Compendium voor de Leefomgeving
461 feiten en cijfers over milieu, natuur en ruimte
Landschap

Beleving horizonvervuiling

U bekijkt op dit moment een archiefversie van een afgesloten indicator. De actuele indicatorversie met de reden voor het afsluiten, kunt u via deze link bekijken.

Hoge, door de mens gemaakte elementen zoals hoogbouw, hoogspanningsmasten en windturbines zijn vaak over grote afstand zichtbaar. Veel mensen storen zich aan deze elementen.

Toestand

Op de kaart zijn de banen van de hoogspanningsmasten goed te zien. Deze worden hier en daar onderbroken als er veel camouflerende beplanting aanwezig is. In de geelgekleurde gebieden zijn windturbines zichtbaar. Deze komen vooral voor in open gebieden waar ze op grote afstand kunnen worden waargenomen. Niet alle Nederlanders vinden windturbnes storend. Daarom is aan gebieden waarin alleen windturbines zichtbaar zijn de klasse "weinig horizonvervuiling" toegekend. Rond grote steden komt heel veel horizonvervuiling voor. Hier is hoogbouw aanwezig al dan niet in combinatie met hoogspanningsmasten.

Referenties

  • Roos-Klein Lankhorst, J, S. de Vries, J. van Lith-Kranendonk, H. Dijkstra & J.M.J. Farjon, (2004a). Modellen voor de graadmeters landschap, beleving en recreatie. Kennismodel Effecten Landschap Kwaliteit KELK, Monitoring Schaal en BelevingsGIS. Planbureaurapporten 20. Natuurplanbureau, vestiging Wageningen: bijlage 3, Horizonvervuiling.
  • Roos-Klein Lankhorst, J, W. Nieuwenhuizen, M.H.I. Bloemmen, S. Blok & J.M.J. Farjon (2004b). Verstedelijking en Landschap 1989-2030. Berekende, waargenomen en verbeelde effecten van bebouwing. Rapport 1056. Alterra, Wageningen
  • Roos-Klein Lankhorst, J., S. de Vries, A.E. Buijs, M.H.I. Bloemmen & C. Schuiling (2005). BelevingsGIS versie 2; waardering van het Nederlandse landschap door de bevolking op kaart. Rapport 1138. Alterra, Wageningen: factsheet Horizonvervuiling.
  • Schöne, M.B. & J.F. Coeterier (1986). "Wat bosserij eromtoe": Onderzoek naar storende elementen in het landschap. Rapport 439. De Dorschkamp, Wageningen
  • VROM (1997). Naar een landelijk beeld van verstoring. Publicatiereeks verstoring 1997-2. Ministerie van VROM, Den Haag.

Technische toelichting

Technische toelichting

De indicator 'beleving horizonvervuiling' beperkt zich tot de hoge elementen hoogbouw, hoogspanningsmasten en windturbines. De overige elementen die vaak als storend worden ervaren (zoals kassen, bedrijventerreinen en woonblokken) worden meegenomen bij de indicator Beleving stedelijkheid.De aanwezigheid van hoogbouw, hoogspanningsmasten en windturbines is ontleend aan het Top10-vectorbestand. De verstorende werking van deze elementen is vertaald naar een verstoringswaarde waarbij ervan uit wordt gegaan dat de storende werking zich uitstrekt over 2,5 km. Bij de berekening van de mate van horizonvervuiling wordt rekening gehouden met de afstand tot de storende elementen en eventuele camouflage door opgaande beplanting in de omgeving. Dat gebeurt door de op kaart weergegeven verstoringswaarde te vergelijken met het gemiddelde percentage aan opgaande beplanting binnen een straal van 500 m. De afstanden 2,5 km, 1 km en 500 m zijn vastgesteld op grond van een veldstudie die is verricht voor de Natuurbalans 2004 (Roos-Klein Lankhorst e.a., 2004b).

Archief van deze indicator

Referentie van deze webpagina

CBS, PBL, RIVM, WUR (2006). Beleving horizonvervuiling (indicator 1026, versie 04 , 1 september 2006 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

Het CLO is een samenwerkingsverband van CBS, PBL, RIVM en WUR.