Compendium voor de Leefomgeving
494 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Energie en milieu

Duurzame elektriciteit, 1990-2007

U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link bekijken.

De productie van duurzame elektriciteit is gedaald van 6,5 procent van het binnenlands elektriciteitsverbruik in 2006 naar 6,0 procent in 2007. Deze daling komt door een forse afname bij het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. De productie van windenergie groeide daarentegen sterk.

    1990 1995 2000 2005 2006 2007
               
    % van het totale elektriciteitsverbruik  
Totaal binnenlandse productie 0,92 1,37 2,55 6,13 6,54 6,04
Waterkracht 0,11 0,10 0,14 0,08 0,09 0,09
Windenergie 0,07 0,36 0,79 1,81 2,35 2,90
Zonnestroom 0,00 0,00 0,01 0,03 0,03 0,03
Biomassa totaal 0,74 0,91 1,61 4,22 4,06 3,01
w.v. Afvalverbrandingsinstallaties 0,59 0,60 0,96 0,87 0,89 0,94
  Bij- en meestook biomassa in centrales - 0,00 0,19 2,89 2,67 1,44
Overige biomassaverbranding 0,04 0,04 0,21 0,21 0,20 0,21
Biogas 0,11 0,27 0,27 0,25 0,30 0,41
  w.v. Uit stortplaatsen 0,02 0,15 0,15 0,11 0,11 0,09
    Uit rioolwaterzuiveringsinstallaties 0,08 0,11 0,10 0,10 0,11 0,12
    Op landbouwbedrijven 0,00 0,00 0,00 0,01 0,05 0,15
    Overig 0,01 0,01 0,02 0,03 0,04 0,05
                 
      % van het totale elektriciteitsverbruik  
Totaal import (groene stroom certificaten) . . . 8,56 7,85 10,36
w.v. Waterkracht . . . 7,26 6,62 9,02
  Windenergie . . . 0,00 - 0,12
  Zonnestroom . . . - - -
  Biomassa . . . 1,29 1,23 1,22
               
Bron: CBS. CBS/MNC/dec08/0517
NB. In vergelijking met de vorige versie van deze indicator gaat het bij de gegevens 2007 om definitieve cijfers.

Meestoken van biomassa gehalveerd

Eén van de belangrijkste productiebronnen van duurzame elektriciteit is het meestoken van biomassa in elektriciteitscentrales. Dit is in 2007 bijna gehalveerd ten opzichte van een jaar eerder. Een reden hiervoor kan zijn de verandering in de subsidietarieven per 1 juli 2006. In de periode 2003-2005 verviervoudigde het meestoken nog.

Windenergie groeit verder

De elektriciteitsproductie uit windenergie is in 2007 met een kwart gestegen en is daarmee verantwoordelijk voor de helft van de duurzame elektriciteitsproductie. Windenergie is nu de belangrijkste bron van duurzame elektriciteit.

Meer groene stroom uit buitenland

Naast de eigen productie van duurzame elektriciteit, importeert Nederland groene stroom. In 2007 ging het in totaal om 10,4 procent van het Nederlandse elektriciteitsverbruik. Dat is een derde meer dan in 2006. Deze stijging werd veroorzaakt door de gestegen binnenlandse vraag naar groene stroom, de daling van de binnenlandse productie en de gestegen voorraden van groene stroomcertificaten.

Beleidsdoelstelling

De doelstelling van de Nederlandse overheid is 9 procent duurzame elektriciteit in 2010 (EZ, 2005). Deze doelstelling vloeit voort uit de Europese Richtlijn over duurzame elektriciteit (Richtlijn 2001/77/EG). Het gaat hierbij om een percentage van het verbruik van elektriciteit. Daarbij is later expliciet vastgesteld dat geïmporteerde groene stroom alleen mag meetellen, indien het exporterende land daarmee instemt en de verhandelde groene stroom niet meer meetelt voor het eigen land (Europese Commissie, 2004). Op dit moment heeft Nederland dergelijke bilaterale afspraken nog niet gemaakt. In de praktijk komt het er dus op neer dat voor de berekening van het percentage duurzame elektriciteit de binnenlandse duurzame elektriciteitsproductie wordt gedeeld door het binnenlandse elektriciteitsverbruik.

