Afval

Composteerinstallaties voor huishoudelijk GFT-afval, 1989-2001

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.
  Aantal Vergunde Totaal w.v.   Afgezet Residu
  installaties capaciteit composteer- in Gecompos- aan  
      baar afval restafval teerd/ compost  
          vergist    
 
  absoluut miljoen kg
 
1989 3 . 2 355 2 320 35 . .
1990 4 . 2 470 2 385 85 . .
1991 4 . 2 725 2 405 320 . 40
1992 7 620 2 790 2 170 620 . 60
1993 12 908 2 595 1 715 880 310 205
1994 24 1 500 2 640 1 420 1 220 >310 140
 
1995 23 1 650 2 790 1 340 1 450 >475 180
1996 23 1 460 2 675 1 215 1 460 480 170
1997 25 1 590 2 830 1 300 1 530 540 180
1998 24 1 600 2 870 1 380 1 490 470 105
1999 25 1 760 2 820 1 380 1 440 610 95
2000 25 1 790 2 750 1 280 1 470 580 90
2001 25 1 705 2 870 1 460 1 410 650 85
 
Bron: WAR; CBS; RIVM. RIVM/MC/okt02

Ontwikkeling compostering GFT-afval

Sinds eind jaren tachtig zijn gemeenten aangespoord (later verplicht) groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) bij huishoudens gescheiden in te zamelen. Na de invoering van de afvalscheiding bij huishoudens hebben provincies en gemeenten in een aantal jaren gezorgd voor voldoende verwerkingscapaciteit. Hierdoor kon in de eerste helft van de jaren negentig het gescheiden inzamelen en composteren van GFT een hoge vlucht nemen. Vanaf 1995 is er sprake van een stabilisatie. Beide ontwikkelingen worden weerspiegeld in de Samenstelling van huishoudelijk restafval, 1940-2018. Bij het composteren ontstaat een residu dat grotendeels wordt gestort.De tabel heeft betrekking op composteerinstallaties die bestemd zijn voor de verwerking van GFT. Er zijn ook composteerinstallaties waarin ander composteerbaar afval wordt verwerkt.

Beleid

In januari 2002 is het Stimuleringsprogramma afvalscheiding en afvalpreventie van huishoudelijk afval vastgesteld door het Afval Overlegorgaan. Door projecten op het gebied van facilitering, monitoring, benchmarking en communicatie wordt via dit programma een nieuwe impuls gegeven aan onder meer de gescheiden inzameling van GFT-afval.

Referenties

  • CBS (2002). Statline. Gemeentelijke afvalstoffen; hoeveelheden. Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen.
  • RIVM (2002). Onderzoek naar de fysische samenstelling van het Nederlandse huishoudelijke afval, 2000 en 2001. RIVM, Bilthoven.
  • WAR (2002). Afvalverwerking in Nederland. Werkgroep Afvalregistratie, Utrecht.

Relevante informatie

  • Meer informatie over afvalverbrandingsinstallaties is te vinden bij de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV). De VVAV behartigt de belangen van de exploitanten van composteerbedrijven, afvalverbrandingsinstallaties, stortplaatsen en van bewerkers van afvalstoffen, bij de groei naar één Europese afvalmarkt.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2002). Composteerinstallaties voor huishoudelijk GFT-afval, 1989-2001 (indicator 0395, versie 03 , 23 september 2002 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.