Compendium voor de Leefomgeving
473 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Emissie naar lucht, water en bodem

CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS, 2005-2018

De circa 430 Nederlandse bedrijven die aan het Europese emissiehandelssysteem (EU ETS) deelnemen, hebben in 2018 in totaal 87,4 Mton CO2-equivalenten uitgestoten. Dit is een daling van 4,4 procent ten opzichte van 2017

CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS met 4,4 procent gedaald

De circa 430 Nederlandse bedrijven die aan het EU ETS deelnemen, hebben in 2018 in totaal 87,4 Mton CO2 uitgestoten. Dit is 4,4 procent minder dan in 2017 en 10 procent minder dan in 2005 (inclusief scope correctie). De uitstoot binnen het EU ETS in Europa laat in deze periode een sterkere daling zien van 29 procent. De Europese doelstelling voor het ETS is om in 2020 een reductie in de uitstoot van broeikasgassen te behalen van 21 procent. De EU lijkt dit doel dus ruim te gaan halen. De reductie van 10 procent in Nederland ligt daarmee wel lager dan het Europese percentage.
In de derde fase van het EU ETS (2013-2020) valt circa 45 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot onder dit systeem. Dit is een stijging van ongeveer 5 procent ten opzichte van de tweede fase (2008-2012). De stijging is grotendeels het gevolg van de ongeveer 80 bedrijven die door de nieuwe reikwijdte deelnemen aan het EU ETS. Een groter deel van de industrie is hierdoor verantwoordelijk geworden voor het compenseren van de eigen uitstoot.
Voor informatie over de totale Nederlandse CO2-uitstoot en de CO2-uitstoot van de niet-ETS sectoren, zie:

81 procent CO2-uitstoot afkomstig van 10 procent deelnemende bedrijven.

Net als voorgaande jaren blijkt dat een groot deel van de CO2-uitstoot in het EU ETS in Nederland veroorzaakt wordt door een klein deel van de deelnemende bedrijven.
Uit de cijfers blijkt dat 81 procent van de uitstoot afkomstig van 10 procent van de bedrijven die aan dit systeem deelnemen. Deze bedrijven zijn met name afkomstig uit de energiesector en chemische sector, maar daarnaast ook uit sectoren als de vervaardiging van geraffineerde aardolieproducten en de vervaardiging van metalen in primaire vorm.
De resterende 19 procent van de CO2-uitstoot is afkomstig van 90 procent van de deelnemende bedrijven. Deze bedrijven zijn met name afkomstig uit de sectoren: asfalt, steenindustrie, voedingsindustrie en glastuinbouw. Ook kleine inrichtingen uit de elektriciteitssector, zoals warmtekrachtcentrales en hulpwarmtecentrales, vallen hieronder.

Daling uitstoot ETS vooral veroorzaakt door sluiten kolencentrales

De Nederlandse bedrijven uit de vier grootste bedrijfssectoren binnen het EU ETS stootten in 2018 gezamenlijk 80,4 Mton aan CO2 uit. De uitstoot in de grootste bedrijfssector energie (Productie en distributie van elektriciteit, gas, stroom en gekoelde lucht) was 44,4 Mton in 2018. Dit is 50,8 procent van het totaal in het EU ETS in Nederland. In 2017 was de uitstoot in deze sector nog 47,5 Mton, een daling van 6,6 procent.
De CO2-uitstoot van de energiesector is sinds 2013 eerst gestegen, maar sinds 2016 daalt deze. Dit komt door het openen van nieuwe kolencentrales en vervolgens het sluiten van oude kolencentrales. De uitstoot in de andere drie grootste bedrijfssectoren (Chemie, Aardolieproducten en Metalen) is in 2018 licht gedaald met 1,4 procent. Ten opzichte van 2013 is de uitstoot in deze drie sectoren echter niet gedaald.

Aantal gratis toegewezen emissierechten daalt sinds 2013

Nederlandse ETS bedrijven hebben in 2018 43 miljoen gratis emissierechten toegewezen gekregen. Omdat een ton CO2 met een recht gecompenseerd kan worden, betekent dit dat ongeveer 50 procent van de uitstoot in 2018 niet gecompenseerd kon worden door emissierechten die voor dat jaar gratis zijn verstrekt. De overige rechten moeten worden aangekocht op de veiling of op de secundaire markt. Dit aandeel groeit, omdat het aantal gratis toegewezen emissierechten sinds 2013 terugloopt als gevolg van de aanscherping van het Europese emissieplafond. De prijs van emissierechten op de veiling nam in 2018 sterk toe van 8 Euro naar ruim 20 Euro aan het eind van het jaar.

Welke broeikasgassen vallen onder het EU ETS?

Naast CO2 vallen ook N2O en PFK onder het EU ETS. De uitstoot van deze laatste twee broeikasgassen in Nederland is met 0,3 procent van de totale uitstoot echter zeer beperkt. Bedrijven rapporteren hun N2O- en PKF-uitstoot in CO2-equivalenten bij de NEa.

Referenties

Relevante informatie

Technische toelichting

Naam van het gegeven

CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS

Omschrijving

CO2-uitstoot van circa 430 Nederlandse bedrijven die aan het Europese emissiehandelssysteem deelnemen. Toewijzing van gratis emissierechten aan de Nederlandse bedrijven.

Verantwoordelijk instituut

Nederlandse Emissieautoriteit (NEa)

Berekeningswijze

De emissiecijfers komen uit de emissieverslagen die de bedrijven jaarlijks bij de NEa indienen. De toewijzingcijfers zijn afkomstig uit het Nationaal toewijzingsbesluit broeikasgasemissierechten 2013-2020.

Basistabel

Zowel de emissiecijfers als de toewijzingscijfers van de Nederlandse deelnemers aan de 3e fase van het EU ETS zijn te vinden op de website van de NEa.

Geografisch verdeling

Nederland

Andere variabelen

n.v.t.

Verschijningsfrequentie

Begin april: voorlopige emissiecijfers t-1; Begin mei: definitieve emissiecijfers t-1; Begin september t-1: Rapport Voortgang Emissiehandel.

Achtergrondliteratuur

n.v.t.

Opmerking

1 Mton = 1 miljoen ton / 1 miljard kg; 1 emissierecht = 1 ton CO2-equivalenten. Naast CO2 vallen ook N2O en PFK onder het EU ETS. De uitstoot van deze laatst twee broeikasgassen in Nederland is met 0,3% van de totale uitstoot echter zeer beperkt. Bedrijven rapporteren hun N2O- en PKF-uitstoot in CO2-equivalenten bij de NEa.

Betrouwbaarheidscodering

Integrale enquete.

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). CO2-uitstoot Nederlandse deelnemers EU ETS, 2005-2018 (indicator 0584, versie 05 , 11 september 2019 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.