Luchtkwaliteit

Deeltjesvormige luchtverontreiniging: bronnen, effecten en beleid

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Tot deeltjesvormige luchtverontreiniging behoren fijn stof (PM10), benzo[a]pyreen en zware metalen. Zij bedreigen de volksgezondheid bij te hoge concentraties in lucht. In grote delen van Nederland overschrijden daggemiddelde concentraties van PM10 de norm.

Wat is deeltjesvormige luchtverontreiniging?

Naast gassen komen er ook deeltjes voor in de lucht waarvan gezondheidseffecten inmiddels bekend zijn. De deeltjes verschillen in grootte en samenstelling. De deeltjes in de atmosfeer die zo klein zijn dat ze door de mens kunnen worden ingeademd blijken een diameter te hebben van ongeveer 10 µm en kleiner. De relevante meetgrootheid voor fijn stof, PM10, is hierop geënt. PM staat voor particulate matter en 10 voor de hiervoor genoemde deeltjes diameter. Eenmaal geïnhaleerd kunnen deeltjes (negatieve) effecten hebben op de gezondheid. Naast fijn stof zijn er een aantal andere stoffen die op deeltjes, in de lucht voorkomen zoals benzo[a]pyreen en sommige zware metalen.

Fijn stof ingedeeld naar oorsprong

Fijn stof is een verzamelterm. Het bestaat uit een scala van stoffen die op verschillende wijze in de buitenlucht terechtkomen. Op basis hiervan wordt - vooral met het oog op beleid - een primaire en een secundaire fractie onderscheiden:

  • De primaire fractie bestaat uit deeltjes die direct door menselijk handelen en/of natuurlijke processen in de lucht worden gebracht. De belangrijkste door mensen veroorzaakte uitstoot komt van transport, industrie en landbouw. In kustgebieden vormt de zee een belangrijke natuurlijke bron voor fijn stof in de vorm van zeezout deeltjes. Ook opwaaiend bodemstof is vaak van natuurlijke oorsprong.
  • De secundaire fractie bestaat uit deeltjes die in de atmosfeer worden gevormd na chemische reacties in de lucht. Hierbij spelen zowel gassen als reeds aanwezige deeltjes een rol. Ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en vluchtige organische koolwaterstoffen (VOS) zijn bij de reacties de belangrijkste gassen.

Gezondheidseffecten van fijn stof

Fijn stof dat door de mens wordt ingeademd kan gezondheidseffecten veroorzaken. Voor het jaar 2000 zijn naar schatting 1700 vroegtijdige sterfgevallen in verband te brengen met luchtverontreiniging door fijn stof. Dit treedt eigenlijk alleen op bij personen met een zeer zwakke gezondheid. Minder ernstige effecten zoals luchtwegklachten kunnen bij grotere groepen mensen optreden.Hoe fijn stof gezondheidseffecten veroorzaakt is nog onbekend. De chemische samenstelling en deeltjesgrootteverdeling van fijn stof verschilt soms sterk van plek tot plek en kan ook in de tijd variëren. Voor de gezondheidseffecten kan echter nog geen bestanddeel volledig worden uitgesloten. Sommige bestanddelen van fijn stof lijken van groter belang voor gezondheidseffecten te zijn dan andere fracties. Zo zijn de bestandelen die gerelateerd zijn aan verbrandingsprocessen waarschijnlijk gezondheidsrelevanter dan bestanddelen als zeezout, anorganisch secundair fijn stof en bodemstof.

Beleid luchtkwaliteit fijn stof

De normen voor fijn stof staan in het Besluit luchtkwaliteit. Deze normen zijn overgenomen uit de Europese richtlijn voor fijn stof. Vanaf 1 januari 2005 moet aan de volgende twee normen worden voldaan.

  • De norm voor kortdurende blootstelling van de bevolking betreft een grenswaarde van 50 µg/m3 voor daggemiddelde fijnstofconcentraties. Deze grenswaarde mag niet vaker dan 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden.
  • De norm voor langdurige blootstelling van de bevolking is een grenswaarde van 40 µg/m3 voor jaargemiddelde fijnstofconcentraties.

Vanaf 1 januari 2010 gaan nog strengere grenswaarden gelden. In de huidige richtlijn wordt uitgegaan van 50 µg/m3 voor daggemiddelde fijnstofconcentraties, die niet vaker dan zeven dagen per kalenderjaar mag worden overschreden. Voor de jaargemiddelde fijnstofconcentraties wordt een grenswaarde van 20 µg/m3 genoemd. De haalbaarheid en mogelijke aanpassing van deze 2010-grenswaarden worden in EU-kader verder onderzocht en uitgewerkt.

Nog geen emissiedoelen voor primair fijn stof

Op dit moment zijn er noch in EU-kader, noch op nationaal niveau afspraken gemaakt om emissiedoelen voor primair fijn stof vast te stellen. Wel wordt secundair PM10 bestreden via de verplichte emissiedoelstellingen voor ammoniak, stikstofoxiden, zwaveldioxide en vluchtige organische koolwaterstoffen zoals die zijn geformuleerd in het kader van de Europese richtlijn voor nationale emissieplafonds (EU 2001, UNECE, 1999; VROM 2001). Het huidige beleid dat leidt tot bestrijding van primair fijn stof bestaat uit een Europees en een nationaal deel.

  • De EU emissienormstelling voor wegverkeer. Hierdoor is de uitstoot van primair fijn stof door het wegverkeer met 45% afgenomen sinds 1990 ondanks een groei van het wegverkeer met 30%.
  • Het nationale beleid voor primair fijn stof bestrijding wordt gevormd door lokale milieuvergunningen en de normen die aan installaties worden gesteld via Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES) en de Nederlandse Emissie Richtlijn (NER). Door dit beleid zijn de fijnstofemissies bij bedrijven in Nederland met 60% gedaald sinds 1990.

Referenties

Relevante informatie

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2005). Deeltjesvormige luchtverontreiniging: bronnen, effecten en beleid (indicator 0474, versie 01 , 3 februari 2005 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.