Compendium voor de Leefomgeving
462 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Gezondheid en milieu

Extra huidkankerrisico in Europa door toename UV-straling, 1980-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

De toename van de UV-straling kan op termijn in Nederland leiden tot 2000 extra gevallen van huidkanker per jaar. De UV-straling in Europa en Nederland neemt vooral toe als gevolg van de aantasting van de ozonlaag.

Extra huidkankerrisico door UV-straling in Nederland

Op basis van de gemiddelde UV-instraling in de periode 2000-2002, zal op termijn het jaarlijks aantal personen met huidkanker in Nederland met 100-150 per miljoen inwoners toenemen. In totaal gaat het om bijna 2000 extra gevallen ten opzichte van 1980. Van deze extra gevallen zullen naar schatting per jaar circa 30 tot 40 personen overlijden. De belangrijkste oorzaak voor de toename van UV-straling sinds 1980, is de aantasting van de ozonlaag.

Invloed van beleid op het extra huidkankerrisico in Nederland

Als de ozonlaag zich herstelt, zal in Nederland het extra aantal jaarlijkse gevallen van huidkanker door aantasting van de ozonlaag rond het midden van de 21e eeuw uitkomen op circa 1500 per jaar. In het Montreal Protocol zijn afspraken gemaakt om de productie en het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten te beperken of stop te zetten (UNEP, 1987-2000). Op termijn kan door dit beleid herstel van de ozonlaag optreden.

Extra huidkankerrisico in Europa

Het hoogste extra risico in Europa treedt op in de landen rond de Middellandse zee; het is daar ruim het dubbele van dat in Nederland.

Relatie tussen UV-straling en huidkanker

Huidkanker ontstaat doordat de UV-straling het DNA in de huidcellen beschadigt en doordat het UV de afweer onderdrukt. Na vele jaren blootstelling kunnen deze processen tot huidkanker leiden. Daarom leidt een toename in de UV-dosis niet meteen tot een toename van het aantal huidkankergevallen, maar pas na verloop van een aantal jaren. De risico's worden mede bepaald door de buiten doorgebrachte tijd (gedrag), waarbij vooral de uren met een hoge zonnestand bepalend zijn. Verder is bescherming zoals kleding of een anti-zonnebrandcremes van belang voor de risico's.

Toelichting bij de kaart

In de figuur staat het berekende aantal extra gevallen van huidkanker per jaar ten opzichte van 1980, als gevolg van de toename van de UV-instraling in de periode 1980-2001. Omdat jaarlijkse fluctuaties in de ozonlaag een groot effect hebben op de stralingsdosis is voor de berekeningen gemiddeld over driejaarlijkse perioden. Het gemiddelde voor 2000-2002 is daarbij toegekend aan 2001.De uitkomsten zijn van toepassing als de UV-instraling langdurig op het gemiddelde niveau van 2000-2002 blijft en het blootstellingsgedrag niet verandert. De kaart is berekend voor een bevolking met een gevoeligheid, leeftijdsopbouw en het gedrag van de Nederlandse bevolking. De verschillen in risico's op de kaart tussen Nederland en andere Europese landen hangen dus uitsluitend samen met de verschillen in lokale UV-doses.

Referenties

  • Den Outer (2003). Den Outer, P.N., Modelberekening met UVtrans en SEM voor Milieucompendium 2003. RIVM, 2003.

Relevante informatie

  • Meer informatie over UV-straling is te vinden op de website van het RIVM.
  • Informatie over het Nederlands beleid voor de ozonlaag staat op de website van het Ministerie van VROM.
  • UNEP: Veel gestelde vragen over de ozonlaag en gerelateerde milieueffecten.
  • Informatie over de actuele en toekomstige ontwikkelingen voor de ozonlaag zijn te vinden in de Milieubalans 2003 en de Milieuverkenning 2000-2030.
  • Kelfkens, G., A. Bregman, F.R. de Gruijl, J.C. van der Leun, A. Piquet, T. van Oijen, W.W.C. Gieskes, H. van Loveren, G.J.M. Velders, P. Martens and H. Slaper (2002). Ozone layer - climate change interactions: Influence on UV levels and UV related effects. ISBN 90 5851 079 4, Dutch National Research Programme on Global Air Pollution and climate change, Report 410 200 112.
  • Slaper, H., G.J.M. Velders, J.S. Daniel, F.R. de Gruijl and J.C. van der Leun (1996). Estimates of ozone and skin cancer incidence to examine the Vienna Convention achievements. Nature, Vol. 384, 256-258.
  • Slaper, H., G.J.M. Velders and J. Matthijssen (1998). Ozone depletion and skin cancer incidence: a source risk approach. Journal of Hazardous Materials 61, 77-84.
  • Slaper, H., J. Matthijsen, P. N. den Outer and G. J. M. Velders (2001). Climatology of Ultraviolet Budgets using Earth Observation (CUBEO): mapping UV from the perspective of risk assessments, BCRS USP-2 report 00-17, ISBN 90 54 11 32 6.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2003). Extra huidkankerrisico in Europa door toename UV-straling, 1980-2001 (indicator 0345, versie 04 , 3 oktober 2003 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.