Lokale leefomgeving

Radonconcentraties in woningen, 1930-2002

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

In woningen gebouwd na 1980 is de radonconcentratie gemiddeld 50% hoger dan in woningen van voor 1970. Door toevoeging van relatief 'radonrijke' nieuwbouwwoningen neemt de gemiddelde radonconcentratie in de woning sinds 1970 voortdurend toe tot circa 23 Bq/m³ in 2002.

Radonconcentratie in nieuwbouwwoningen toegenomen

Vanaf 1970 treedt een duidelijke toename van de radonconcentratie in nieuwbouwwoningen op, vergeleken met woningen die voor 1970 zijn gebouwd. De toename van de radonconcentratie binnenshuis wordt veroorzaakt doordat meer radon vrijkomt uit de huidige bouwmaterialen en doordat nieuwbouwwoningen steeds beter worden geïsoleerd. Hierdoor wordt de lucht in woningen minder vaak ververst. Radon ontstaat uit radium dat van nature voorkomt in de bodem. Ook uit bouwmaterialen die klei, zand of grind - en daarom ook radium - bevatten, kan radon vrijkomen.

Effecten van radon op de volksgezondheid

Voor een inwoner van Nederland bepalen de edelgassen radon (222Rn) en thoron (220Rn) ongeveer 30% van de jaarlijkse stralingsdosis. Thoron draagt aan deze dosis voor circa 1/10 deel bij. Bewoners worden blootgesteld via inademen van radonvervalproducten en door externe straling afkomstig van bouwmaterialen.

  • De gemiddelde individuele dosis door inademen van radonvervalproducten bedroeg in 2002 circa 700 microsievert. Deze dosis veroorzaakt in Nederland ongeveer 800 sterfgevallen per jaar.
  • De gemiddelde individuele dosis door uitwendige straling vanuit bouwmaterialen bedroeg in 2000 circa 280 microsievert. Deze dosis komt overeen met ongeveer 220 sterfgevallen in Nederland op jaarbasis.

Stralingsprestatienorm

Beleidsvoornemen van de rijksoverheid is de gemiddelde radonconcentratie binnenshuis te handhaven op het niveau van 1994. Hiervoor is de stralingsprestatienorm (SPN) ontwikkeld (zie bijvoorbeeld Van der Graaf et al., 2001). Deze legt voor nieuwbouwwoningen een maximum vast voor de blootstelling van de bewoner aan straling afkomstig van bouwmaterialen en radon. De SPN combineert de doses door inhalatie van radonvervalproducten en de externe blootstelling door radionucliden in bouwmaterialen. Het ligt in de bedoeling deze SPN in het bouwbesluit te integreren.

Toelichting bij de grafiek

Het landelijke gemiddelde tot 1994 is gebaseerd op metingen. Voor de volgende jaren zijn schattingen gemaakt, ervan uitgaande dat in nieuwbouw dezelfde gemiddelde concentratie heerst als in woningen gebouwd in de laatste gemeten jaren. Doordat het percentage relatief 'radonrijke' nieuwbouwwoningen toeneemt en er vooral bij de oudere bestaande bouw afbraak plaatsvindt, is er een lichte toename in de gemiddelde radonconcentratie over het gehele woningbestand.

Referenties

  • Stoop et al. (1998). P., Stoop, P., P. Glastra, Y. Hiemstra, L. de Vries, J. Lembrechts (1998). Results of the second Dutch national survey on radon in dwellings. RIVM rapportnr. 610 058 006, Bilthoven, 1998.
  • Van der Graaf, E.R., L.E.J.J. Schaap, G. Bosmans (2001). Radiation performance index for Dutch dwellings: consequences for some typical situations, The Science of The Total Environment 272(1-3): 151-158

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Radonconcentraties in woningen, 1930-2002 (indicator 0312, versie 04 , 3 oktober 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.