Afval

Stortplaatsen, aantal en capaciteit, 1991-2004

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

Het milieubeleid is gericht op het terugdringen van het storten van afval. Het aantal stortplaatsen en de hoeveelheid gestort afval is dan ook sterk afgenomen.

  Aantal Gestort Rest- Capaciteit in
      capaciteit procedure1)
       
  absoluut miljard kg miljoen m3  
         
1991 90 . . .
1992 72 13,3 65,7 78,0
1993 69 13,0 82,3 46,4
1994 56 12,2 83,9 41,8
1995 46 9,8 80,0 28,1
         
1996 47 8,5 76,0 17,1
1997 44 7,4 73,9 14,2
1998 41 7,1 69,4 6,7
1999 38 7,6 63,9 6,7
2000 36 6,5 58,4 21,9
         
2001 33 6,5 56,5 16,2
2002 31 5,2 54,2 16,9
2003 31 4,8 51,0 17,2
2004 29 3,3 49,2 12,9
         
Bron: WAR CBS/MNC/sep05/0393
1) Capaciteit van nieuwe en onderdelen van bestaande stortplaatsen, waarvoor een vergunningaanvraag is ingediend.

Afname van aantal stortplaatsen

Het aantal stortplaatsen is in 10 jaar tijd sterk afgenomen. Oorzaken daarvan zijn zowel het beleid om het storten van afvalstoffen te minimaliseren, het moratorium op nieuwe stortcapaciteit, het aanscherpen van milieueisen, planologische problemen en natuurlijk de afname van de hoeveelheid afval dat resteert voor storten.

Afname hoeveelheid gestort afval

De hoeveelheid gestort afval is nog slechts 25% van de hoeveelheid die aan het begin van de jaren negentig nog werd gestort. De verwachting is dat deze afname ook in de toekomst zich zal doorzetten.
In de cijfers is geen rekening gehouden met de hoeveelheid afval die gestort is op eigen terrein. Die afname is nog veel groter dan bij het reguliere storten. In het begin van de jaren negentig werd nog ruim 2 miljard kilogram op eigen terrein gestort. Dit is inmiddels afgenomen tot circa 60 miljoen kilogram in 2004.

Beleid

Het terugdringen van de hoeveelheid gestort afval is al lang een speerpunt van het afvalstoffenbeleid in Nederland. Om het storten terug te dringen zijn veel maatregelen ingezet, variërend van het bevorderen van preventie en hergebruik en het vergroten van de verbrandingscapaciteit tot het uitvaardigen van stortverboden en het instellen van een stortbelasting voor herbruikbaar of brandbaar afval.
In het Landelijk afvalbeheerplan (LAP), dat sinds begin 2003 van kracht is, is ingezet op een verdere reductie van de hoeveelheid te storten afval tot 2 miljard kilogram onbrandbaar afval in 2012. Om dit te bereiken wordt onder meer gestreefd naar een optimale benutting van de energie-inhoud van afval dat niet kan worden hergebruikt. Dit kan worden gerealiseerd door de inzet van door nascheiding verkregen hoogcalorisch afval in installaties met een hoog energetisch rendement.

Referenties

  • WAR (2005). Afvalverwerking in Nederland, gegevens 2004. Werkgroep Afvalregistratie, Utrecht.

Relevante informatie

Technische toelichting

Technische toelichting

In bovenstaande tabel vindt u onder meer informatie over de totale hoeveelheid gestort afval. Deze cijfers zijn inclusief verontreinigde grond en baggerspecie. Dit totaal wijkt af van het totaal in de Afvalproductie en wijze van verwerking, 1985-2018. De beleidsindicator gaat uit van de netto hoeveelheid gestort afval. Netto betekent exclusief nuttige toepassing op stortplaatsen, verontreinigde grond en baggerspecie. Voor het inschatten van de (rest)capaciteit van stortplaatsen zijn deze afvalstromen wel van belang.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Stortplaatsen, aantal en capaciteit, 1991-2004 (indicator 0393, versie 05 , 19 september 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.