Duurzaamheid biomassa

De duurzaamheid van verschillende soorten van biomassa is onderwerp van maatschappelijk debat. Vooralsnog tellen alle vormen van biomassa mee bij de duurzame elektriciteit, omdat er op dit moment nog geen algemeen geaccepteerde en operationele criteria zijn om de duurzaamheid van biomassa te beoordelen. De overheid is momenteel wel bezig om dergelijke criteria te ontwerpen (VROM, 2007). Ook in de internationale energiestatistieken wordt geen onderscheid gemaakt tussen duurzame en niet duurzame biomassa.

Subsidies

De belangrijkste subsidieregeling voor duurzame elektriciteit is de MEP (Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie). Via de MEP krijgen producenten van duurzame elektriciteit een toeslag op de geleverde stroom. Deze subsidie is gebaseerd op het verwachte verschil in de kostprijs tussen gewone elektriciteit en duurzame elektriciteit. De MEP is stopgezet voor nieuwe projecten in augustus 2006. Voor bestaande projecten loopt de MEP gewoon door. Momenteel werkt het Ministerie van Economische Zaken aan een nieuwe subsidieregeling voor onder andere duurzame elektriciteit: de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE). Deze is in het voorjaar van 2008 opengesteld voor nieuwe projecten.

Referenties

Relevante informatie

  • Meer informatie over duurzame energie is te vinden in de databank StatLine van het CBS.

Technische toelichting

Naam van het gegeven

Duurzame elektriciteit

Omschrijving

Binnenlandse productie en import van duurzame elektriciteit naar bron. De productie en import worden uitgedrukt als percentage van het totale binnenlandse elektriciteitsverbruik.

Verantwoordelijk instituut

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Berekeningswijze

Het percentage binnenlandse duurzame elektriciteitproductie is berekend door de netto duurzame elektriciteitsproductie te delen door het netto elektriciteitsverbruik (inclusief netverliezen, exclusief het gebruik voor elektriciteitsproductie). Het percentage import van duurzame elektriciteit is berekend door de hoeveelheid geïmporteerde duurzame stroomcertificaten te delen door het netto binnenlandse elektriciteitsverbruik. Tot en met het verslagjaar 2003 was het gebruikelijk om bij rapportages over duurzame energie uit te gaan van de fysieke import waarvoor een groencertificaat is verkregen. Met de introductie van het nieuwe certificatensysteem "Garanties van Oorsprong" is de noodzakelijke koppeling tussen fysieke import en import van certificaten vervallen. Sinds 1 januari 2004 telt, bij de import van certificaten, het moment dat het certificaat in Nederland geldig wordt. De periode tussen het geldig worden van het certificaat en de daadwerkelijke productie kan variëren, maar is meestal één tot drie maanden. Dit verklaart waarom de import van certificaten afwijkt van de fysieke import. De principiële uitgangspunten van de berekeningswijze staan in het Protocol Monitoring Duurzame Energie (SenterNovem, 2006). Een nadere toelichting op de praktische invulling is te vinden in het rapport Duurzame energie in Nederland 2007 (CBS, 2008c) en de onderzoeksbeschrijving Duurzame energie (CBS, 2007).

Basistabel

StatLine: Duurzame elektriciteit; binnenlandse productie en import (CBS, 2008 a). Een uitgebreidere toelichting bij de ontwikkelingen is te vinden in het rapport Duurzame energie in Nederland 2007 (CBS, 2008c).

Geografisch verdeling

Nederland.

Andere variabelen

- Binnenlandse elektriciteitsproductie per bron/techniek;- Aandeel duurzame elektriciteitsproductie in het totaal elektriciteitsverbruik per bron/techniek;- Import duurzame elektriciteit per bron/techniek (in certificaten, in GWh); - Aandeel invoer duurzame elektriciteit in totale elektriciteitsverbruik per bron/techniek.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks.

Achtergrondliteratuur

Duurzame energie in Nederland 2007 (CBS, 2008c)Duurzame energie (CBS, 2007)Productie duurzame electriciteit gedaald in 2007 (CBS, 2008b)Protocol Monitoring Duurzame Energie (SenterNovem, 2006)

Betrouwbaarheidscodering

A (integrale enquête)

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2008). Duurzame elektriciteit, 1990-2007 (indicator 0517, versie 09 , 2 december 2008 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.