ligt in de bedoeling deze SPN in het bouwbesluit te integreren.

Relevantie

Via inademen van radon en vooral de, eveneens radioactieve, vervalproducten kunnen bewoners een stralingsdosis oplopen. Het belangrijkste gevolg van blootstelling aan radon is de ontwikkeling van longkanker. De gemiddelde individuele dosis ten gevolge van inhalatie van radonvervalproducten bedroeg in 2000 circa 700 µSv. Deze dosis komt overeen met een aantal sterfgevallen in Nederland van circa 800 op jaarbasis. De gemiddelde individuele dosis door externe bestraling vanuit bouwmaterialen bedroeg in 2000 circa 280 µSv. Deze dosis komt overeen met een aantal sterfgevallen in Nederland van circa 220 op jaarbasis.

Methodiek

In de figuur zijn de gemiddelde radonconcentratie voor het gehele woningbestand en de radonconcentratie in nieuwbouwwoningen per periode van tien jaar uitgezet. Het landelijke gemiddelde tot 1994 is gebaseerd op metingen. Voor de volgende jaren zijn schattingen gemaakt, ervan uitgaande dat in nieuwbouw dezelfde gemiddelde concentratie heerst als in woningen gebouwd in de laatste gemeten jaren. Doordat het percentage nieuwbouwwoningen toeneemt en er vooral bij de oudere bestaande bouw afbraak plaatsvindt, is er een lichte toename in de gemiddelde radonconcentratie over het gehele woningbestand.

Referenties

  • Blaauboer, R. (2001). Blootstelling van de Nederlandse bevolking aan externe straling vanuit de omgeving. NVS Nieuws 26(3): 29-33.
  • Janssen, M.P.M., L. de Vries, J.C. Phaff, E.R. van der Graaf, R.O. Blaauboer, P. Stoop en J. Lembrechts (1998). Modeling radon transport in Dutch dwellings. RIVM (rapportnr. 610 050 005), Bilthoven.
  • Lembrechts, J. (2001). Blootstelling van de Nederlandse bevolking aan radon. NVS Nieuws 26(3): 23-26
  • Stoop, P., P. Glastra, Y. Hiemstra, L. de Vries, J. Lembrechts (1998). Results of the second Dutch national survey on radon in dwellings. RIVM (rapportnr. 610 058 006), Bilthoven.

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Radonconcentratie in woningen, 1930-2000 (indicator 0312, versie 03 , 30 augustus 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.