Emissie naar lucht, water en bodem

Emissie broeikasgassen in Europa, 1990 - 2018

In 2018 zijn de emissies van broeikasgassen (exclusief landgebruik, wijzigingen in landgebruik en bosbouw) in de Europese Unie (EU28) met 25% afgenomen t.o.v. 1990. De emissies zijn in 2018 met 2.3% gedaald t.o.v. 2017 ondanks een toename van het bruto binnenlands product van de Europese Unie van 2% in die zelfde periode.

Uitstoot broeikasgassen in Europa met 25% gedaald sinds 1990

Jaarlijks worden door de Europese Unie (EU28) en de afzonderlijke deelstaten broeikasgasemissierapportages aan het secretariaat van de United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) aangeleverd (UNFCC 2020). Het Verenigd Koninkrijk heeft de Europese Unie per 1 januari 2021 definitief verlaten maar blijft gebonden aan de afspraken die zijn gemaakt m.b.t. de tweede periode van het Kytoprotocol (Europese Commissies, 2019).
Ondanks een gestage groei van het bruto binnenlands product van de EU28 van 60% sinds 1990 is de uitstoot van broeikasgassen met 25% gedaald (exclusief landgebruik, wijzigingen in landgebruik en bosbouw). Meerdere factoren liggen hieraan ten grondslag zoals de groei van het aandeel hernieuwbare energie, een verschuiving in het gebruik van fossiele brandstoffen van kolen naar gas, en een toename van de energie-efficiëntie. Dit alles heeft onder andere geresulteerd in een lagere koolstofintensiteit bij de opwekking van elektriciteit.

Grootste afname van broeikasgasemissies in Europa bij de elektriciteits- en warmteproductie en in de industrie

In het merendeel van de economische sectoren zijn de emissies afgenomen met uitzondering van de sector mobiliteit (inclusief internationaal transport door de lucht en over zee). Ook bij het koelen van producten en airconditioning zijn de daaraan gerelateerde emissies toegenomen. De grootste afname van broeikasgasemissies in Europa heeft plaatsgevonden bij de elektriciteits- en warmteproductie en in de industrie. De industriële emissies zijn mede gedaald door een verbetering van de energie-efficiency. Ook structurele veranderingen in de economie hebben een rol gespeeld, bijvoorbeeld door een afname van het aandeel energie intensieve activiteiten en een groter aandeel van de dienstensector. Daarnaast hebben de huishoudens minder broeikasgassen uitgestoten. Tevens is het gebruik van biomassa voor energietoepassingen in de Europese Unie toegenomen, wat ook heeft bijgedragen aan de afname van broeikasgasemissies.De uitstoot van broeikasgassen in Europa is met name afgenomen door een reductie van de CO2-emissies met 1034 Mton CO2 sinds 1990. Ook is de uitstoot van CH4 en N2O afgenomen, vooral door de afbouw van mijnbouwactiviteiten, een verkleining van de veestapel en beter management van stortplaatsen en landgebruik. Daarnaast zijn in de industrie reducties gerealiseerd van de uitstoot van N2O bij de productie van salpeter- en adipinezuur.

Broeikasgasemissies meeste gedaald in de Centraal- en Oost-Europese lidstaten en het Verenigd Koninkrijk

De meeste landen in de Europese Unie hebben een bijdrage geleverd aan de reductie van broeikasgassen sinds 1990 (zie figuur Verandering broeikasgasemissies). Het meest zijn deze gedaald in de Centraal- en Oost-Europese lidstaten en het Verenigd Koninkrijk. In enkele zuidelijke lidstaten namen de emissies juist toe.
De emissies zijn in 2018 met 2,3% gedaald t.o.v. 2017, ondanks een toename van het BBP van de Europese Unie met 2% in diezelfde periode. De broeikasgasemissies zijn in 2018 met 98,7 Mton CO2-equivalent afgenomen t.o.v. 2017. Die reductie werd met name gerealiseerd in Duitsland en Frankrijk die voor de helft (54,6 Mton CO2-equivalent) hebben bijgedragen.
In 2018 leverden Duitsland (20,3%), het Verenigd Koninkrijk (10,9%), Frankrijk (10,5%), Italië (10,1%), Polen (9,8%) en Spanje (7,9%) de grootste bijdragen aan de Europese broeikasgasemissies. Samen zijn die landen verantwoordelijk voor bijna 70% van het Europese totaal. Nederland draagt in 2018 voor 4.5% bij aan het Europese totaal van broeikasgasemissies.

De emissies van de broeikasgassen koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), lachgas (N2O) en de fluorhoudende gassen (F-gassen) zijn onderdeel van het Klimaatverdrag en het Kyotoprotocol van de Verenigde Naties. Deze verdragen hebben als doel het vroegtijdig beperken van menselijke beïnvloeding van het klimaat door het stabiliseren van de concentraties van broeikasgassen in de atmosfeer.

Referenties

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Broeikasgasemissies Europa (EU-27) en het Verenigd Koninkrijk.

Omschrijving

Emissies van broeikasgassen in Europa van alle lidstaten van de Europese Unie (EU-27), inclusief het Verenigd Koninkrijk. Emissies zijn exclusief temperatuurcorrectie, CO2 van verbranding van biomassa, verandering landgebruik en bos (LULUCF) en internationale bunkers.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor Leefomgeving, Data van het Europees Milieuagentschap (Engels: European Environment Agency, EEA)

Berekeningswijze

De EU-lidstaten inclusief het Verenigd Koninkrijk leveren jaarlijks de landelijke emissie-inventarisatie aan bij de Europese Unie. De totale emissie van broeikasgassen is de directe som van de 28 landelijke inventarisaties. De omvang van de broeikasgasemissies wordt vastgesteld volgens de voorschriften van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). De emissie van koolstofdioxide is de werkelijke jaarlijkse uitstoot - dus niet temperatuurgecorrigeerd - en is exclusief CO2 van verbranding van biomassa, verandering landgebruik en bos (LULUCF). Internationale emissies van lucht- en scheepsvaart worden ook door EU-landen gerapporteerd. Dit gebeurt weliswaar volgens het IPCC-richtsnoer, maar dan als een aparte categorie die niet tot het EU totaal gerekend wordt en deze emissies worden niet gereguleerd in het Kyoto Protocol. Verschillen tussen CO2-emissie totalen verklaard, 1990-2019

Basistabel

EEA (2020) National emissions reported to the UNFCCC and to the EU Greenhouse Gas Monitoring Mechanism, European Environment Agecny, Kopenhagen.https://www.eea.europa.eu/data-and-maps/data/national-emissions-reported-to-the-unfccc-and-to-the-eu-greenhouse-gas-monitoring-mechanism-16

Geografisch verdeling

Landen van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks in april (definitieve cijfers)

Betrouwbaarheidscodering

Voor informatie over onzekerheden, zie paragraaf 1.6 in EEA (2020). Annual European Union greenhouse gas inventory 1990-2018 and inventory report 2020. EEA, Kopenhagen.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2021). Emissie broeikasgassen in Europa, 1990 - 2018 (indicator 0434, versie 13 , 7 april 2021 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.